De stelling van Ferdinand Grapperhaus: Nieuw ontslagrecht zorgt voor gelijkere kansen op werk

Vernieuwing van ontslagrecht helpt zwakkere groepen eerder aan werk. Het systeem rust nu op een farce, zegt hoogleraar, advocaat en SER-kroonlid Ferdinand Grapperhaus tegen Folkert Jensma.

Ferdinand Grapperhaus 47 is advocaat, kroonlid van de SER en hoogleraar Europees arbeidsrecht aan de Universiteit van Maastricht. Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 30-05-2007 Ferdinand Grapperhaus is advocaat bij Allen & Overy LLP. Hij heeft ruime ervaring op het gebied van arbeids- en medezeggenschapsrecht. Tevens is hij hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit Maastricht. Recent werd hij benoemd tot kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER) PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
Ferdinand Grapperhaus 47 is advocaat, kroonlid van de SER en hoogleraar Europees arbeidsrecht aan de Universiteit van Maastricht. Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 30-05-2007 Ferdinand Grapperhaus is advocaat bij Allen & Overy LLP. Hij heeft ruime ervaring op het gebied van arbeids- en medezeggenschapsrecht. Tevens is hij hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit Maastricht. Recent werd hij benoemd tot kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER) PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Ik leg u een stelling voor: Het huidige ontslagrecht is ingewikkeld en veel te duur.

„Ingewikkeld, jazeker. Voor een buitenstaander is het bijna niet te doorgronden. Waarom hebben we twee instanties aan wie de werkgever naar keuze toestemming kan vragen? Dat die ene, de kantonrechter, wel vergoeding toekent en die andere, het CWI niet? Dat je bij beide eigen procedures hebt? Dat zou veel simpeler kunnen.

En duur? Nou, het zou best goedkoper kunnen. Er moet nu onnodig veel bijstand van derden komen. Van mijn eigen beroepsgroep dus, die me na deze opmerking wel zal uitstoten.”

Er zijn te veel dure advocaten mee bezig.

„Ja, dat klopt. Advocaten en andere rechthelpers. Terwijl in veel gevallen de uitkomst voorspelbaar is. Het kost te veel geld. Een werkgever die toestemming aan de kantonrechter vraagt om een arbeidscontract te ontbinden kost tijd van rechters. Dat is ook zo als er wordt gekozen voor een procedure via het Centrum voor Werk en Inkomen. Dat systeem van ‘preventieve toetsing’ kost minstens twintig miljoen per jaar te veel. Dat is onnodig. Dat kun je beter afschaffen.”

Maar die instanties beschermen toch de zwakke positie van werknemers?

„Dat is voor een groot deel een farce. In 94 procent van de gevallen ontbindt de rechter het contract als de werkgever dat vraagt. Bij het CWI net zo. Het is de kroniek van de aangekondigde dood. De mensen die van deze instanties niet ontslagen mogen worden, vertrekken voor het overgrote deel binnen een jaar toch. Met een regeling, vrijwillig of hoe dan ook. Het huidige systeem van preventieve toetsing is een schijnvertoning en ook nog onrechtvaardig. Als je via het CWI wordt ontslagen krijg je geen geld mee, via de kantonrechter wel.

„De echte toets, de echte bescherming zit juist in een ontslagvergoeding die de werkgever zou moeten betalen. Die vraagt zich dan af of hij het er wel of niet voor over heeft. Bijvoorbeeld om van u af te komen. Op die afweging heeft u invloed door waardevol te blijven voor de werkgever. Daarom is scholing belangrijk.”

Stelling: ‘Minder ontslagbescherming geeft meer kansen op werk, zorgt voor netto lagere werkloosheid en is goed voor de economie’.

„Er komt door nieuw ontslagrecht zeker meer kans op werk. Maar let op: niet door minder ontslagbescherming maar door een rechtvaardiger verdeling ervan. Dat komt ontegenzeggelijk uit studies naar voren. Die vastgeroeste bescherming met preventieve toets moet weg – als je met vergoedingen voor iedereen werkt geeft dat gelijkere kansen op werk. Ook voor langdurig werklozen, vrouwen en laag opgeleiden.

„De hoeveelheid werk wordt nauwelijks beïnvloed door ontslagrecht. Dat hervorming van ontslagrecht automatisch leidt tot ‘meer mensen makkelijker op straat’, en ook nog minder werk is onzin. Het huidige ontslagsysteem heeft als onredelijk effect dat baanverlies nu sterk ten koste van zwakkere groepen gaat. Banengroei komt hun nauwelijks ten goede. Het allochtone meisje dat haar hoofddoek wil ophouden is het laatst aan de beurt. En dan krijgt ze alleen een flexcontract.”

Waarom werkt ontslagrecht niet goed?

„Dit systeem bevoordeelt mensen met een vaste baan, de insiders. Het is duurder en ingewikkelder om die er uit te krijgen. Werkgevers durven nieuwen niet snel binnen te halen, want die krijgen vrij snel dezelfde bescherming. Die ‘outsiders’ krijgen dan korte flexcontracten. Op zich mag dat. Maar het is oneerlijk dat je na drie jaar flexcontracten geen cent mee krijgt. Bij een vast contract, krijg je drie maanden salaris mee op basis van de kantonrechtersformule. Beide groepen moet je op dezelfde manier beschermen, met gelijke ontslagvergoedingen.”

