Moslims moeten terreur stoppen met welvaart

De grootste opgave voor de islamitische landen ligt op economisch terrein, zegt Abdullah bin Haji Ahmad Badawi. Nu zijn ze vaak een voedingsbodem voor terrorisme.

De kloof tussen de islamitische wereld en het Westen is hét grote thema van dit decennium geworden. Deze kloof is de Koude Oorlog opgevolgd als het voornaamste probleem van de wereld. Door de terroristische aanslagen van 11 september 2001 en de invallen in Irak en Afghanistan, gevoegd bij de Palestijnse kwestie, lijkt het of zich een botsing van beschavingen voordoet.

De confrontatie tussen de islamitische wereld en het Westen jaagt beide partijen op hoge kosten op het gebied van politiek, economie en veiligheid. Vooral aan islamitische zijde wordt een ontstellende prijs aan mensenlevens betaald. Zowel het Westen als de islamitische wereld heeft er alle belang bij dat wij ons gezamenlijk inspannen om een einde te maken aan deze confrontatie.

Op de bijeenkomst van het Wereld Islamitisch Economisch Forum (WIEF) die deze week in Maleisië plaatsvindt, waren islamitische leiders uit zeer uiteenlopende landen, zoals Pakistan, Koeweit en Indonesië, zo goed kennis te nemen van mijn visie op een nieuwe ‘economische agenda voor de islamitische wereld’. Die is bedoeld als kern van onze inspanningen om de troebelen bij de wortel aan te pakken en onze volkeren te helpen; zo worden de oorzaken van de onvrede aangepakt, die een broedplaats vormen voor terrorisme.

De huidige obsessie met de politieke betrekkingen tussen de islamitische wereld en het Westen dreigt de aandacht af te leiden van de nog wezenlijker sociale en economische problemen. Het islamitische deel van de wereld, dat zich uitstrekt van Marokko tot Mindanao, vertoont meer variatie dan westerse commentatoren veelal denken. Er zijn vredige landen bij, met een welvarende, gezonde, goed opgeleide bevolking. Deze vormen helaas een minderheid tegenover de landen en regio’s die onderontwikkeld en arm zijn en waar beroering heerst.

Zo’n 31 van de 57 lidstaten van de Organisatie van Islamitische Landen (OIC) worden gerekend tot de minst ontwikkelde landen; hiertoe behoren ook de vijf landen onder aan die lijst. Het werkloosheidscijfer is er tweemaal zo hoog als het mondiaal gemiddelde, bijna een derde van de bevolking is analfabeet en de vrouw wordt op tal van gebieden achtergesteld. Een zodanige onderontwikkeling en economische achterstand vormt een voedingsbodem voor tal van maatschappelijke euvels en werkt de rekrutering van terroristen in de hand.

Grote delen van de islamitische wereld kampen met gebrekkig bestuur. Vele islamitische landen worden geplaagd door politieke repressie, schending van burger- en politieke rechten en corruptie. Ook extremisme en het optreden van militante groepen doen zich her en der in de islamitische wereld voor; de oorzaken hiervan liggen merendeels, maar niet altijd, in eigen land.

Wij moeten ons ondubbelzinnig verplichten gezamenlijk de strijd aan te binden met de armoede, het analfabetisme en de werkloosheid in de islamitische wereld. Dat zijn de werkelijke gevaren voor zowel de islamitische als de westerse wereld. Mensen die de kans krijgen om zich economisch te ontwikkelen, zullen niet zo gauw gehoor geven aan de lokroep van het terrorisme.

De islamitische wereld staat voor tal van zware problemen, die deze het hoofd moet bieden. De binnenlandse problemen zijn het ernstigst; daar moet de aandacht vooral naar uitgaan. Slechts als de islamitische landen hun lot in eigen hand nemen, kunnen zij het zelfrespect verwerven dat nodig is om in de wereldgemeenschap een waardige positie te verwerven. Zolang zij niet economisch sterk, politiek levensvatbaar en maatschappelijk stabiel zijn, zal hun positie in de wereld marginaal blijven en blijven ze vatbaar voor uitbuiting, verdeeldheid en overheersing.

Alle islamitische landen en gemeenschappen moeten ontwikkeling dus boven aan de agenda plaatsen. Daarbij gaat het niet alleen maar om behoorlijk loon, huisvesting en adequate gezondheidszorg. Het gaat ook om een geletterde, goed onderlegde samenleving, met een parlementair politiek bestel waarin de mensen werkelijk een stem hebben, een samenleving waarin grote ongelijkheid niet voorkomt, waarin het bestuur efficiënt en eerlijk is en waarin de rechtsorde wordt gerespecteerd. Een land kan alleen voor ontwikkeld doorgaan als de rechten er worden geëerbiedigd, wanneer vrouwen volwaardige burgers zijn, als minderheden worden beschermd en als corruptie wordt uitgebannen.

Het Westen kan islamitische landen helpen die doelstellingen te bereiken. Dat is ook in zijn eigen belang, niet in de laatste plaats omdat het de beste manier is om gewelddadig extremisme tegen te gaan en de verdeeldheid waaruit dat kracht put, te helen.

Het is echter ook tijd dat de andere wereldleiders erkennen dat de meeste moslims net als zij hopen op een welvarende, vredige wereld. Nu al nemen de islamitische leiders de verantwoordelijkheid op zich voor de modernisering van hun samenlevingen.

Maleisië zal het goede voorbeeld blijven geven. Dit, en niet het nihilisme van het wereldwijde terrorisme, vertegenwoordigt de zuiverste vorm van bevrijding, en ik roep alle leiders van de wereld op om haar te ondersteunen.

De auteur is premier van Maleisië. Dit artikel, dat eerder verscheen in de Financial Times, is gebaseerd op de rede die hij hield op het Wereld Islamitisch Economisch Forum.