Snuffelen aan de auto

Bij de keus voor een nieuwe auto speelt geur een belangrijke rol. Autofabrikanten laten daarom via de reuk interieurmaterialen van nieuwe auto’s testen. Niet overdreven vinden ze, want „een nieuw model kan zo maar naar zweet stinken”.

Heiko Lüssmann-Geiger is als chemicus verbonden aan het laboratorium van Audi in Ingolstadt. Niet direct een functie die men met de auto-industrie associeert, maar wel één die tot de verbeelding spreekt. Lüssmann-Geiger is namelijk de ‘opperneus’ van een zeskoppig team dat bij Audi sinds 1985 in het leven is geroepen om zich specifiek bezig te houden met de geur van nieuwe modellen van Audi.

In die hoedanigheid besnuffelen Lüssmann-Geiger en zijn team dagelijks substanties die deel uit maken van bijvoorbeeld een stuurwiel, dashboardkastje of stoelbekleding. Materiaal van zo’n 500 bouwonderdelen wordt in weckglazen gedaan en vervolgens twee uur lang tot 80 graden Celsius verhit. Daarna begint de keuring, waarbij ieder teamlid het deksel optilt, kort aan het geopende glas snuffelt en het doorgeeft aan de volgende ‘neus’.

Iedere tester schrijft zijn punten vervolgens op en het gemiddelde vormt tenslotte het resultaat, waarbij het cijfer 1 voor ‘geurloos’ staat en 6 voor onverdraaglijk. Ook complete bouwdelen zoals dashboards worden in een speciale warmtekamer op geur onderzocht. Is de auto bouwklaar, dan wordt de geurbeleving van de totale wagen steekproefsgewijs getest. Het team stapt dan in een verhitte auto om te kijken of de verschillende onopvallende geuren samen geen onaangename geur veroorzaken.

Het geurteam onderzoekt of niet goed ruikende stoffen moeten worden vervangen door aangenaam ruikend materiaal. Kunststofdelen die in de brandende zon een chemisch luchtje veroorzaken of leer dat naar visolie walmt wordt bij het Duitse merk onmiddellijk verwijderd. Net als stoffen die na verhitting uitstoot veroorzaken die een gezondheidsrisico kunnen veroorzaken.

Aan het team worden hoge eisen gesteld. Is een lid bijvoorbeeld verkouden, dan is werken onmogelijk. De geurcellen op het slijmvlies zijn dan al ‘bezet’ en daar helpt geen neusspray tegen. Ook rokers mogen geen lid worden van het team en aan de persoonlijke hygiëne worden zeer hoge eisen gesteld.

Lüssmann-Geiger: „Want is het teamlid naast je niet okselfris, of heeft degene handcrème, een geurende zeep of parfum gebruikt, dan kunnen we de geuren van de auto niet goed meer beoordelen. Dat gaat dus niet.”

Als ‘opperneus’, zoals Lüssmann-Geiger zichzelf gekscherend noemt, heeft hij workshops gevolgd in de parfumindustrie. Niet om specifieke geuren aan de materialen van Audi toe te voegen, maar om zichzelf te trainen in het herkennen van zoveel mogelijk verschillende geuren. En om te oefenen zich niet te laten beïnvloeden door kleuren.

Lüssmann-Geiger: „Men is namelijk van nature geneigd om de geur van citroen in een geel testglaasje sterker te ervaren dan dezelfde geur in een rood glaasje.” Dat oefening kunst baart, ondervond zijn geurteam enige tijd geleden toen het een zeer storend geurelement in een nieuw model ontdekte. Lüssmann-Geiger: „Bepaalde rubberdelen uit de portierafdichtingen van een nieuw model bleken naar zweet te stinken. Toen we het ontdekten, waren er gelukkig pas een paar honderd van geproduceerd. Uiteindelijk vonden we het voorval erg grappig. Het was net of iedere bijrijder dringend deodorant nodig had.”

In de auto-industrie, waarbij de gevestigde merken elkaar in kwaliteit nauwelijks ontlopen, wordt de factor ‘beleving’ steeds belangrijker. Daarom worden niet alleen aan design en comfort de hoogste eisen gesteld, maar ook aan geurbeleving.

Bij Volkswagen is wel eens overwogen om, net als in de supermarkt aan bepaalde artikelen, geuren toe te voegen om de verkoop te stimuleren. Lüssmann-Geiger. „Maar daarbij stuitte men meteen op het grote probleem: welke geur bevalt iemand? Wat 40 procent van de kopers fantastisch vindt ruiken, kan 60 procent vreselijk vinden. Wij willen onze klanten eenvoudigweg niet lastig vallen met geuren en proberen onze wagens zodoende neutraal en hoogwaardig te laten ruiken.”

Het bereiken van een aangename geur is echter moeilijk, is de ervaring van Lüssmann-Geiger: „Een Audi ruikt een beetje zwaar in de positieve zin van het woord. Dus niet lieflijk, maar serieus. En misschien een beetje houtachtig of naar duur leer. Hoewel het natuurlijk altijd een mix van geuren betreft.”

Ook de Franse merken Renault en Peugeot benaderen het probleem van de geur uiterst serieus. De plasticgeur mag van de Fransen niet overheersen, maar moet net genoeg zijn om de klant de zo specifieke ‘nieuwe-auto-geur’ te laten beleven.

Peugeot onderscheidt zich, als de klant ervoor kiest de auto met deze optie te laten uitrusten, met een speciale ‘parfumeur’. Deze houder, die wel iets weg heeft van een Senseo-padhouder, kan als extra worden besteld. Met geurpads kan een lavendel- of pepermuntgeur in de auto worden verspreid.