THRILLERS

Michael Collins slaat vrolijk om zich heen

In de bij vlagen briljante, zeer literaire thriller Het geheime leven van E. Robert Pendleton tuurt auteur Michael Collins (Hoeders van de waarheid) met priemende blik in diepe afgronden van schrijverswanhoop en literaire zelfgenoegzaamheid. Op een wijze die W.F. Hermans gnuivend had doen opveren, etaleert Collins zijn schroeiende minachting voor het literaire en academische milieu en zijn inktzwarte visie op het economische en morele verval van de Amerikaanse arbeidersklasse. Bijna terloops ontrafelt hij daarnaast de moord op het white trash meisje Amber Jewel.

E. Robert Pendleton: ooit veelbelovend schrijver maar verpieterd tot docent aan het middelmatige Bannockburn College bij Chicago. Na een vernederende ontmoeting met ex- compaan Allen Horowitz (schrijver van juichend ontvangen bestsellers) komt Pendleton (schrijver van obscuur postmodern puin) thuis in een verduisterde woning; zijn suïcidale konijn heeft wederom de elektrische bedrading doorgeknaagd. Aldus geïnspireerd doet de radeloze Pendleton een zelfmoordpoging. Hij wordt tijdig gevonden door Adi, een studente literatuurwetenschap die tijdens Pendletons navolgende coma diens huis betrekt om te werken aan een proefschrift over zijn ‘literaire erfenis’. Samenhokkend met het sombere konijn ontdekt Adi een ongepubliceerde roman van Pendleton: Schreeuw. Geholpen door de machtige literaire windbuil Horowitz weet Adi dit postmoderne misbaksel gepubliceerd te krijgen, net voordat ze uitvogelt dat Schreeuw ‘niet zomaar een roman was, maar de autobiografische bekentenis van een kindermoordenaar. En het boek was al naar de recensenten gestuurd.’

Adi houdt haar mond, Schreeuw wordt een eclatant succes en de kwijlende Pendleton met zijn gigantische konijn een nationale anti-held. Totdat de labiele politie-inspecteur Ryder lucht krijgt van de overeenkomsten tussen de moord in Schreeuw en de moord op de 13jarige sloerie Amber Jewel, wier in stukken gehakte lijk ooit nabij Bannockburn werd gevonden.

Collins’ proza doet denken aan Kingsley Amis en David Lodge; hoewel het thriller-aspect recht overeind blijft, heeft hij de meeste lol in het erudiet om zich heen maaien in de culturele porseleinkast. Met analytische zwier en een heldere blik op menselijke tekortkomingen laat hij zijn stuurloze, geletterde hoofdpersonen zichzelf klemrijden in de berm van working-class Amerika, tussen de goedkope motels en pornosupermarkten. Zonder enige eerbied waarvoor dan ook: ‘Wat ik graag zou willen, is een foto van Hemingways hersenen die tegen een muur zijn gespat, met als onderschrift „Een kijkje in de geest van de schrijver”!’

Michael Collins: Het geheime leven vanE. Robert Pendleton. Vertaald door Wim Scherpenisse. Anthos, 399 blz. € 19,95

Harlan Coben laat zijn plot schuiven

De gelauwerde schrijver Harlan Coben kent de spelregels van de Amerikaanse politie- en rechtbankthriller van binnen en van buiten. In tegenstelling tot veel collega’s durft hij met die vakkundigheid te spelen: ook in Geleende tijd kleurt Coben onmiddellijk buiten de lijntjes. Via een serie onthullingen begint hij het vloerkleed onder de voeten van zijn protagonist vandaan te sjorren, waardoor ik-figuur Paul Copeland en de lezer voortdurend bezig zijn het evenwicht te hervinden in de schuivende plot. Af en toe gaan ze hard onderuit.

Copeland is procureur in New Jersey. Zijn macabere zekerheden – zijn vrouw en vader zijn dood, zijn moeder verdwenen, zijn zuster vermoord – worden listig ter discussie gesteld. De jonge Copeland verzaakte twintig jaar geleden zijn plicht als bewaker van een zomerkamp waardoor vier kinderen, onder wie zijn zuster, werden afgeslacht. Haar lichaam en dat van vriendje Gil werden nooit gevonden. Als de volwassen Gil twintig jaar later ineens als kakelvers lijk opduikt in het mortuarium, moet Copeland zijn hele leven herzien.

