Het progressieve meisje van de ARP

Het oudste lid van de senaat neemt afscheid. Maar Hannie van Leeuwen blijft waken over het sociale gezicht van haar partij. „Het CDA doet te weinig voor alleenstaanden.”

Hannie van Leeuwen: „Ik heb een hekel aan mensen die de Eerste Kamer als een erebaantje beschouwen.” Foto Roel Rozenburg Zoetermeer:29.5.7 Hannie van Leeuwen. © foto Roel Rozenburg vrouw in de politiek
Hannie van Leeuwen: „Ik heb een hekel aan mensen die de Eerste Kamer als een erebaantje beschouwen.” Foto Roel Rozenburg Zoetermeer:29.5.7 Hannie van Leeuwen. © foto Roel Rozenburg vrouw in de politiek Rozenburg, Roel

De kilometerteller tikt net iets boven de 120 wanneer Hannie van Leeuwen Den Haag nadert. Als de CDA-politica auto rijdt – ze wordt meestal gereden – doet ze dat zoals ze door het leven gaat: uitdagend. Volgende week neemt het oudste Nederlandse parlementslid (81) na twaalf jaar afscheid van de Eerste Kamer. Morgen kan ze tijdens het CDA-partijcongres gekozen worden in het partijbestuur.

Het sociale geweten van het CDA. Zo stond en staat Hannie van Leeuwen bekend. Daar heeft ze eigenlijk een beetje moeite mee, zegt ze. „Het wekte een enorm hoog verwachtingspatroon toen ik in de Eerste Kamer kwam. Bovendien veronderstelt het dat ik de enige binnen de fractie zou zijn met een sociaal gezicht. Dat is echt niet zo.”

Toch is haar sociale profiel de belangrijkste reden dat Van Leeuwen voor de senaat werd gevraagd. Dat zegt Tineke Lodders-Elfferich, in 1995 waarnemend voorzitter van het CDA. Het waren de tijden dat de partij „asociaal” werd genoemd vanwege de bevriezing van de AOW, herinnert Lodders zich. „De vraag was: ‘hoe kunnen we de imagoschade herstellen?’” Er moest worden gezocht naar volksvertegenwoordigers „die goed liggen”. Hannie van Leeuwen was volgens Lodders iemand met „een vertrouwenwekkend imago, vooral bij ouderen”.

Hoe komt ze aan dat imago? „Hannie roept niet alleen wat over sociale betrokkenheid, maar brengt dat ook echt in praktijk”, zegt Hans Klein Breteler, algemeen directeur van de Stichting Zorginstellingen Pieter van Foreest. Hij kent haar van het CDA, van de Nationale Kruisvereniging en van de sectie Verpleeghuizen van de Nationale Ziekenhuis Raad (van beide was Van Leeuwen voorzitter). Van Leeuwen bekleedde vele tientallen (neven)functies in het sociaal-maatschappelijke veld. Elke functie probeerde ze vol overgave in te vullen, zeggen diverse mensen die haar van dichtbij meemaakten.

In 1967 kwam Hannie van Leeuwen in de Tweede Kamer voor de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). „Het kamerwerk op zich vond ik eigenlijk best tegenvallen. Het was zo weinig concreet”, zegt ze over die periode. Het wethouderschap (Economische Zaken en Volksgezondheid) in haar woonplaats Zoetermeer was dat wél. „Als ik een idee had kon ik er de volgende dag meteen mee aan de slag. In de Kamer gaat dat veel langzamer.”

Willem Aantjes, oud-fractievoorzitter van de ARP en later van het CDA, roemt Van Leeuwen om haar dossierkennis. Hij had een goede relatie met haar, maar rond de vorming van het kabinet-Den Uyl in 1973 bekoelde die. Aantjes en zeven andere leden van de ARP-fractie verleenden hun steun aan dit progressieve kabinet. De overige zes fractieleden, waaronder Van Leeuwen, deden dat niet. Volgens Aantjes wekte het verbazing dat juist Hannie van Leeuwen tegen het kabinet-Den Uyl was. „Ze was toch dat progressieve meisje van de ARP?” Maar hij begreep het wel. Ze was loyaal aan de partijlijn, zegt hij. Door haar principiële houding liet ze in 1975 de kans lopen om staatssecretaris te worden. „Als je tegen een kabinet bent moet je er niet in gaan zitten”, vindt ze. Ze werd vicefractievoorzitter onder Aantjes. Hij vond haar „erg lastig en kritisch”. Aantjes: „We zijn twee harde koppen, maar we hebben het wel vier jaar samen volgehouden.”

