Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Witte arbeider, waar bent u

De PvdA verkeert in crisis. Gisteren verscheen er weer een rapport over de oorzaken. Politieke correctheid is er één van. „Je moet niet schrikken als autochtone arbeiders het een keertje over klote-Marokkanen hebben.”

Rode roos, symbool van de PvdA Foto Jonathan Kantor Rouge Rose
Rode roos, symbool van de PvdA Foto Jonathan Kantor Rouge Rose Jupiterimages

De PvdA heeft een streep door het verleden getrokken, zegt partijleider Wouter Bos. Gistermiddag in de Haagse studio Pulchri. Zojuist heeft een commissie onder leiding van de Tilburgse burgemeester Ruud Vreeman een rapport over de mislukte verkiezingen gepresenteerd. De PvdA verloor negen zetels door een chaotische campagne en een gebrek aan ideologische vernieuwing in de partij. Het gevolg: een enorm deel van het electoraat liep over naar de SP.

„Er wordt mij wel eens gevraagd of de PvdA nog leeft”, zegt interim-voorzitter Ruud Koole. „Natuurlijk leeft de PvdA. Anders hadden niet zoveel mensen zich druk gemaakt over de partij.”

Dat is de optimistische uitleg.

De pessimistische werd vorige week, tijdens een debatavond in De Unie in Rotterdam, uitgesproken door socioloog Dick Pels. Hij heeft zelf zijn lidmaatschap van de PvdA opgezegd en is lid geworden van GroenLinks. Sociaal-liberale kiezers als hij kunnen net zo goed op GroenLinks stemmen, of D66. En voor echte sociaal-democraten is Jan Marijnissen weer een goede optie. Sinds de PvdA meedeed in Paars is het ideologische debat volgens Pels „doodgeslagen”. „Wouter Bos heeft brokstukken van een nieuwe visie neergezet, maar het verhaal zwalkt.” Dan, retorisch: „Voor wie is de PvdA er nog?”

In het partijbureau van de PvdA aan de Herengracht in Amsterdam stelt René Cuperus, medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, een variant van dezelfde vraag. Voor wie was de PvdA ook alweer opgericht? „De PvdA is een brede volkspartij. Net als haar voorganger, de SDAP, is het een partij van schoolmeesters, dominees, advocaten. En gegoede arbeiders die solidair waren met de mensen die het moeilijk hebben.”

Maar zo is het niet langer, zegt hij. „PvdA-politici zijn technocraten geworden, die zich met beleid vereenzelvigen. Ik ben nog altijd enorm teleurgesteld dat Pim Fortuyn al die lokale politici van ons voor was met zijn kritiek op de multiculturele samenleving. Wat zaten de vertegenwoordigers in de deelraden al die tijd te doen? Zij moeten het gezien hebben maar kwamen niet in opstand tegen de toedekkende politiek correcten. Juist de PvdA als avantgarde-migrantenpartij had als eerste die politieke correctheid over de schaduwzijden van de multiculturele samenleving hebben moeten doorbreken.”

Een paar maanden geleden schreef Cuperus mee aan het boek Verloren Slag, een analyse van de verloren Tweede-Kamerverkiezingen van november vorig jaar. De sociaal-democraten verloren negen van de 42 Kamerzetels. „De electorale positie van de PvdA is kwetsbaar geworden”, schreven Cuperus en zijn collega Frans Becker. De sociaal-democraten, ook in de rest van Europa, zijn „doodsbang voor de kiezer geworden”. En: „Voor neoliberalen en conservatieven zijn ze niet modern en veranderingsgezind genoeg, terwijl populisten ter linker- en rechterzijde de sociaal-democraten juist neerzetten als ‘politieke klasse’ die met al haar hervormingen de gewone man verraadt.”

De commissie-Vreeman schrijft, wat voorzichtiger, dat een „compromisgerichte middenpartij” als de PvdA, „met een flinke bestuurlijke track record”, wel bijna moest verliezen aan de SP. Maar dat is niet alles. Lijsttrekker Wouter Bos had, volgens Vreeman, campagne moeten voeren op het thema integratie en de oude wijken. Daar had hij de PvdA „in de kijker kunnen spelen”. Het ging alleen niet over integratie, maar over de AOW. De kiezer in de oude wijken stemde SP.

