Didactisch doorstomen

Didactiek is in het hoger onderwijs een ondergeschoven kindje. De VU biedt een cursus om ‘expert’ te worden. Jacqueline Kuijpers

Docenten op de cursus voor expert docent hoger onderwijs bekijken elkaars filmpjes van lessituaties. (foto Luciana Caputo) Bijscholingscursus voor docenten op de Vrije Universiteit publicatie 2 juni tekst Jacqueline Kuipers Foto Luciana Caputo onderwijs leraren bijscholing
Docenten op de cursus voor expert docent hoger onderwijs bekijken elkaars filmpjes van lessituaties. (foto Luciana Caputo) Bijscholingscursus voor docenten op de Vrije Universiteit publicatie 2 juni tekst Jacqueline Kuipers Foto Luciana Caputo onderwijs leraren bijscholing Caputo, Luciana

Wie in het hoger beroepsonderwijs of aan de universiteit wil lesgeven kan zo beginnen. Een lesbevoegdheid is niet verplicht. En het ministerie van Onderwijs vindt het ook niet wenselijk om dat te veranderen. De kwaliteitsbewaking van het onderwijs wordt overgelaten aan de individuele onderwijsinstellingen, met het accreditatiestelsel als norm: de controle door de accreditatie organisatie, die beoordeelt of een opleiding aan de vereisten voldoet.

Maar dat wil niet zeggen dat er ‘in het veld’ niets gebeurt. Op steeds meer hogescholen en universiteiten dringt het besef door dat als Nederland een kenniseconomie moet worden, het niveau van het onderwijs één van de sleutels is. En dat dus de docenten niet alleen in hun vak moeten excelleren, maar ook over de nodige didactische vaardigheden moeten beschikken om hun kennis over te dragen.

Daarom zijn diverse universiteiten gestart met een ‘basisopleiding universitair docent/hbo-docent’, een stoomcursus didactiek. De waarde die de verschillende faculteiten hieraan hechten varieert overigens nog. Bovendien erkent elke instelling alleen zijn ‘eigen’ opleiding. Maar dat gaat veranderen. Komend najaar zullen de universiteiten een overeenkomst tekenen waardoor de basisopleiding algemeen erkend wordt.

De Vrije Universiteit in Amsterdam gaat een stap verder. Hier is dit jaar de Master Teaching in Higher Education (THE Master) van start gegaan: een vooralsnog unieke opleiding tot expert docent. “We gaan mee in een internationale ontwikkeling dat goed les geven in het academisch en hoger onderwijs belangrijk wordt gevonden”, zegt Monique Volman, hoogleraar onderwijskunde en programmaleider van THE Master. Zij ontwikkelde de cursus samen met een groep docenten van de afdeling Scholing & Advisering. “Wij merkten ook dat er bij studenten die de basisopleiding hadden gedaan behoefte bestond aan verdieping.”

In februari van dit jaar is de opleiding van start gegaan, met acht ervaren docenten uit uiteenlopende richtingen – van bewegingsleer tot kunst en sportmanagement. Didactiek vormt een belangrijke component, maar er is ook aandacht voor onderwijshervormingen, zoals het zogenoemde competentiegericht leren, en de praktische gevolgen daarvan. Kenmerkend is dat theorie en praktijk zo veel mogelijk vervlochten worden. Ervaringen van de deelnemers vormen belangrijk studie- en discussiemateriaal in de wekelijkse bijeenkomst, zodat het geleerde meteen toepasbaar wordt.

Vandaag heeft Henk Schutte, die aan de VU het vak functionele anatomie geeft, een filmpje gemaakt op de snijzaal, waar hij zijn studenten met een ‘zoekopdracht’ op weg stuurt om een ligament (knieband) te vinden. De eerstejaars studenten snijden, tasten, zoeken tekeningen op, overleggen samen, stellen de docent vragen. Ze zijn overduidelijk druk bezig. Maar is dat voldoende? Het antwoord waar de deelnemers van THE Master deze dag naar op zoek zijn is namelijk: hoe krijg je studenten tot ‘deep understanding’ van de stof? En welke mogelijkheden heb je als docent om dat te bereiken? De basis hiervoor vormt een artikel van de Amerikaanse docent sterrenkunde Esther Zirbel, dat de deelnemers gelezen hebben en waarbij ze allemaal voorbeelden uit hun eigen werkveld hebben gezocht.

Onder leiding van docent didactiek Paul van den Bos wordt er driftig over gediscussieerd. Het is deze werkmethode die bovenal veel inspiratie oplevert, vertelt Henk Schutte (afgestudeerd in 1982). Hij doet mee uit nieuwsgierigheid naar hoe anderen in hun vak staan en om nieuwe strategieën te leren. “Wat ik merk is dat ik intuïtief dingen goed doe, vanuit mijn visie dat ik mijn studenten wil leren leren, maar hier leer ik de theoretische context erachter. Ik leer ook eens af te stappen van wat ik altijd doe. Bijvoorbeeld door studenten in verwarring te brengen door ze te confronteren met iets dat niet klopt.”

Rob Philips (docent fotografie aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, afgestudeerd in 1994) is om dezelfde redenen aan THE Master begonnen. “Ik miste een reservoir van didactische middelen waaruit ik kon putten. Ik wilde daarbij ook meer weten over de theorie die achter die middelen steekt, en waarom ze werken.”

Wat de deelnemers aan THE Master gemeen hebben is hun passie voor onderwijs en hun honger naar kennis. Maar waar blijven de uitgebluste docenten en degenen die wel willen, maar niet kunnen? Zouden zij niet verplicht moeten worden om aan THE Master deel te nemen? Als het aan Peters en Volman ligt graag, maar dat zal niet haalbaar zijn, zeggen beiden. Volman: “Voor een universitair docent kun je nog wel regels stellen. Op drie faculteiten is de basisopleiding al verplicht om te kunnen doorstromen. Maar wat doe je als een hoogleraar die een autoriteit is op zijn vakgebied totaal geen les kan geven? Die komt hier echt niet op cursus!”

Hoewel dus niet alle docenten expert zullen worden, zien Peters en Volman wel een olievlekwerking uitgaan van THE Master. Peters: “Deze gedreven mensen kunnen straks op hun school een rol spelen in veranderingsprocessen in het onderwijs, kunnen hun collega’s inspireren en coachen. Dat is wat wij voor ons zien.”

www.onderwijscentrum.vu.nl