In 1978 verliet Hannie van Leeuwen de Tweede Kamer. Er kwam een rechts kabinet en daar zat ze niet op te wachten. Ze vervulde diverse functies tot ze in 1980 voorzitter werd van het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (SVB), een functie die ze vijftien jaar zou bekleden. „Daar was ik helemaal op mijn plek. Zaken waar ik me al mijn hele leven mee bezighield, zoals de AOW, werden daar uitgevoerd.”

Een jaar na haar vertrek bij de SVB werd Van Leeuwen gevraagd voor de Eerste Kamer. En daar viel ze op door haar enorme gedrevenheid. Al vindt ze dat zelf niets bijzonders. Van Leeuwen heeft een „hekel aan mensen die de Eerste Kamer als een erebaantje beschouwen”.

Sinds 1999 is ze vicefractievoorzitter in de senaat en verdiept ze zich ook in andere onderwerpen. Niet iedereen waardeert dat, zegt Tineke Lodders. „Haar enthousiasme sloeg wel eens door. Sommigen dachten soms: ‘Hannie nu even dimmen. Je hoeft je niet overal mee te bemoeien.’”

Het ontbreken van een academische titel heeft Hannie van Leeuwen altijd als een groot gemis ervaren. Ze volgde ‘slechts’ de mulo in haar geboorteplaats Delft. In interviews zei Van Leeuwen dat ze verbaasd was dat ze geaccepteerd werd in de Eerste Kamer, „met al die geleerde koppen”. „Een beetje storend”, zegt SP-senator Tineke Slagter. „Want wat zegt nou een academische titel? Veel vrouwen van haar generatie hebben weinig gedaan met hun opleiding, terwijl Hannie wél veel heeft bereikt.” Slagter is een groot bewonderaar van Hannie van Leeuwen. Ze heeft volgens haar „iets moederlijks”.

Bij de wijziging van het zorgstelsel in 2005 speelde Van Leeuwen een belangrijke rol. Ze wist bij toenmalig minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) een groot aantal toezeggingen, onder meer op het gebied van patiëntenbescherming, af te dwingen. „Ze heeft een invloed uitgeoefend in de Eerste Kamer die er eigenlijk niet thuis hoort. Wat ze deed was formeel gezien geen amenderen, maar feitelijk gezien wél”, zegt Willem Aantjes.

Hannie van Leeuwen is een tegenstander van marktwerking in de zorg, maar ze heeft nooit overwogen om tegen de wet te stemmen. „Het was een van de kroonjuwelen van de hervormingsagenda van Balkenende. Het kabinet had er zo door kunnen vallen.” En dat wilde ze niet op haar geweten hebben. Ze is altijd loyaal aan de partij geweest, hoewel ze aanvankelijk tegen oprichting van het CDA was. „Ik houd van die partij”, zegt ze nu.

Ze is wel kritisch op de partij. Ze vindt dat het CDA te weinig doet voor alleenstaanden en te veel hamert op ‘het gezin als hoeksteen van de samenleving’. Van Leeuwen trouwde nooit en kreeg geen kinderen, al had ze beide wel gewild. Haar huis hangt vol met foto’s van neven en nichten. In de huiskamer staat een tafeltje met lego, in haar werkkamer een box.

Ze mist binnen het CDA soms diepgaande discussies over het evangelie, al is ze zelf ook minder kerkelijk geworden door een voorval op oudejaarsavond, een aantal jaren geleden. „Ik voelde me enorm beledigd door de dominee, die helemaal op de gezinstour ging. Toen vroeg ik me af: hoor ik hier nog wel thuis?”

Volgende week komt er een einde aan de lange carrière van Hannie van Leeuwen in het Nederlandse parlement. Mochten de leden morgen kiezen voor een jongere kandidaat voor het partijbestuur (Kees de Kok, red.): „Even goede vrienden”. Als Van Leeuwen vreest dat het sociale aspect binnen het CDA in het geding komt, zal ze „niet te beroerd zijn om aan de bel te trekken”. Of ze nou in het bestuur zit of niet.

    • Brian van der Bol