Onwelkome hulp

Het bevorderen van democratie in een ondemocratisch land is precair en dat geldt zeker voor het gesloten Iran, waar een orthodox-islamitische regering andersdenkenden onderdrukt en gevangenhoudt. Organisaties die Iraanse democratische hervormers vanuit het buitenland willen helpen, moeten daarom voorkomen dat ze door hun enthousiasme de situatie van mensenrechtenactivisten alleen maar erger maken.

Dat is helaas wel gebeurd met de door Iraanse ballingen bestierde radiozender Zamaneh, waarvan de door de Nederlandse overheid betaalde studio in Amsterdam staat. Op initiatief van Kamerlid Hans van Baalen (VVD) en toenmalig Kamerlid Farah Karimi (GroenLinks) heeft de Tweede Kamer 15 miljoen euro uitgetrokken voor het bevorderen van de pluriformiteit in Iran. Binnenkort moet de Kamer beslissen over meer geld. Maar de gesubsidieerde uitzendingen van radio Zamaneh en trainingen voor journalisten brengen Iraanse mensenrechtenactivisten in gevaar.

Door de rechtstreekse subsidierelatie met Den Haag zijn andere belangrijke activiteiten van Nederlandse hulporganisaties in het vizier gekomen van de Iraanse overheid en haar conservatieve bondgenoten. Iran zit nu ook projecten dwars die door de Nederlandse hulporganisatie Hivos worden gefinancierd. De Iraanse advocate en mensenrechtenactiviste Shadi Sadr en anderen die onschuldige vrouwen uit de gevangenis krijgen of van steniging redden, zijn opgepakt. Zij worden ten onrechte geassocieerd met de Nederlandse overheid.

Iran kent weinig persvrijheid. De samenleving heeft dus baat bij een onafhankelijke radiozender, ook als die door Iraanse ballingen wordt bestierd. Ook het trainen en onderwijzen van journalisten in de rechten en gebruiken van een onafhankelijke pers is nuttig. De Nederlandse organisatie Press Now heeft in andere landen haar sporen verdiend, soms met medewerking van plaatselijke overheden. Maar de Iraanse regering ziet deze activiteit als een poging tot ondermijning. Dat vermoeden wordt bevestigd door initiatiefnemer Van Baalen die verklaarde met het geld regime change na te streven. In het veilige Den Haag loopt hij geen gevaar, maar dappere activisten in Iran zelf betalen de prijs voor zijn ondiplomatieke optreden.

Nederland en de VS zijn de enige overheden die direct betrokken zijn bij de democratisering van Iran. Maar het moet mogelijk zijn om buiten de Nederlandse overheid om een radiozender en trainingen voor journalisten te steunen. Er is genoeg particulier geld voorhanden. Veel Iraanse ballingen in de wereld steunen al initiatieven. De Postcodeloterij heeft veel geld. Dan zijn er nog particuliere internationale organisaties als het Open Society Institute die zich met democratisering bezighouden en daar meer ervaring mee hebben dan Van Baalen en de Nederlandse overheid. Iraanse mensenrechtenactivisten kunnen steun uit het Westen goed gebruiken. Maar de hulp moet met tact en overleg worden geboden, zodat ze niet alleen in Amsterdam en in Den Haag, maar ook in Teheran voor de democratie actief kunnen blijven.