Waarom zouden bijvoorbeeld ouderen hun extra bescherming moeten opgeven. Hoe ouder je bent en hoe langer je werkt, hoe hoger de vergoeding, dat is toch fair?

„De kantonrechtersformule komt neer op één maand vergoeding per dienstjaar. Die wordt verhoogd met de leeftijdscomponent. Dat is dubbel op. Als je meer jaren in dienst bent krijg je al meer maanden. En als je dan ook ouder bent krijg je niet één maand, maar anderhalve maand. As je boven de 50 bent twee maanden. Dat is leeftijdsdiscriminatie: bij gelijktijdig vertrek bij dezelfde werkgever de ene werknemer meer meegeven dan de ander alleen vanwege hun leeftijd. Daar is geen rechtvaardiging voor. Als de vakbonden dat niet inzien, houden ze onrecht in stand. Als werkgever ga je daardoor natuurlijk ook minder snel oudere werklozen binnenhalen. Die zijn duurder bij ontslag.”

Wie garandeert mij dat een vergoedingssysteem beter werkt dan de kantonrechtersformule?

„Het huidige systeem zet een premie op onbeweeglijkheid. Het werkt dempend. Mensen ontwikkelen zich minder – bedrijven krijgen minder makkelijk input van buiten. Als je weet dat ontslag mogelijk is met een redelijke vergoeding dan gaan partijen rekenen. De werknemer weet dat-ie meer waard moet worden (of blijven) dan z’n ontslagvergoeding. Dus die zal meer in zichzelf investeren. De werkgever heeft dan ook meer reden om in die werknemer te blijven investeren. Anders zal de werknemer makkelijker vertrekken. Daar zit altijd een positief element in.”

Stelling: de huidige vergoedingen zijn te hoog en de systematiek is duur.

„Het kan vrij snel in de papieren lopen. De formule ‘een maandsalaris vergoeding per dienstjaar’ is ook maar verzonnen door een vergadering van kantonrechters op de hei. Ik zou eerder kiezen voor een rentevergoeding op het arbeidsvermogen. Je hebt dat ‘kapitaal’ jarenlang geïnvesteerd in je werkkring. Je kent de organisatie, de collega’s, de klanten – dat is gespecialiseerde kennis die je kunt weggooien als je overstapt of wordt ontslagen. De Hoge Raad heeft eerder vastgesteld dat een distributeur die zich helemaal had ingericht op een bepaald product daar bij opzegging extra voor gecompenseerd moest worden. Zo kun je ook tegen een arbeidsrelatie aan kijken. Je zou kunnen rekenen met vijf tot zeven procent rente op je geïnvesteerde arbeidsvermogen. Dan kom je uit op circa driekwart maand per jaar.”

Stelling: Een ontslagvergoeding moet verplicht worden besteed aan omscholing of omgezet in een doorbetaalde zoektermijn. Dat zei de WRR.

„Dit is een vrij land. Ik vind het bedilzucht dat een vergoeding voor een verbroken contract verplicht moet worden besteed aan scholing. Verder is uit onderzoek gebleken dat scholing niet per definitie een positief effect heeft. In zo’n vergoeding zit ook een belangrijke genoegdoeningsfactor. Het werkt psychologisch. Het lost bij mensen boosheid en rancune op. Ze gaan veel makkelijker naar nieuw werk zoeken.

„Het idee voor betaalde zoektermijnen is niet doordacht. Ontslagen mensen moeten dan naar hun werk blijven komen – dat is vernederend. Ik ken bedrijven waar ontslagen mensen met een betaalde zoektermijn achter hun bureau detectives lezen. Je schiet daar niks mee op. Een werknemer wil ook niet vastgeklonken zitten in een zoektermijn. Die termijnen zijn onbeperkt, dus financieel schiet je er niet veel mee op.

Door u een redelijke ontslagvergoeding aan te bieden ga ik veel meer uit van uw zelfstandigheid dan dat ik met u een zoektermijn aanga. Eigenlijk neem ik u dan nog steeds aan de hand. Het is paternalisme. Van zo’n zoektermijn worden werknemers niet flink. Dat gebeurt pas als je zegt – we gaan uit elkaar, ik betaal u zoveel maanden, daar kunt u iets moois mee doen. Wat, dat mag u zelf weten. Dat is niet aan mij. Dan moet u verder. In bijna alle landen werkt het zo.”

Stelling: het is zinloos om bij hoogconjunctuur en een krappe arbeidsmarkt te debatteren over bescherming tegen ontslag. Iedereen is nu bezig met aannemen, niet met mensen afstoten.

„Ik zie het precies andersom. Juist in deze tijd kun je wat rustiger met elkaar praten dan wanneer je bedrijfssluitingen in je nek hebt hijgen. Wat is nu verstandig ontslagrecht? Bij de ChristenUnie maken ze er een conjuncturele issue van. Terwijl het een structureel verhaal is. Voor werknemersorganisaties is het een voordeel dat je er nu eventueel een hogere wettelijke ontslagvergoeding uit kunt slepen dan als het laagconjunctuur is. Dat is een abc’tje. Als je vooruit kijkt en de kwetsbare groepen wilt helpen, heb je ingrepen in het ontslagrecht nodig. Ook als deze hoogconjunctuur tot 2050 duurt.”