Tribunaal over Hariri kan Libanon sterk destabiliseren

De VN richten een tribunaal op om de verdachten van de moord op de Libanese oud-premier Hariri te berechten. Het zou kunnen leiden tot een nieuwe geweldsronde in Libanon.

In Libanon zijn meer leiders vermoord dan alleen oud-premier Rafiq Hariri – president Bashir Gemayel (1982), premier Rachid Karami (1987), president René Moawad (1989). In alle gevallen werd Syrië verdacht, maar de organisatoren zijn nooit gepakt, laat staan berecht. Het was burgeroorlog, Syrië was ongrijpbaar, de internationale interesse was onvoldoende.

Maar de internationale constellatie is doorslaggevend veranderd; al was het maar omdat de Verenigde Staten de enige overgebleven supermacht zijn en Syrië wat Washington betreft nu een buitengewoon hinderlijke schurkenstaat is. Daarom besloot de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties vannacht in een bindende resolutie tot de oprichting van een internationaal tribunaal dat de breinen achter de moord op de anti-Syrische ex-premier Rafiq Hariri in februari 2005 moet berechten, evenals die, in principe, van 14 latere politieke aanslagen. Ook van de moord op Hariri werd Syrië direct beschuldigd. Het tribunaal wordt Libanon opgelegd omdat de pro-westerse regering het wel steunt, maar parlementaire ratificatie onmogelijk is gebleken. Die verdeeldheid wekt tegelijk angst voor destabilisering en mogelijk zelfs een nieuwe ronde burgeroorlog.

Er zijn al vier prominente verdachten voorhanden. Op aanwijzing van de toenmalige hoofd van het VN-onderzoek naar de zaak-Hariri, de Duitser Detlev Mehlis, werden in augustus 2005 vier pro-Syrische Libanese generaals gearresteerd, de ex-chefs van de drie Libanese veiligheidsdiensten en de commandant van de presidentiële garde. Mehlis zei in december 2005, kort voor zijn aftreden, er niet aan te twijfelen dat de Syrische regering zelf uiteindelijk verantwoordelijk was. Hij zag ook verbanden met latere aanslagen.

Of Syrische leiders ook zullen terechtstaan, is zeer de vraag. Syrië ontkent in alle toonaarden betrokkenheid bij de moord(en). In reactie op het besluit van de Veiligheidsraad liet het gisteren weten niet met het tribunaal te zullen meewerken. Het VN-onderzoek, nu onder de in vergelijking met Mehlis zwijgzame Belg Serge Brammertz, is nog niet afgerond. Brammertz heeft gezegd niet met namen te zullen komen.

Libanese en buitenlandse critici maken zich grote zorgen dat de Syrische reactie niet beperkt blijft tot een weigering met het tribunaal mee te werken. De vijf leden van de Veiligheidsraad die zich van stemming onthielden, wezen op de fragiele toestand in Libanon. De anti-Syrische, sunnitisch-christelijke regering van premier Siniora is al maanden verwikkeld in een machtsstrijd tegen de door Syrië gesteunde, fundamentalistisch-shi’itische organisatie Hezbollah plus christelijke bondgenoten.

Syrië werd op de golf van verontwaardiging in en buiten Libanon na de moord op Hariri gedwongen zijn bezettingsmacht na 30 jaar uit Libanon terug te trekken. Maar de Syrische invloed ging verder dan de aanwezigheid van het leger, zoals de arrestatie van de vier Libanese generaals in verband met de moord op Hariri aangeeft. Nog steeds worden Syrische belangen in Libanon behartigd door Libanezen op sleutelposten: de shi’itische parlementsvoorzitter Berri, die weigerde het parlement bijeen te roepen voor ratificatie van het tribunaal, de christelijke president Lahoud, die de regering-Siniora als illegaal bestempelt en haar instemming met het tribunaal dus ook, door Hezbollah.

Anti-Syrische Libanezen zijn bang dat het niet bij politieke obstructie blijft, maar dat Libanon nu een tijd van toenemende aanslagen en andere destabilisatiepogingen ingaat. De terreuractiviteit van de moslimextremistische groep Fatah al-Islam die zich enkele maanden geleden in het Palestijnse vluchtelingenkamp Nahr al-Bared in Noord-Libanon verschanste, wordt door hen rechtstreeks toegeschreven aan Syrië. In dit verband klinkt de Syrische reactie van gisteren onheilspellend: dat het tribunaal de situatie in Libanon verder kan destabiliseren.