Maar ook in de Vinexwijken, in Hoofddorp, in Diemen, dergelijke plaatsen, zijn de kansen van de PvdA gekeerd. De gemiddelde werkende, autochtone kiezer heeft genoeg van het vooruitgangsgeloof en de politieke correctheid van de PvdA, zeggen PvdA’ers.

De PvdA, zei commissievoorzitter Ruud Vreeman gisteren, wordt wel eens smalend de Partij van de Allochtonen genoemd. „Dat is ten onrechte. We moeten het juist als een kracht zien, iets waar we trots op zijn.” Wouter Bos schreef hetzelfde al in april in de Volkskrant: „Het feit dat we zo veel allochtonen in de achterban hebben, moeten we als kracht aanwenden”. In het rapport staat dat de PvdA het debat moet aangaan over de verhouding tussen ‘oude en nieuwe Nederlanders’.

Vorige week liet Monika Sie Dhian Ho, per januari 2008 directeur van de Wiardi Beckman Stichting, in de Volkskrant weten wat daarmee bedoeld wordt. Zij zei dat de PvdA „na de emancipatie van de arbeiders” een nieuwe missie heeft. „De PvdA moet bij uitstek de emancipatiepartij van de hier blijvende migranten zijn. Zorgen dat ze voldoende geïntegreerd zijn (...) om vrij te kunnen zijn.” Is dat de nieuwe achterban van de partij? Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen, op 7 maart vorig jaar, leek het er op. In de vier grote steden stemde ruim 80 procent van de allochtonen op de PvdA.

„Maar daar staat tegenover dat we de witte arbeider zijn kwijtgeraakt”, zegt Jan-Jaap van den Berg, secretaris van het Centrum voor Lokaal Bestuur, de vereniging voor lokale en regionale PvdA-politici. „Die groep voelt een steeds grotere afstand tot de politieke elite. We hebben legitieme signalen over het multiculturele drama niet bespreekbaar gemaakt in onze eigen partij. Er komen langzaam wat reacties, maar het blijft volgend.”

Wouter Bos haalde allochtonen de partij binnen. Het is goed dat hij ‘de allochtonenkaart’ heeft gespeeld, maar Van den Berg maakt zich zorgen: de allochtone PvdA-politici hebben de neiging problemen in hun achterban te vergoelijken. „Als je allochtone politici naar voren schuift, moeten ze ook de problemen in hun achterban bespreekbaar maken.” Van den Berg kan twee voorbeelden noemen van politici die dat wel goed doen: stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch en staatssecretaris Ahmed Aboutaleb (Sociale Zaken).

De PvdA is de partij voor mensen die „de vonk van vooruitgang voelen”, zegt Tweede Kamerlid Hans Spekman. Spekman, voormalig lasser en verhuizer, geldt in de partij als een voorbeeld van het ‘Jan Schaefer-type’ waar Wouter Bos er meer van zou willen zien. „We zijn in de loop der jaren vergeten dat er mensen zijn voor wie het allemaal te snel gaat. Mensen die veertig jaar dezelfde buren hebben en nu de mensen in hun straat niet meer kunnen verstaan. Het helpt dan niet alleen maar te praten over de zegeningen van de multiculturele samenleving. Je moet de klachten van autochtone arbeiders serieus nemen en niet schrikken als die het een keertje over klote-Marokkanen hebben.”

Is er nog een PvdA’er die De Telegraaf leest, vraagt Van den Berg zich af. „Vroeger vulden mensen van de partij belastingformulieren in voor mensen in oude stadswijken. Nu zie je in de wijken alleen nog maar SP’ers. De PvdA maakt zich intussen druk om de instituties. We zijn voor de Europese Unie, we durven de waterschappen niet af te schaffen.” Op de interne website van de lokale PvdA-politici klinkt dan ook veel gemopper over de koers, zegt Van den Berg. „We moeten de witte arbeiders weer terughalen, daar hebben we zeker tien zetels verloren.”

