Geen stille genieter

Jan Eilander: What’s on a man’s mind? Thomas Rap, 208 blz. € 12,90

‘Wij Eilanders zijn geen praters’, schrijft Jan Eilander, op bladzijde 47 van What’s on a man’s mind. Dat is een verrassende mededeling voor wie de voorafgaande 46 bladzijden las. Is deze openhartige verteller geen prater? ‘En al helemaal niet over zielenroerselen’, voegt hij er nog aan toe. Alleen al de titel van de bundel is met deze uitspraak in strijd en ook het karakter ervan: een aaneenschakeling van persoonlijke ontboezemingen. De wens om een zwijgzame, gesloten indruk te maken lijkt mij hier de vader van de gedachte, – een vergeefs verlangen naar stille wateren en diepe gronden.

Eilander, die eerder een paar jeugdromans schreef, omschrijft zichzelf als een ‘hoofdman’. Via internet, televisie, straat en café doet hij informatie op, die zich voegt bij wat er in zijn hoofd al aanwezig is. Al dat materiaal dat ‘ongevraagd oppopt’, al die ‘mooie herinneringen, pijnlijke voorvallen, ideeën en ideetjes, maatschappelijke vraagstukken, en vooral ontelbare files Trivia’, ziet hij als een bron van inspiratie.

Aan maatschappelijke vraagstukken komt Eilander in What’s on a man’s mind niet toe. Zijn ideeëngoed komt ook niet echt uit de verf. Wel is er volop ruimte voor herinneringen en voor een stortvloed aan alledaagse ervaringen en gebeurtenissen. Een bezoek aan Walibi met zijn zoontje doet hem terugdenken aan het voormalige Flevohof in Dronten, waar hij ooit wekelijks kwam. De stacaravan op camping Geversduin, waar hij met vrouw en kind de weekends een tijdlang doorbrengt, omschrijft hij als ‘een hel’. Het vakantiehuisje in de polder dat ervoor in de plaats komt, wordt daarentegen juist ‘een hit’, ook al is hij eigenlijk een ‘bebouwdekommer’. Ook onderhoudt hij zijn lezers over zijn overgewicht. ‘Ik hoef een gehaktstaaf maar aan te kijken’, zo schrijft hij stoer, ‘of hij heeft zich al in mijn buikwand en taille ingebigd’. Steeds slaat hij een jolige toon aan, of hij het nu heeft over de door zoonlief veronachtzaamde huisdieren Kobus, Harrie, Hammie en Borrie, over de onfortuinlijke reis naar de Dominicaanse Republiek waar hij en zijn vrouw ‘gefokt’ van terugkeren, over zijn plotseling opkomende (en even plotseling weer verdwijnende) ‘gigantische midlifecrisis’, of over het teamleiderschap van de D2 van voetbalclub SDZ, waar zoon David lid van is.

Wat is het beeld dat uit de ontboezemingen van Eilander oprijst? Een opgewonden standje, zo lijkt het. Iemand die soms zomaar met koffiekopjes en bierflesjes begint te smijten. Een macho met een klein hartje, die huilerig wordt als hij de ‘Zuiderzeeballade’ hoort of ‘Manuela’ van Jacques Herb. Geen stille genieter, eerder een flapuit. Een man van veel woorden. Een oud wijf misschien ook wel.