Scheep mantelzorgers niet af met een fooi

Nederland kent een grote groep zwaarbelaste mantelzorgers. Voor hen is de 250 euro die het ministerie Van Volksgezondheid in november wil uitdelen, geen enkele oplossing, vinden Werner Brouwer en Job van Exel.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport meldde onlangs trots dat mantelzorgers rond 10 november, op de ‘Dag van de mantelzorg’, een uitkering krijgen van maximaal 250 euro. Dit na druk uit de Tweede Kamer (motie-Van der Vlies) om meer waardering voor mantelzorgers te tonen. Een mantelzorger is iemand die zorg biedt aan familieleden of vrienden, aan mensen die zorg nodig hebben. De meesten doen dit onbetaald.

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) is aangewezen als de uitvoerder van de regeling, waarvoor maar liefst 65 miljoen euro is gereserveerd. Waarschijnlijk zullen mantelzorgers die langer dan zes maanden zorg verlenen, een bedrag ontvangen. De gift is vast sympathiek bedoeld, maar wij vinden dit niet de meest zinvolle besteding van het geld.

Maar laten we met de positieve kant beginnen. De toenemende aandacht voor mantelzorg is zeker toe te juichen. Mantelzorg is namelijk een onmisbare aanvulling op de formele gezondheidzorg, zeker voor ouderen en langdurig zieken. Het Sociaal en Cultureel Planbureau becijferde dat nu al zo’n driekwart miljoen mensen langer dan drie maanden en meer dan acht uur per week zorg verlenen aan iemand uit hun omgeving. Vaak betreft het mensen die voor hun hulpbehoevende partner zorgen. Of het gaat om kinderen die voor hun bejaarde ouders zorgen. Mantelzorg wordt vaak zeer op prijs gesteld door de zorgontvanger: een vertrouwd persoon levert hem zorg in zijn vertrouwde omgeving. Ook de mantelzorger ontleent er vaak veel voldoening aan. De beloofde 250 euro is in zo’n geval een leuke meevaller, maar niet meer dan dat.

Maar zo zonnig is het niet altijd. De zorgtaken kunnen ook heel belastend worden voor de mantelzorger, vooral als het lang duurt en heel intensief is. Amerikaans onderzoek laat zien dat mantelzorg zo zwaar kan zijn, dat het vroegtijdig overlijden tot gevolg heeft. Ook in Nederland is er een grote groep zwaarbelaste mantelzorgers. Onderzoek van het Erasmus MC laat zien dat tweederde van de mantelzorgers die zich bij een Steunpunt Mantelzorg hadden aangemeld, zeven dagen per week zorg verleenden. Gemiddeld besteedde men zeven uur per dag aan zorgtaken en was men zwaar belast. Meer dan de helft zorgde al langer dan vijf jaar en een op de vier zelfs al langer dan tien jaar voor een hulpbehoevende.

Bij deze mantelzorgers kan het water tot de lippen staan. Zonder ondersteuning bestaat het risico dat deze mantelzorgers hun taak niet volhouden. Hun zorgtaken worden dan door professionele hulpverleners overgenomen, wat vaak opname in een tehuis betekent. Of de mantelzorger wordt zelf zorgbehoevend. In die gevallen is ondersteuning van groot belang. Voor deze groep is 250 euro volstrekt geen oplossing.

Meer formele ondersteuning van deze zwaarbelaste mantelzorgers is geboden. De ontwikkeling van ondersteuningsprogramma’s is hierbij essentieel, want die staan nog in de kinderschoenen. Mantelzorgers moeten het gevoel krijgen dat zij er niet alleen voor staan, maar dat er als het nodig is, adequate ondersteuning bestaat.

Daarnaast is het belangrijk om regelingen te treffen om mantelzorg aantrekkelijker en vooral ook geaccepteerd te maken. Het CBS berichtte onlangs dat veel werkende mantelzorgers geen beroep doen op bestaande regelingen, waardoor ze vrij kunnen krijgen om zorgtaken te vervullen. Vaak staat de werkdruk dit niet toe.

Het geld dat nu wordt uitgegeven om vele mantelzorgers 250 euro te geven had beter voor deze doelen kunnen worden ingezet.

Werner Brouwer en Job van Exel zijn als gezondheidseconomen verbonden aan het iBMG van het Erasmus MC.