Sarkozy neemt nu al het voortouw in Europa

De nieuwe Franse president Nicolas Sarkozy laat er geen gras over groeien. Hij wil Europa uit het slop te trekken. Zijn aanpak verschilt echter niet veel van de benadering die hij al voor zijn presidentschap voorstond.

Hij had de Franse terugkeer in Europa aangekondigd, en nu kan iedereen zien wat hij bedoelde. Nog geen maand is de Franse president Nicolas Sarkozy gekozen, of hij heeft zich nadrukkelijk vooraan gemeld in de Europese politiek. Met een zeker aplomb verkondigt hij sinds enkele weken in Brussel en andere Europese hoofdsteden wat zijn topprioriteit voor Europa is: „Proberen uit de institutionele blokkade te komen” waarin Europa verkeert sinds het Franse en Nederlandse nee tegen de Europese Grondwet in 2005.

Na ontmoetingen met Blair, Merkel, Commissievoorzitter Barroso en Prodi bezoekt Sarkozy vanmiddag de Spaanse premier Zapatero om te praten over een ‘Vereenvoudigd Verdrag’, dat in zijn ogen het alternatief moet worden van de Europese Grondwet. In Madrid ging de Nederlandse premier Balkenende hem gisteren voor. Polen komt voor Sarkozy later aan de beurt. De kleintjes en middelgroten zoals Nederland, krijgen geen bijzondere aandacht.

De plotselinge Franse activiteit – na het nee, en twee jaar stilte onder Chirac - zou ergernis in Europa kunnen wekken. Bijna zou je vergeten dat ook de Duitse bondskanselier Angela Merkel elke dag ontvangt, polst en smeedt aan een compromis. Duitsland wil immers, als huidig voorzitter van de EU, op de Europese top van 21 en 22 juni de impasse doorbreken. Maar geen nood. Het welslagen van het Duitse voorzitterschap is óók een prioriteit van president Sarkozy, verzekert hij.

De boodschap is duidelijk. Het nieuwe Frankrijk wil zoals vanouds de toon zetten in Europa. Dat is de terugkeer die Sarkozy op de avond van zijn verkiezing op 6 mei aankondigde. Het nee per referendum luidde achteraf een tussenfase van Franse bescheidenheid in, die Sarkozy nu heeft afgesloten.

Anders dan het Nederlandse kabinet rechtvaardigt hij zich in het Europese krachtenveld niet met de noodzaak de publieke opinie in eigen land tevreden te stellen. Sarkozy heeft een grotere ambitie. Uit het Franse en Nederlandse nee heeft hij een Europese les getrokken: Europa moet zijn burgers beschermen, en mag niet „het paard van Troje van de globalisering” zijn.

Die conclusie is in Europa niet onomstreden en zal nog voor genoeg complicaties zorgen. Maar Sarkozy zoekt niet het ideologische conflict op – pragmatische oplossingen staan voorop. Hij profiteert daarbij van de strategische koppeling die hij al ruim voor zijn verkiezing maakte: voor een ‘vereenvoudigd verdrag’ is geen nieuw Frans referendum nodig. Een nieuw Frans referendum zou „Europa om zeep brengen” als het weer op een nee uitliep. Alleen al dat maakt Sarkozy’s alternatief aantrekkelijk.

[Vervolg Sarkozy: pagina 5]

‘Meer macht voor grote EU-landen’

Hierin verschilt de taxatie van Den Haag, dat bij een nieuw Nederlands nee alleen Nederland buitenspel komt te staan.

De manier waarop hij aan een ‘vereenvoudigd verdrag’ werkt, laat meer zien over Sarkozy’s opvatting van Europa. Al voor zijn verkiezing bepleitte hij dat de zes grote landen vooral met elkaar moeten overleggen om de lijnen uit te zetten. Zo werkt hij nu.

De besprekingen die hij voert lopen tot nu toe af met welwillende reacties – ook regeringsleiders die vasthielden aan een goedgekeurde Grondwet, en Barroso, voorzitter van de Europese Commissie lijken zich te hebben verzoend met het principe van een ‘vereenvoudigd verdrag’. Nu nog de inhoud.

Ook daarover probeert Sarkozy de weg aan te geven. Het gaat hem om een tiental ‘institutionele’ hervormingen, met voorop een vaste voorzitter van de Europese raad (van regeringsleiders), een andere stemverhouding (mede op grond van bevolkingsomvang) en uitbreiding van het aantal terreinen waarover met (gekwalificeerde) meerderheid kan worden besloten (dus minder vetorechten). Verkleining van de Europese Commissie zou kunnen worden uitgesteld. Al met al: meer gewicht voor de grote landen, zeker als zij het onderling eens kunnen zijn.

Dit ‘minimale’ programma contrasteert op het oog met de hooggestemde plannen die Sarkozy op de avond van zijn verkiezing op 6 mei opsomde. Hij wil een sterk politiek Europa. Hij wil Europa een economisch bestuur geven. Hij wil een Mediterrane Unie oprichten, waar Turkije beter in zou passen dan in de Europese Unie.

Dat deze wensen niet uitgewerkt worden in ‘zijn’ ‘vereenvoudigd verdrag’, betekent niet dat hij ervan af ziet. Het afblazen van de Turkse toetreding tot de Europese Unie wil hij in december aan de orde stellen, zo werd deze week bekend (zie inzet).

Over andere gevoelige kwesties als economisch beleid, energiebeleid of aanpassing van het europact spreekt Sarkozy ook liever als de eerste horde genomen is.

Dat is niet echt een koerswijziging. Ook in de presidentscampagne noemde Sarkozy het doorbreken van institutionele blokkades al steevast „belangrijker dan het herstichten van Europa”. In het offensief dat hij toen voorbereidde ging het ook vooral over de institutionele hervormingen waarover „betrekkelijk weinig meningsverschil” zou bestaan.

Over alle andere mogelijke onderwerpen in een ‘vereenvoudigd verdrag’ is Sarkozy steeds pragmatisch geweest. Van het Handvest van de Grondrechten voor de Europese Unie tot het harmoniseren van het justitiebeleid kan voor hem het zoeken naar de grootste gemene deler voorop staan.

Dit betekent niet dat de Sarkozy’s ambitie ophoudt bij een minimale overeenkomst, verzekeren Franse diplomaten. Wel dat hij institutionele hervormingen beschouwt als de noodzakelijke voorwaarde voor een doelmatige Unie. Met Frankrijk en de vijf andere grote lidstaten voorop.