Leger alleen kan in Afghanistan niet winnen

De NAVO kan Afghanistan niet onder applaus verlaten, vreest Eimert van Middelkoop. Dit is een ‘war amongst the people’. De gevolgen daarvan zijn nog nauwelijks doordacht.

De aandacht die uitgaat naar het begin van operaties is vaak veel groter dan de aandacht voor het verloop en de beëindiging van operaties. De procedure volgens artikel 100 van de Grondwet leidt ertoe dat de politieke en publieke opinie zich concentreert op het besluit een militaire eenheid uit te zenden. Hierdoor krijgt de mate waarin de doelstellingen van de operatie gehaald kunnen worden, niet altijd de aandacht die zij verdient. De overconcentratie op de legitimatievraag gaat ten koste van de veel lastiger vraagstukken van doelverwezenlijking, gewenst eindbeeld en bijpassende overdrachtsstrategie.

Parlementaire steun en een toereikende juridische grondslag zijn cruciaal voor de legitimiteit van een operatie. Ik vrees echter dat de idealistische oriëntatie in onze buitenlandse politiek ons de ogen doet sluiten voor de weerbarstigheid, de te verwachten teleurstellingen en de traagheid, die een inherent kenmerk zijn van militaire interventies. Voor de herziening van bijvoorbeeld ons zorgstelsel nemen we jaren, maar als het gaat het om een militaire operatie, dan leggen we ons de eisen van perfectie en een snel succes op.

De verwachtingen over de resultaten van missies zijn vaak te hoog gespannen. We zien dat de meeste interventies plaatsvinden in binnenstatelijke conflicten. Er zijn ten minste twee redenen om het verwachtingsniveau niet te hoog op te schroeven. Ten eerste vindt het buitenlands ingrijpen dikwijls plaats in een conflict dat al aan de gang is. Omdat er al zoveel bloed is vergoten en haat is gezaaid, wordt het er vervolgens niet gemakkelijker op een vredesregeling tot stand te brengen of uit te voeren.

Een tweede reden is dat de meeste operaties plaatshebben in heterogeen samengestelde maatschappijen, waarin het centrale staatsgezag nog onvoldoende legitimiteit heeft verkregen. Sterker nog: de gewapende strijd heeft de vormen van machtsdeling tussen verschillende groeperingen en de patronageverhoudingen die binnen de maatschappij nog voor enige stabiliteit zorgden, dikwijls juist ondergraven. In zulke omstandigheden past voorzichtigheid ten aanzien van de haalbaarheid van het invoeren van westerse ideeën zoals een goed werkende democratie. De strijd betreft confrontaties tussen ongelijke partijen, waarin de militair zwakkere partij er juist belang bij heeft de vijandelijkheden zo lang mogelijk te rekken.

Dat voert de kosten op voor de militair sterkere partij en staat haaks op de wens om een conflict zo kort mogelijk te houden en af te sluiten met een militaire zege. Dit ondermijnt het draagvlak voor lang slepende complexe operaties.

Militairen zijn niet in staat een operatie op eigen houtje tot een succes te maken. Nodig is een geïntegreerde, veelomvattende aanpak waarin verschillende internationale organisaties, departementen, ngo’s en het bedrijfsleven hun rol spelen. In ons land vindt dit plaats onder de noemer 3D-benadering: Diplomacy, defence and development. Zo spant de diplomatie zich in voor het bereiken van een stabiele regio, zoals in het geval van Afghanistan via het stopzetten van het verlenen van steun aan de Talibaan vanuit Pakistan. Defensie draagt zorg voor de veiligheid en het inrichten van een effectieve en zich behoorlijk gedragende krijgsmacht. In Afghanistan vormen het opleiden van het Afghaanse leger en de Afghaanse politie het beste middel om de operatie te beëindigen. Niet-gouvernementele organisaties en het bedrijfsleven geven uitvoering aan het sociaal-economische ontwikkelingsbeleid.

Voor de operatie in Afghanistan betekent dit dat de NAVO niet op korte termijn succes kan boeken en Afghanistan onder applaus kan verlaten. Als bondgenoten moeten we ons vastberaden voorbereiden op een langdurige strijd die, in gezamenlijkheid met anderen, alleen met kleine stapjes gewonnen moet worden.

Het inzicht dringt zich op dat het overheersende type conflict – en ik gebruik nu de woorden van de voormalig plaatsvervangend opperbevelhebber van de NAVO, Rupert Smith – kan worden getypeerd als war amongst the people.

Onze militairen treden op te midden van de mensen, waaronder zich zowel onschuldige burgers als tegenstanders bevinden. De gevolgen hiervan zijn verstrekkend. Zo is het belangrijkste doel van de operatie niet langer de militaire overwinning, maar het scheppen van de voorwaarden voor het politieke proces, met als kern de genoemde staatsvorming. Ook is het niet per se verstandig zo veel en zo vaak mogelijk te vechten. Gedode onschuldige burgers kunnen immers de steun aan een operatie verminderen, waardoor het doel (bijv. het winnen van de hearts and minds van de bevolking) juist niet wordt bereikt.

Volgens Smith betekent dit paradigma van war amongst the people een radicale breuk met dat van de industriële oorlog, waarin een beslissende overwinning tot de mogelijkheden behoorde. Met Smith deel ik de opvatting dat we de consequenties van dit nieuwe paradigma nog maar nauwelijks hebben doordacht.

Zo wordt het steeds lastiger om recht te doen aan een onderdeel van de doctrine van de rechtvaardige oorlog, namelijk het maken van onderscheid tussen combattanten en onschuldige burgers. Het dwingt ons in elk geval om meer te investeren in inlichtingenvergaring en heel andere wapenwedlopen te winnen dan die tussen bermbommen en deze onschadelijk te maken.

Eimert van Middelkoop is minister van Defensie. Dit is een bekorte versie van de toespraak die hij vandaag hield op de AIV-Conferentie ‘Naar een ander buitenland’.

De gehele toespraak is te lezen op www.defensie.nl