Het hinkelende plot blijft intrigeren tot het eind en Cobens vermogen om in enkele paragrafen een gevoel van diep onheil op te roepen doet de rest. Wie in de boekwinkel de proloog van slechts twee pagina’s tot zich neemt, waarin Pauls vader wanhopig in het woud staat te graven naar zijn dochter, bevriest het bloed reeds in de aderen.

Harlan Coben: Geleende tijd. Vertaald door Martin Jansen in de Wal. De Boekerij, 368 blz. € 18,95

De elfde moord van IJsland is voor Indridason

De gletsjer van thrillers die vanuit Scandinavië zuidwaarts buldert doet, gezien de lage officiële moord- en doodslagcijfers aldaar, een beetje vreemd aan. Een van de beste en meest bekroonde schrijvers is de IJslander Arnaldur Indridason, op wiens bizarre eiland slechts tien echte moorden per jaar zijn te vergeven. Zijn realistische, melancholische werk kan niettemin blind gekocht worden en Winternacht is geen uitzondering. Plaats van handeling is Reykjavík, net als in Indrida- sons vorige boeken, en de inspecteurs Erlendur, Elínborg en Sigurdur Óli knappen wederom het vuile werk op.

Achter een flat wordt het lijk gevonden van het immigrantenzoontje Elías, zijn zwarte haar vastgevroren aan de grond. Erlandur en de zijnen worden er nog depressiever van dan ze al waren in de donkere IJslandse winter, temeer daar ze een moord met racistische achtergrond vermoeden. In ijltempo interviewt de politie de betrokkenen en lost de zaak in enkele dagen op; het volledige motief voor de moord blijkt nog erger dan gevreesd. De handelingen en emoties van de hoofdpersonen zijn even geloofwaardig als het plot – niemand laat nabestaanden zo realistisch instorten als Indridason. Het bedrukkende eiland, met zijn eeuwige duisternis, onaardse landschap en de ijskast-atmosfeer die vanaf de bergen de straten in suist, is weer een voornaam karakter in het boek, net als de stugge aard der bevolking, bij wie onze Friezen afsteken als mediterrane bon vivants. De staccato dialogen, het innerlijke leven van de hoofdpersonen en de etenslucht van ‘in reuzel gebakken gefermenteerde rog’ dragen allemaal bij tot het realisme in deze uitzonderlijk gave thriller.

Arnaldur Indridason: Winternacht. Vertaald door Kim Middel. Q, 288 blz. € 18,95

Verder verschenen

Denise Mina situeert Het dode uur (Anthos, € 19,95), het tweede boek over de jonge journaliste Paddy Meehan, in het Glasgow aan de vooravond van de mijnstaking tegen Thatcher. Tijdens de surrealistische nachtritten die Meehan als jongste reporter noodgedwongen maakt, komt ze op het spoor van politiecorruptie – helaas heeft ze zichzelf ook laten omkopen. Mina schrijft steeds zekerder en bereikt het niveau van Ruth Rendell en Minette Walters.

De Française Fred Vargas schrijft nooit een standaardboek. In het prima inspecteur Adamsberg-mysterie De omgekeerde man (De Geus, € 19,90) leidt deze een horde Franse boeren uit de Mercantour in de jacht op een herder die een wolf als moordwapen gebruikt. De boeren denken echter, tot wanhoop van Adamsberg, veeleer aan een weerwolf.

Ach Italië... Een rechtsstaat is het niet. Maffiabestrijder Gianrico Carofiglio schreef een vlammend pamflet tegen de onverschilligheid van het systeem waarin hij zelf opereert. Een advocaat wordt eerst verlaten door zijn vrouw, vervolgens door zijn verstand, maar herwint tenslotte zijn eigenwaarde bij de verdediging van een illegale immigrant, die door de idioten van openbaar ministerie van moord wordt beschuldigd. De onbewuste getuige (Prometheus, € 17,95) is een krachtig debuut met prachtige juridische pleidooien.