Een van de pareltjes uit ‘Theorieboek Rijbewijs B’

‘Een middenasaanhangwagen die een toegestane maximummassa heeft van niet meer dan 1.500 kilo en die niet is voorzien van een losbreekreminrichting, moet zijn voorzien van een hulpkoppeling.”

Een van de pareltjes uit Theorieboek Rijbewijs B, een boek waar ik de afgelopen week veel in gelezen heb. Ach, iedereen weet dat de Nederlandse verkeersregels volstrekt belachelijk zijn, en vooral gaan over excentrieke zaken als woonerven en militaire colonnes, en het liefst militaire colonnes die over woonerven rijden. Ik weet daar nu alles vanaf. Ook weet ik hoeveel kilo stenen je in een aanhangwagen uit 1983 mag vervoeren, en of je een man van vijftig met een beige jack in een rolstoel wel of niet mag aanrijden als hij op de provinciale weg oversteekt bij schemering of ijzel.

Ja, dat weet ik allemaal.

Het probleem is: ik weet ook een heleboel dingen niet, want het Nederlandse verkeer kent zo verschrikkelijk veel regels dat het onmogelijk is om ze binnen één mensenleven uit je hoofd te leren. (Uit mijn hoofd, tenminste.)

Toch reisde ik gisteren af naar het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. In de wachtruimte begreep ik hoe de hel eruit moest zien: een tl-verlichte hal met honderden achttienjarigen die vieze koffie drinken en elkaar constant de volgende vraag stellen: „Hé Jeffrey, wat is de maximaal toegestane lengte van een gelede autobus?” Als deze mensen het konden, dan kon ik het ook, probeerde ik mezelf op te peppen. Maar dat was juist het erge van het theorie-examen: het was waarschijnlijk het sufste examen dat ik ooit ging doen, maar ook het moeilijkste. „Dat leer je in één avond”, hadden anderen echter gezegd. En: „Zelfs de allerdomsten hebben het gehaald!” Als ik dit niet kon, was de boodschap, was ik dommer dan de allerdomsten.

Tijdens het examen zat ik naast een vrouw die al zo vaak was gezakt dat ze alle examinatoren kende. Aan het meisje achter ons vertelde ze: „Die ene vrouw gaat altijd heel erg op en neer lopen. Maar die kale man is ook erg. Die kijkt je altijd aan alsof je spiekt! En die met die snor...” Terwijl ze verder babbelde, dwaalden mijn gedachten af naar het hulpkoppelingsbreekinrichtingmechanisme.

De vrouw haalde het niet. „Tot snel dan!”, zei ze vrolijk tegen de examinator. Ik haalde het ook niet. Het CBR is erger dan de hel: je kunt er meerdere malen belanden.