Spaans water, Hollandse klei

nrc.next doet dagelijks verslag van de eindexamens

Aardrijkskunde (havo) door de ogen van Philip de Witt Wijnen – examenjaar 1989 (Gymnasium), cijfer 8

Hoe precies, dat weet ik niet meer. Maar ik haalde destijds een voor mijn doen ongekend hoog cijfer voor mijn examen aardrijkskunde – dat ben ik niet vergeten. Een 8,3, waardoor ik op mijn eindlijst een 8 scoorde.

Behalve over de vraag hoe ik aan dat hoge cijfer was gekomen, brak ik mij de laatste weken – als enige voorbereiding op het examen van vandaag – het hoofd over de vraag wát we hadden geleerd bij dat vak, en wat we ervan moesten onthouden bij het eindexamen.

Ik herinner me onze sympathieke leraar, de heer Van Puffelen, die tijdens elk laatste lesuur voor vakanties zijn stugge lessen kleur gaf door ons zijn vakantiekiekjes te tonen. Eindeloze diaseries van zijn reizen door de Ardèche (meanderende rivier, kalkstenen rotsen), de Eiffel (dode vulkanen uit het Tertiair) en de Peel (hoogveen). Af en toe stond mevrouw Van Puffelen ook op de foto.

Zou ik het met die herinneringen redden bij het examen van vandaag?

Niet echt.

Blijkt al uit de waarschuwing boven de 33 vragen. „Je kunt dit examen maken met de 52ste druk of met de 51ste druk van de atlas.” Dat zal wel de Bosatlas zijn, maar waar haal ik die zo snel vandaan? De Bosatlas online gaat blijkens de website pas in augustus in de lucht. Op onze Amsterdamse redactie tref ik enkel de klassieke Bartholomew World Atlas (12de editie, 1982) en The Times Atlas of the World (9de editie, 1992). Daar staat de kaart ‘Centrale plaatsen en verzorgingsgebieden’ niet in, die nodig is om bij opgave 4 uit te leggen dat Steenwijk een ‘tertiair regionaal centrum’ is, waarvan het verzorgingsgebied de gemeentegrenzen overstijgt (beide antwoorden goed voor 3 punten).

Op de vraag hoeveel neerslag er in Zuidoost-Spanje valt, moet ik dus ook het antwoord schuldig blijven. Net als bij de vraag in welke maanden er een neerslagtekort in De Bilt is. Frustrerend, want dat moet op de waterbalans van kaart 43M gemakkelijk zijn te zien.

Bij eenderde van de 33 examenvragen noteer ik een kruisje.

Wel bruikbaar voor de leek, die ik achttien jaar na dato weer blijk te zijn, is het bijgevoegde Bronnenboekje. Gevuld met statistieken, kaarten en krantenartikelen geeft dat de nodige aanwijzingen bij tal van vragen. Bijvoorbeeld bij opgave 2 over ‘Gemeentelijke herindeling’, een actueel en emotioneel onderwerp. Het geeft nog maar eens aan dat een gedateerde of internationale wereldkaart niet helpt. Want gemeenten als Wijdemeren en Waterland staan daar natuurlijk al helemaal niet op.

Schokkend is opgave 1 over de handel van de ACP-landen met de Europese Unie. Zo je al uit het hoofd weet waar ACP voor staat – gelukkig staat het erbij – zou je toch denken bij het eindexamen economie te zijn beland.

Conclusie van mijn middagje zweten is dat het eindexamen aardrijkskunde niet te maken is met algemene kennis, of met kennis die er ooit is ingeramd. De stof is specifiek en zal bij de meeste leerlingen door goed opletten en noeste studie zijn opgedaan.

Benieuwd of bij de leerlingen al die kennis over de Ebrodelta in Spanje, het zeekleilandschap in Noord-Nederland of de suburbanisatie van Eemland over achttien jaar nog is blijven hangen.