Gitaar gekalmeerd

Chris Cornell: Carry On (Universal)

Terwijl het dondert en bliksemt balanceert Chris Cornell zijn grijze Gibson Les Paul op een megafoon en begint te gillen. Zijn hoge stemgeluid gaat via de megafoon door zijn gitaar en knettert dan uit de muur van gitaarversterkers. Het overstemt weliswaar het onweer, maar lang niet het kabaal van de overige bandleden.

Dat was Pinkpop, vijftien jaar geleden. Toen was Soundgarden een van pioniers in afgeknipte legerbroek op zware kisten uit Seattle, de plek waar kort daarvoor een nieuw gitaargenre was geboren: grunge. Vergeleken met het monstersucces van Nirvana en Pearl Jam bleef Soundgarden aanvankelijk een buitenbeentje. Hun nummers waren te langzaam, hadden te ingewikkelde ritmes, en Cornells zang was te hoog. Toen jaren later de doorbraak alsnog kwam, dankzij het nummer ‘Black Hole Sun’, bleef Soundgarden nog maar één plaat bestaan.

Een band (Audioslave) en een verslaving (tweemaal belandde hij in een rehab) later doet Cornell het rustiger aan. Hij verruilde Seattle voor Parijs waar hij een exclusieve club/restaurant runt. En hij maakte zijn tweede soloplaat: Carry on.

Het klinkt autobiografisch wanneer hij in ‘Your soul today’ klaagt „how long I’ve been a soul in the gutter”. En muzikaal gezien herinnert eigenlijk alleen het openingsnummer ‘No such thing’ nog aan ruigere tijden. Maar Cornell bewijst wat hij eerder alleen zijdelings bewees (met gelegenheidsband Temple of the Dog en de soundtrack voor de Seattle-film Singles): hij kan ook prima rustige nummers schrijven die niet verzuipen in loodzware akkoorden.

Enkele uitglijders daargelaten (‘Safe and sound’ is een kruising tussen Foreigner, Barry White en een blazerskapel; ‘She’ll never be your man’ heeft een met stemmen volgemetseld refrein à la ABBA), is Carry on een oprechte singer-songwriterplaat geworden waarop zijn raspende stembanden nu eens niet hoeven te vechten om de aandacht op te eisen.

En hoewel er ook heuse liefdesliedjes op staan, is de duisternis nog niet uit Cornells hoofd verdwenen. Bijvoorbeeld als hij het veroveren van harten vergelijkt met ‘Killing birds’, een nummer dat zo maar een kale Soundgarden-demo had kunnen zijn.

Maar dan klinkt over een loom getokkel opeens: „She was more like a beauty queen from a movie scene” en begint een crooner-versie op driekwartsmaat van Michael Jacksons ‘Billie Jean’. Doordat de discobeat er vakkundig is uitgesloopt, werkt het nu ook als gitaarliedje.

Als daarna ‘You know my name’ opvalt door bombast, is dat hem vergeven: het nummer diende namelijk eerder als titeltrack voor de James Bond-film Casino Royale. Om Bonds heldendaden te begeleiden, kun je moeilijk aankomen met alleen een akoestische gitaar.

Frank Provoost