Rol corporaties op markt onder vuur

Geen Europees land met een grotere sociale huursector dan Nederland.

Maar spelen de corporaties die op deze markt actief zijn het spel wel eerlijk?

Directeuren die meer dan 250.000 euro per jaar verdienen. Dure huurwoningen in de nieuwe Amsterdamse wijk IJburg waar prijzen van 1.000 tot 1.200 euro per maand geen uitzondering zijn. De toezichthouder die zichzelf tot directeur benoemt.

Dat is niet direct wat iemand zich voorstelt bij woningcorporaties, die geacht worden zonder winstoogmerk bezig te zijn met sociale woningbouw voor lagere inkomensgroepen. Maar sinds de woningcorporaties werden verzelfstandigd, in 1995, en de band met de overheid werd doorgesneden, moeten deze instellingen opereren op de markt. En marktwerking leidt niet in alle gevallen tot gunstiger prijzen en meer kwaliteit. Juist daarom stond het thema ‘Marktwerking’ gistermiddag op de agenda van de Tweede Kamer.

„We willen een maatschappelijk debat over publieke dienstverlening. Als er sprake is van tekortkomingen of ontsporingen moet het kabinet zich herbezinnen”, zegt Paulus Jansen, Tweede Kamerlid van de Socialistische Partij (SP), die het debat over marktwerking had aangevraagd.

Zo dreigt bijvoorbeeld de situatie in de sociale woningbouw uit de hand te lopen door de scheefgroei op de huurmarkt. Mensen met hogere inkomens betalen lage huren en starters komen de markt nauwelijks op. Daar komt bij dat een aantal corporaties kampt met slecht management en gebrekkig toezicht. „Bij de woningcorporaties is de maatschappelijke controle op een aantal verzelfstandigde organisaties helemaal verloren gegaan”, zegt het Kamerlid Jansen. Hij doelt op een aantal excessen waarbij directies van woningbouwcorporaties onder curatele werden geplaatst in verband met financiële malversaties of omdat de benoeming van een toezichthouder tot directeur werd doorgedrukt, zoals bij de corporatie Eigen Haard in IJmuiden, waar de minister van Volkshuisvesting recent moest ingrijpen.

„Daarnaast zijn de salarissen van directeuren van de corporaties in tien jaar tijd vervijfvoudigd”, zegt Jansen wiens partij dit onderzocht. „Een vreemde ontwikkeling bij instellingen die geen winst beogen, want dat staat nog steeds in de wet.” Daarom pleit hij onder andere voor verscherping van het toezicht op de corporaties, waarbij voorheen de gemeenten een grotere rol speelden.

Daarnaast moet de situatie op de markt voor huurwoningen worden verbeterd, maar hoe? Daarover lopen de meningen sterk uiteen. „De politiek moet snel een beslissing nemen over wat de corporaties in Nederland nu wel of niet moeten doen om de huurmarkt gezond te maken”, zegt Frank van Blokland, directeur van de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed in Den Haag, die vorige maand een klacht indiende bij Europees Commissaris Neelie Kroes van Mededinging.

„Woningcorporaties zijn in snel tempo bezig om hun werkterrein met staatssteun te verruimen. Ze bouwen vaker commerciële huurwoningen voor betere inkomensgroepen, ook vrije sectorwoningen en universiteitsgebouwen, ziekenhuizen, rechtbanken.” Oneerlijke concurrentie, zegt Van Blokland, want de corporaties maken gebruik van allerlei subsidies zoals goedkope leningen, grondsubsidies en vrijstelling van vennootschapsbelasting. „Tegelijkertijd worden private vastgoedbeleggers de huursector uitgeduwd en blijven corporaties als monopolisten over.

Corporaties verhuren ten onrechte huizen aan mensen met betere inkomens, meent Van Blokland. Van de 3 miljoen huurwoningen zijn er 2,4 miljoen in handen van de woningcorporaties, maar de doelgroep lage inkomens (met huursubsidie) bestaat slechts uit 1,1 miljoen mensen, rekent hij voor. „Er is geen land in Europa met zoveel sociale huurwoningen.” Toen Kroes, die de sociale woningbouw in het vizier heeft, suggereerde dat de corporaties maar een aantal woningen moesten verkopen zodat doorstroming kon ontstaan, kreeg ze van het parlement en de minister de wind van voren. Toch beloofde toenmalig minister Dekker (VROM) dat corporaties hun commerciële activiteiten moesten onderbrengen in bv’s en de staatssteun beperkt zou blijven tot de sociale sector. Alleen strandden die plannen in het parlement.

„Er moet een politieke keus gemaakt worden”, vindt Adrie van Osch, directeur van corporatie Zorg voor Ouderen Maasland in Brabant. „De bevolking ziet ons als publieke dienstverleners, dus dat moeten we blijven. We hebben nu eenmaal een sociale doelstelling.”