Tweede-Kamerlid Diederik Samsom: „Eigenlijk is de PvdA al jarenlang aan het eroderen. Het is een gestage ontwikkeling, alleen onderbroken door korte oplevingen. Een steeds groter deel van de kiezers hebben we van ons vervreemd.” Samsom is „enigszins teleurgesteld” over de conclusies van Vreeman. Hij legt wel bloot wat er in de campagne mis is gegaan, maar gaat volgens hem te weinig in op het fundamentele probleem van de partij: de trouwe achterban die in beweging is gekomen.

Samsom zegt dat de PvdA van Wouter Bos wel degelijk graag wil opkomen voor de belangen van de gewone man. Dat zit in de genen van de sociaal-democratie. „Wij willen houvast bieden in onzekere tijden. Maar het gekke is: die zekerheid bieden wij helemaal niet, integendeel. De globalisering zet door, Europa rukt op, de arbeidsmarkt wordt flexibeler, zelfs de postbodes verliezen misschien wel hun baan.”

Tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen liet partijleider en lijsttrekker Wouter Bos een scène uit de film Primary Colors zien. Hierin speelt John Travolta een Amerikaanse presidentskandidaat op campagne. Hij gaat een fabriek in waar ontslagen vallen. Hij spreekt de werknemers vol compassie toe, en belooft scholing. Zo zullen ze vast snel een nieuwe baan vinden.

Primary Colors is de favoriete film van Wouter Bos. Hij liet de scène in de fabriek zien als voorbeeld: er was een politicus te zien die naast de mensen staat. Nee, dacht Samsom. Het is juist een voorbeeld hoe het níét moet. „Die mensen in de fabriek willen helemaal niet horen dat ze straks bijscholing krijgen, zodat ze straks misschien weer werk hebben. Zij willen dat de politicus zegt: ik ga voor uw baan knokken.”

Wouter Bos werd partijleider in 2002. De PvdA had onder lijsttrekker Ad Melkert de grootste verkiezingsnederlaag (22 zetels verlies) uit de geschiedenis geleden. De partij van Pim Fortuyn behaalde 26 zetels. René Cuperus: „Bos wilde vanaf het begin de Nederlandse Tony Blair zijn. Hij zocht het midden op om de grootste partij te worden. Maar dat werkt alleen, zo is gebleken, in een tweepartijenstelsel. In Nederland valt meteen de linkervleugel open en komt de SP op. De achterban is veel linkser en traditioneler dan de partijtop denkt. Niemand is ooit lid van de PvdA geworden om marktwerking in de zorg toe te staan. Maar daar heeft de fractie wel gewoon vóór gestemd.”

De Tweede Kamerfractie van de PvdA bestaat inmiddels uit twee stromingen, zegt Samsom. Er zijn Kamerleden die van de PvdA weer een klassieke linkse, sociaal-democratische partij willen maken. Samsom rekent zichzelf tot die groep. „Ik ben hartstochtelijk voorstander van de norm van de econoom Tinbergen: het hoogste inkomen mag in Nederland niet tien keer zo hoog zijn als het laagste. Maar in het debat over de topinkomens bijt de PvdA niet. Wouter Bos noemde het een symbooldiscussie. Dat ben ik wel met hem eens, maar ook symbooldiscussies moet je voeren.”

Maar er zijn er ook die vinden dat de PvdA een sociaal-liberale, vernieuwende partij moet zijn. En die stroming is nog altijd dominant. Wouter Bos beloofde de PvdA haar identiteit terug te geven als „brede volkspartij links van het midden”. Hij zocht voorzichtig toenadering tot de Derde Weg: de PvdA was immers gestraft omdat de partij niet met de tijd meeging. Aanvankelijk met succes: bij de verkiezingen van januari 2003 maakte de PvdA de nederlaag van 2002 bijna helemaal goed.

De partijtop in Den Haag en het partijbureau in Amsterdam heeft sindsdien verzuimd richting te geven, zegt Jan-Jaap van den Berg. „Dat is de grote klacht van de lokale politici. Zij willen een visie, iets waarop ze kunnen terugvallen.” Fractievoorzitter Jacques Tichelaar is volgens Van den Berg iemand die meer ruimte moet krijgen. Hij is in staat de weggelopen achterban opnieuw aan te spreken. „Wouter Bos is een uitstekende vakminister. Maar naast hem moet wel iemand staan die de partij een breder profiel geeft. Tichelaar heeft de potentie om een gesundes Volksempfinden te vertolken.”

