Verbied doping niet, ontwikkel het verder

Het gebruik van doping is een steeds groter probleem in de sportwereld.

Uitbannen heeft geen zin. Perfectioneer de techniek om doping toe te passen.

Bjarne Riis, winnaar van de Tour de France in 1996, heeft bekend dat hij het evenement niet had kunnen winnen zonder het gebruik van prestatiebevorderende middelen. Wat we al wisten sinds Tom Simpson, die in 1967 stierf tijdens de klim op de Mont Ventoux, heeft een dappere en gewetensbezwaarde Deen nu openlijk toegegeven.

Tijdens de Olympische Spelen van 1988 in Seoel zochten de wijze en grijze heren van het Internationaal Olympisch Comité een zondebok om hun standpunt ten aanzien van stimulerende middelen naar de rest van de wereld te communiceren. Wie konden ze daar beter voor slachtofferen dan Ben Johnson? De winnaar van de 100 meter sprint had immers veel minder marketingwaarde dan legende Carl Lewis. Laatstgenoemde won daardoor alsnog de gouden medaille.

En wat gebeurde er toen Ian Thorpe zich twee maanden geleden definitief terugtrok uit het wedstrijdzwemmen en daardoor de verwachte tweestrijd tussen hem en Michael Phelps – een marketingdroom – op de WK zwemmen in Melbourne (Australië) niet doorging? De aandacht van de sportwereld werd verlegd door Thorpe overhaast van dopinggebruik te beschuldigen. Onterecht, bleek later.

Is dit cynisme ten aanzien van doping in de commerciële topsport? Ja. Ik bén cynisch over het wereldwijde gevecht van dopingridders tegen de dreiging die geen gezicht en geen kasteel heeft.

De vraag die zelden gesteld wordt, is waarom sporters doping gebruiken. De hoofdreden is dat er zeer veel partijen belang hebben bij het doorlopend verhogen van de prestatiegrenzen. Immers, zonder records geen sensatie en zonder sensatie geen hoge kijkcijfers. En zonder hoge kijkcijfers geen hoge advertentie-inkomsten, geen stijgende sponsorgelden, geen premies en lucratieve managementcontracten voor de atleten. En daardoor: geen exposure voor de sport. Zonder exposure daalt ook de aanwas van nieuwe beoefenaars, wat de sport weer minder concurrerend maakt. En als de records dan wegblijven, leveren dopingbeschuldigingen de kranten en televisiekanalen nog altijd de broodnodige vulling van kolommen en primetime news slots op.

Laten we gewoon eerlijk zijn: commerciële topsport is commerciële topsport. Daar wordt geld mee verdiend, veel geld. En zoals dat vaak gaat met menselijke prestatiedrang, om de concurrentie te verslaan gaat men over lijken.

Onderzoek heeft aangetoond dat het merendeel van jonge atleten bereid is om (op lange termijn) levensbedreigende middelen te gebruiken als dit de kans op Olympisch of WK-goud significant vergroot. Topsport is een groot testlaboratorium voor de farmaceutische industrie en in toenemende mate voor de genetisch-medische industrie. Het dient immers een doel: prestaties verbeteren om zo meer geld te verdienen. Daar hebben alle partijen baat bij.

De oplossing voor de problemen rondom doping ligt dus niet in het verbieden en uitbannen ervan. Dat is onmogelijk. De oplossing is om samenwerking tussen de verschillende onderzoekers in diverse takken van de wetenschap te bevorderen. Om alle ontwikkelingen in kaart te brengen, en prestatieverbetering te zien in een breder maatschappelijk perspectief.

Als we nieuwe, genetisch sterkere en voedzamere gewassen kunnen kweken, zullen we uiteindelijk ook nieuwe knieën, enkels en zelfs ledematen kunnen bouwen die het werkende leven van een topsporter aanzienlijk zullen verlengen. Knieband gescheurd? Dan gebruiken we toch stamcellen om nieuw weefsel klaar op de kweek te hebben. Is dat doping of gebruikmaken van beschikbare medische kennis?

Ontwikkelingen in de nanotechnologie zouden ons uiteindelijk misschien zelfs in staat kunnen stellen om lichaamsvreemde stoffen (doping) op atoomniveau in elk menselijk lichaam te identificeren. Of om lichaamseigen stoffen op atoomniveau te (her)rangschikken om zo de genezing of versterking van weefsel en orgaanfuncties te verbeteren. Pas dan zullen we weer eerlijk – iedere sporter met dezelfde dosering prestatiebevorderende middelen in het lichaam – de competitie tegen elkaar aan kunnen gaan. De gevolgen van een dergelijke revolutie zijn nog niet te overzien. Maar het zorgt wel voor een bredere en meer relevante discussie ten aanzien van dopinggebruik in de sport.

Prof. dr. Hans Westerbeek is hoogleraar Sportmanagement aan de La Trobe University in Melbourne (Australië) en auteur van diverse boeken over sportmanagement en marketing.

Lees alles over de dopingaffaires in het sportdossier ‘Doping’ via nrc.nl/sport