Nieuwe en oude noten van zes componisten

Concert: Nieuw Amsterdams Peil en Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw. Gehoord: 30/5 Muziekgebouw aan ’t IJ, A’dam.

Zes maal tien is zestig. Op het zestigjarige Holland Festival kregen zes Nederlandse componisten uit zes ‘generaties’ elk tien minuten om zich te laten horen. Niet iedereen kwam met nieuwe noten. Guus Janssen recyclede zijn Violin Concerto uit 2003 in een nieuw Klarinetconcert. Toch klonk een echt klarinetstuk, met felle dubbelslagen, arpeggio’s en dierentuingeluiden die alleen op dat instrument bestaan. Het leek ook geschreven op het karakter van solist David Kweksilber – introvert, gesloten, maar met expressieve uitbarstingen. De typisch ‘Jansseniaanse’ ambiguïteit – wat is gecomponeerd, wat geïmproviseerd? – werkte fascinerend.

Verrassend was de bijdrage van slagwerker/componist Bart de Vrees (1974). In Ontwar(r)en blijkt zijn percussieachtergrond uit de permanente ritmische stuwing. De jongste componist van de avond, Reza Namavar (1980), schreef met Schreeuwuijl een conflictrijk mini-altvioolconcert. De solist (hier een felle Susanne van Els) speelt stuurs en quasi-improvisatorisch barokke figuurtjes, terwijl het ensemble een andere kant op lijkt te willen met gelikte Piazzolla-achtige muziek. De botsing had nog wel mogen worden uitgespeeld: na een relatief lange solo-introductie gaat het ensemble nu wat makkelijk met de soliste mee.

Namavar maakte de muzikale potentie van wrijving tussen solist en ensemble wel beter waar dan zijn vroegere compositiedocent Martijn Padding. Bij hem zat percussioniste Peppie Wiersma midden in het ensemble, maar ze speelde vrij volgzaam. Met een schaar en een heggeschaar accentueerde ze visueel én auditief knikjes in akkoorden. Sterk was vooral het slot van Three summer Pieces, met de resonante klank van een gewreven stalen buis. Als een felle ster die oplicht.

Rob Zuidam hield het kort in Uwe Leipe Mastdramnis, een instrumentaal intermezzo met sfeervolle blazerssolo’s. In Louis Andriessens Letter from Cathy maakte mezzosopraan Cristina Zavalloni indruk in de voetsporen van de titelgeefster van het stuk, zangeres Cathy Berberian. Andriessen componeerde een echte hommage, met allerlei virtuoze zangtechnieken, maar vooral ook magische overgangen – bijvoorbeeld van Frans chanson naar ballroomjazz naar Andriessen-opera – waarin, net als bij Berberian, geen grenzen bestaan tussen hoog en laag.