Suriname twijfelt: China of Taiwan

China en Taiwan dingen beide met ontwikkelingshulp naar de gunst van Suriname.

Een klein land als Suriname heeft dan al snel een loyaliteitsprobleem.

In Suriname is groot tumult ontstaan over het aanbod van Taiwan om het land een miljard dollar aan ontwikkelingshulp te geven in ruil voor, wat Taiwan noemt, een ‘vriendschapsband’.

Taiwan is een waar charmeoffensief begonnen voor internationale erkenning, tot grote ergernis van China. Daartoe is in Paramaribo een stichting in het leven geroepen, de Surinam-Taiwan Friendship Foundation, die aanvankelijk kleinschalig opereerde met schenkingen aan kindertehuizen.

Maar juist nu hogere Chinese leiders Suriname aandoen – enkele weken geleden kwam de derde man van de communistische partij naar Suriname, volgende week arriveert de vicepresident van China – is het offensief opgevoerd: op de commerciële televisiezenders verschijnen filmpjes waar in tien minuten de glorie van Taiwan uit de doeken wordt gedaan. De wolkenkrabbers, de snelwegen, de economische bloei, maar vooral de democratie en de vrijheid.

Een klein land als Suriname verkeert dan al gauw in een dilemma. Sinds enkele jaren geeft China steun aan Suriname voor landbouw en visserij en de infrastructuur, met name het asfalteren van de wegen in Paramaribo en de bouw van een sporthal. Dat heeft grote indruk gemaakt in Suriname. Maar tegelijk met de hulp arriveerden veel Chinese migranten, niet alleen arbeiders voor het asfalteren van de wegen, maar ook ondernemers die supermarkten begonnen.

Je hebt tegenwoordig op elke hoek van de straat een Chinese winkel, die goedkope waren aanbiedt en tot laat openblijft. De vrouwen achter de kassa’s spreken geen Surinaamse talen. In het Surinaamse parlement is openlijk geklaagd over de onaangepastheid van deze migranten, die de banen van Surinamers overnemen.

Tot 1971 heeft Suriname Taiwan erkend, maar toen China in dat jaar officieel toetrad tot de Verenigde Naties, ging Suriname mee met de meerderheid van landen: men erkende de One China Policy, die uitdrukt dat Taiwan een afvallige provincie is.

En nu legt Taiwan dus een miljard op tafel om dat Een-China-Beleid van tafel te vegen. Dat miljard is aanzienlijk meer dan China tot nu toe aan Suriname heeft gegeven, en is bovendien vrij besteedbaar.

Een zeer aanlokkelijk bod, dat Suriname bijna niet kan afslaan. Maar de regering heeft tot nu toe op verrassende wijze voet bij stuk gehouden: een Een-China-Beleid is afgesproken, en we houden ons aan de afspraak, zei minister van Buitenlandse Zaken Lygia Kraag-Keteldijk onlangs. Maar tot ieders verbazing zei de minister van Planning en Ontwikkeling Rick van Ravenswaay dat als Taiwan betere perspectieven biedt, daar rationeel over gepraat moet worden.

De kwestie is vorige week geëscaleerd, toen de actualiteitenrubriek van de Surinaamse Staatstelevisie STVS, ‘Suriname Vandaag’, aandacht wilde schenken aan het dilemma. Eerst werd de Chinese ambassadeur geïnterviewd over de vraag of China het Een-China-Beleid als voorwaarde stelt voor hulp. De ambassadeur ontkende. In straatinterviews vonden vrijwel alle burgers dat het land dat miljard van Taiwan maar moest aannemen. Want wat heeft China Suriname nou eigenlijk gegeven? Vooral onaangepaste migranten, die in de volksmond ‘wilde Chinezen’ worden genoemd (in tegenstelling tot de vroegere migranten uit China, die ‘beschaafde Chinezen’ heten).

De programmamakers kregen een telefoontje van vicepresident Ram Sardjoe met het dringende verzoek het programma niet uit te zenden, wat ook niet gebeurde. De woedende conclusie van de Surinaamse Vereniging van Journalisten was dat Suriname niet alleen het Chinese buitenlandse beleid overneemt, maar ook het Chinese persbeleid.

Lees het weblog van Anil Ramdas: www.nrc.nl/paramaribo