Gazprom hoeft zich niet druk te maken

De Russische president Vladimir Poetin heeft onlangs gezegd dat energie-egoïsme ‘een doodlopende weg’ is. Als dat klopt, is het Russische staatsbedrijf Gazprom een aardig eind op steek. De gasmonopolist, met een waarde van 210 miljard dollar, heeft in grote lijnen de volledige controle over de enorme gasvoorraden van Rusland naar zich toe getrokken, met uitzondering van het door BP geëxploiteerde gasveld Kovykta, dat reserves heeft die tweemaal zo groot zijn als die van Noorwegen. Maar de meeste waarnemers verwachten dat Gazprom ook dat gasveld zal overnemen.

Kan Gazprom dat werkelijk allemaal aan? Er zijn twee risico’s, van operationele en van financiële aard. Neem Skhtokman, een veld in een regelmatig door stormen bezochte zee vol ijsbergen, 550 kilometer uit de Russische kust. Gazprom wil dat project in zijn eentje ontwikkelen, tot verdriet van de buitenlandse bedrijven die in de rij stonden om mee te doen. Zijn andere prestigeproject bevindt zich op het schiereiland Yamal, dat in de taal van de inheemse bevolking ‘einde van de wereld’ betekent.

Er is een groot risico dat bij één van de twee projecten, of bij allebei, de kosten te hoog worden of het tijdschema fors zal worden overschreden. Intussen neemt de huidige productie van Gazprom niet meer toe.

Dan is er de vraag of het concern in staat is de groei te bekostigen. De gasgigant heeft zijn voorgenomen kapitaaluitgaven opgetrokken tot 60 miljard dollar tussen 2007 en 2009, zo’n 70 procent méér dan de analisten hadden verwacht. Gazprom zal dit jaar waarschijnlijk een vrije kasstroom van slechts 10 milljard dollar verwezenlijken, exclusief overnames. Maar Gazprom heeft al 10 miljard dollar uitgegeven aan een belang van 50 procent in Sakhalin en een belang in een pijpleiding door Wit-Rusland. Het concern besteedt ook miljarden aan de aanleg van andere pijpleidingen. Erger nog is dat Gazprom er dikwijls van wordt beticht er een verkwistend en inefficiënt uitgavenbeleid op na te houden.

Maar de spilzucht van de gasgigant werkt tot op zekere hoogte ook in zijn eigen voordeel. Jarenlang heeft het concern er bij de Russische regering op aangedrongen de binnenlandse gasprijs dichterbij de exportprijs te brengen. Iedere kostenbesparing zou dat betoog ondermijnen. Het plan lijkt te werken. Als de prijzen eenmaal gelijk zijn getrokken, moet Gazprom een grotere stimulans hebben om efficiënter te gaan werken. Ook nieuwe projecten zouden tegen die tijd de bedrijfskas moeten gaan vullen.

En wat maakt het uit als het Russische egoïsme betekent dat het een paar jaar langer duurt om deze projecten te ontwikkelen? Poetins beleid is erop gericht de controle over de Russische energievoorraden op langere termijn in eigen hand te krijgen. Een vertraging van de ontwikkeling van het Kovykta-veld zal vooral China, de beoogde afnemer, zorgen baren. Als de olieprijs hoog blijft, ligt het niet voor de hand dat het Russische energie-egoïsme spoedig zal zijn gesneefd.

Fiona Maharg-Bravo

Bancrofts zetten deur op een kier voor intrede Murdoch

De aandeelhouders van Dow Jones zouden blij moeten zijn met de beslissing van de familie Bancroft om met Rupert Murdoch rond de tafel te gaan zitten.

Dit betekent niet dat de familie het mediaconcern, dat eigenaar is van onder meer de Wall Street Journal, zomaar uit handen zal geven aan Murdochs News Corp. Maar het betekent wel dat de Bancrofts hun verantwoordelijkheden als kapitalisten onder ogen zien.

Het bod van Murdoch op Dow Jones van 5 miljard dollar, ofwel 60 dollar per aandeel, lijkt vrijwel niet te overtreffen. Alternatieven, zoals een verkoop aan een participatiemaatschappij of een fusie met de Washington Post, zouden waarschijnlijk grote moeite hebben ook maar in de buurt te komen van dit door Murdoch geboden bedrag.

De familie kan met haar doorslaggevende stemrecht uiteraard de hakken in het zand zetten en gewoon ‘nee’ zeggen, om vervolgens Murdoch de deur uit te kijken en de aandelenkoers terug te laten zakken naar 30 dollar. Maar dat gaat in tegen de belangen van de familie zelf.

Het is makkelijk te begrijpen waarom het uitblijven van een overeenkomst slecht zou zijn voor de portemonnees van de familieleden. Ze zouden een aanzienlijke premie aan hun neus zien voorbijgaan.

Maar dat niet alleen. De familie is ook afhankelijk van de jaarlijkse dividenduitkeringen. Helaas is deze inkomstenbron niet onuitputtelijk. Om haar te laten stromen moeten er regelmatig belangen worden verkocht, of moet de Wall Street Journal worden gedwongen om van een hongerdieet rond te komen.

Als de familie het erfgoed van Clarence Barron in stand wil houden, moet zij ervoor zorgdragen dat er wordt geïnvesteerd in de krant. Binnen de huidige eigendomsstructuur is dat heel moeilijk te verwezenlijken.

Maar zal Murdoch die verantwoordelijkheid wel op zich willen nemen? Dat is lastig te zeggen. Murdoch is een commercieel denkende ondernemer. Hij zal er zijn eigen ideeën op na houden over hoe het bedrijf moet worden geleid.

Er zijn ook serieuze zorgen over de vraag of hij de redactionele onafhankelijkheid van de Wall Street Journal zal respecteren, gezien de manier waarop hij in het verleden schijnbaar is bezweken voor druk vanuit China.

Maar het zou verkeerd zijn een oordeel te vellen over zijn ambities en beloften zonder hem aan te willen horen. De Bancrofts hebben de juiste beslissing genomen ten overstaan van de overige aandeelhouders – en tegenover het erfgoed dat zij bewaken – door in ieder geval naar Murdoch te willen luisteren.

Rob Cox

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld