Overvloedige regenval op aarde wekt twijfel over klimaatmodellen

Wateroverlast in Zandvoort door fikse regenbuien in de zomer van 2006. (FOTO WFA) WFA10:VEEL WATEROVERLAST IN BADPLAATSEN:ZANDVOORT:14AUG2006 - Fikse regenbuien veroorzaakten maandag wederom veel wateroverlast. De van Alphenstraat in Zandvoort kwam met de zware regenval onder water en menig automobilist moest zich een weg door het water banen. Foto: Rijles in de stromende regen. WFA/ls/str. Chris Schotanus WFA
Wateroverlast in Zandvoort door fikse regenbuien in de zomer van 2006. (FOTO WFA) WFA10:VEEL WATEROVERLAST IN BADPLAATSEN:ZANDVOORT:14AUG2006 - Fikse regenbuien veroorzaakten maandag wederom veel wateroverlast. De van Alphenstraat in Zandvoort kwam met de zware regenval onder water en menig automobilist moest zich een weg door het water banen. Foto: Rijles in de stromende regen. WFA/ls/str. Chris Schotanus WFA WFA

Er is de afgelopen twintig jaar veel meer regen op aarde gevallen dan de gangbare klimaatmodellen voorspelden. Zó groot is het verschil dat het de vraag is of er geen wezenlijk tekort schuilt in die klimaatmodellen. Mocht dat zo zijn dan kan de door de modellen (en Al Gore) voor veel gebieden aangekondigde droogte wel eens meevallen.

Onderzoekers verbonden aan Remote Sensing Systems in Santa Rosa (Californië) melden dit in Science Express, de online-versie van Science (31 mei). Het onderzoek werd geleid door Frank J. Wentz. Hij vergeleek meteorologische metingen van Amerikaanse defensie-satellieten met de voorspellingen van klimaatmodellen. Het verschil was opmerkelijk.

De stijgende concentratie CO2 en de snelle opwarming die daarvan het gevolg is zal er volgens de meeste klimaatmodellen toe leiden dat het watergehalte van de troposfeer gaat stijgen met zo’n 7 procent per graad Celsius. (De troposfeer is de onderste atmosfeerlaag, hij reikt tot ongeveer 12 km hoog.) Warme lucht kan meer water vasthouden dan koude en de klassieke regel van Clausius-Clapeyron geeft aan hoeveel. Tussen 1987 en 2006 is de gemiddelde temperatuur aan het aardoppervlak met 0,38 graad gestegen en het watergehalte nam volgens de regel toe. Het komt erop neer dat de relatieve vochtigheid (RV) van de onderste troposfeerlaag constant blijft.

Het probleem is dat het tiental min of meer onafhankelijke klimaatmodellen dat in gebruik is weliswaar voorspelt dat de hoeveelheid neerslag (regen en sneeuw) ook zal toenemen als het warmer wordt, maar veel minder sterk dan het watergehalte. Niet met 7 procent per graad Celsius, maar hoogstens met 1 tot 3 procent per graad. Omdat er gemiddeld over maanden nooit meer regen en sneeuw kan vallen dan er aan water van het aardoppervlak verdampt is er de stilzwijgende veronderstelling dat ook de verdamping niet erg snel stijgt. Maar omdat de temperatuur wel stijgt en de RV constant blijft moet dan wel de gemiddelde windsnelheid dalen.

De groep van Wentz vond het niet vanzelfsprekend en zij heeft de klimaatmodellen op twee fronten kunnen aanvallen. De SSM/I stralingsmeters aan boord van de defensie-satellieten lieten zien dat de neerslag tussen 1987 en 2006 met zo’n 2,5 procent toenam, praktisch gelijk aan wat de regel van Clausius-Clapeyron voorschrijft voor verdamping. Tegelijk toonden andere metingen van dezelfde satellieten aan dat de windsterkte boven de oceanen in dat tijdvak met 2 procent toenam. Ook de verdamping moet dus zijn toegenomen.

Twintig jaar is te kort voor stevige conclusies, geeft Wentz toe, en misschien hapert er wat aan de satellieten. Maar het is ook mogelijk dat de klimaatmodellen niet goed zijn. Dat zou enorme consequenties hebben. Karel Knip