René Cuperus: „Tichelaar verwoordt het volksgevoel. Hij is een Fries met een links hart, een vakbondsman. Die taal heeft de PvdA ook nodig.”

Diederik Samsom: „Ik was het eens met Jacques Tichelaar toen hij vorige maand in Opzij zei dat de fractie een duidelijker profiel moet hebben. Ik vond dat Wouter Bos geen vicepremier moest worden. Een politiek leider hoort in de fractie te zitten. Het linkse profiel van de partijleider komt niet altijd goed uit de verf in een kabinet, waar compromissen gesloten moeten worden.”

Politicoloog Philip van Praag, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, schreef mee aan het boek Verloren Slag. Hij betwijfelt of het slim is dat Tichelaar zich profileert naast Wouter Bos. „Er ontstaat al snel het beeld van een verdeelde partij. Frits Bolkestein deelde, net als Tichelaar nu, als VVD-fractieleider ook geregeld klappen uit. Maar hij was tegelijkertijd de politiek leider. Een politiek leider in het kabinet is vragen om moeilijkheden.”

De kiezer heeft, zo bleek volgens Cuperus bij de laatste verkiezingen, gestemd op „boze mannen”. SP’er Jan Marijnissen was boos op de uitverkoop van de beschaving, PVV’er Geert Wilders op de tsunami van de islam, CDA’er Jan Peter Balkenende op de moreel verval. „Wouter Bos had het over samenbinden, daarmee maak je geen vijanden.”

Bos wordt dus, ironisch genoeg, gestraft door de kiezer omdat hij zegt wat hij denkt dat die kiezer wil horen. De lijsttrekker wilde opkomen voor de belangen van de kiezer in het midden, maar hij wilde óók hervormen. Hij stelde voor ouderen mee te laten betalen aan de AOW, om de vergrijzing te kunnen blijven betalen. Later zwakte hij zijn plannen onder grote druk in de partij af. De commissie-Vreeman schrijft: „Het pijnlijkst was de AOW-kwestie. Het probleem school niet zozeer in het principe van fiscalisering zelf, als wel in onhandige communicatie over het voorstel en onderschatting van de electorale gevoeligheid ervan.” Cuperus: „Dat was Bos’ grootste fout. Het verhaal staat haaks op dat van de zekerheid die hij wilde bieden. Het was allemaal wel uit te leggen aan fractiespecialisten, maar niet aan de PvdA-stemmers in de bejaardentehuizen.”

Diederik Samsom zegt dat de Derde Weg „nog altijd domineert in de PvdA”. Maar de PvdA is wél de partij die bij zichzelf te rade gaat als standpunten achterhaald blijken. „Neem bijvoorbeeld de Europese Grondwet. Wij waren voor, maar toen de kiezer die in 2005 massaal afwees, zijn we bij onszelf te rade gegaan.” Nu wilt de PvdA dat Europa zich niet overal mee bemoeit. Nederland moet gewoon Nederland blijven, is het PvdA standpunt.

René Cuperus: „Dit is precies de makke van de partij. Standpunten aanpassen is prima, maar de publieke opinie is niet heilig. Als standpunten zo flexibel zijn, gaan ze niet erg diep.”

Last but not least is ook de deelname van de PvdA aan het kabinet met het CDA en de ChristenUnie problematisch. Na de formatie was er direct kritiek: de PvdA zou te veel hebben ingeleverd. Bos ontkende het met klem. De commissie Vreeman stelt dat de PvdA in het kabinet is vertegenwoordigd „met markante bewindslieden die hun sporen hebben verdiend in de politiek of daarbuiten.” Maar ze waarschuwt ook dat „het inhoudelijke zelfvertrouwen” niet krachtig genoeg is.

Cuperus: „De twee coalitiepartners profileren zich vooral op moreel-ethische terreinen. Nu moet de PvdA weer kleur bekennen over adoptie door homoparen. Hoe meer het daarover gaat, des te verder verdwijnen de sociale plannen van het kabinet uit beeld.”