Met hen kun je niet meer praten

Geen baan, geen school, geen vrienden. Vaak wel een computer. Maar veel meer niet. Zeker een half miljoen contactgestoorde jongeren in Japan hebben zichzelf buitengesloten. Welzijnswerker Kobayashi is al blij als ze praten.

Jongeren in het Harajuku district in Tokio. De Japanse regering maakt zich steeds meer zorgen over jongeren die de straat niet meer op gaan. (Foto Hollandse Hoogte) Young shoppers walk through the trendy Harajuku district of Tokyo, Japan. As Japan is seeing the light after over ten years of a stagnant economy public consumer spending is on the increase and areas like Harajuku are on the up with new shops and cafes opening and doing well. 05 Jun 2006 Sinopix/Hollandse Hoogte

Het drietal beantwoordt aan het clichébeeld van jongeren op het verkeerde spoor. Norse blikken, ongeschoren en ongekamd, bakkebaarden, camouflagebroeken, trainingsjacks, baseballcaps. Tijdens hun avondmaal nemen ze een dreigende stilte in acht. „Met hen kun je beter niet praten”, zegt welzijnswerker Masayuki Kobayashi. Niet dat hij bang is voor agressie. Maar: „De kans dat ze helemaal dichtklappen en de deur uit rennen is erg groot”, zegt hij.

De goedlachse Kobayashi werkt bij de non-profit organisatie Fermata in het Japanse slaapstadje Takatsuki, tussen Kyoto en Osaka. Het bureau dat hij leidt is een van de vijfentwintig door het ministerie van Volksgezondheid aangewezen ‘opleidingscentra voor verzelfstandiging voor jongeren’.

Japan wordt geteisterd door het probleem van de NEET: jongeren ‘Not in Employment, Education, or Training’ die verloren rondlopen in de samenleving.

In Groot-Brittannië, waar de term voor het eerst werd gebruikt, worden daarmee 16- tot 18-jarigen bedoeld. In Japan worden drop-outs tot 34 jaar tot de NIITO gerekend. Afhankelijk van de precieze criteria gaat het om tussen de 550.000 en 850.000 jongeren zonder baan en zonder onderwijs – op een totale bevolking van 128 miljoen.

Voor Japan, dat kampt met een chronisch laag geboortecijfer en met een krimpende bevolking, maar dat tegelijkertijd zeer weinig immigranten toelaat, levert dit een probleem van de hoogste orde op. Japan kan het zich eenvoudigweg niet veroorloven dat zoveel potentiële werknemers zich van de arbeidsmarkt afwenden.

Sinds professor Yuji Genda, hoogleraar aan de Tokyo University, drie jaar geleden het verschijnsel voor het eerst benoemde, heeft de regering zich op het fenomeen gestort. In de inaugurele rede van premier Shinzo Abe, afgelopen najaar, stond het begrip ‘herintreding’ centraal. Abe wil tijdens zijn ambtstermijn enkele honderdduizenden drop-outs van de NEET-generatie terug brengen in de maatschappij.

Met zijn open blouse met zweetplekken, kapotte jeans, en informele manier van doen is het moeilijk voor te stellen dat ook welzijnswerker Kobayashi zitting heeft in de door premier Abe opgezette ‘commissie voor het opzetten van een modelprogramma voor het steunen van verzelfstandiging’. Volgens de voormalige Olympische bobsleeër gaapt er een grote kloof tussen de beleidsmakers en de uitvoerders. „De regering is alleen maar geïnteresseerd of deze mensen aan het werk komen. Wij zijn al blij als ze enige verantwoordelijkheid leren te dragen en vrienden weten te maken”, zegt hij.

In de meeste centra verblijven gemiddeld twintig mensen. In een periode van drie maanden leren ze om met elkaar op te trekken en samen te werken. Ze verrichten gezamenlijk arbeid op het land, leren hoe ze moeten koken en wassen, hoe ze sollicitatiebrieven moeten schrijven en hoe ze met hun geld om moeten gaan.

„Je kunt niet van hen verwachten dat ze na drie maanden volledig in de samenleving kunnen functioneren. Daarvoor is minstens één tot twee jaar nodig. Maar daar krijgen we het geld niet voor”, zegt Kobayashi. Daarom heeft hij de groepsgewijze aanpak laten varen, en biedt hij de jongeren een individueel programma aan.

“NEET is negatief gedefinieerd. En alles past erin. Zowel iemand die zich vijftien jaar in zijn kamer heeft opgesloten, als een vrouw in verwachting die een half jaar niet wil werken”, legt professor Yuki Honda van de Tokyo University uit. „De term onderschreef het gevoel in de Japanse samenleving sinds de jaren ’90, dat er iets mis is met de jeugd. Maar door de vage definiëring is het begrip een eigen leven gaan leiden. In de volksmond is het verworden tot een scheldwoord voor een leegloper die parasiteert op de samenleving.”

Welzijnswerker Kobayashi deelt de jongeren in in drie categorieën en een hele reeks subcategorieën. De drie jongeren met hun norse blik en hun ongeschoren wangen vallen in de categorie van mensen met een ontwikkelingsstoornis, de grootste groep. „Velen zijn extreem bedreven in computerspelletjes, maar omgaan met mensen bezorgt hun grote stress. Ze hadden zich thuis in hun kamer teruggetrokken. Ze kwamen alleen even naar buiten om inkopen te doen bij een nachtwinkel. Overdag sliepen zij.”

Net als andere tijdelijke bewoners van Fermata schuiven ze ’s avonds schuchter aan in het restaurant van het centrum, dat plompverloren tussen de woonhuizen en rijstvelden ligt en geen andere bezoekers trekt. De leeftijd varieert vanavond van 17 tot 34. „Het getreiter op school werd me teveel”, zegt de jongste. „Ik kon de sfeer op mijn werk niet aan, maar werd thuis ook gek van de druk van mijn ouders”, zegt een jonge vrouw, die tevergeefs haar littekens van zelfverwonding probeert te verbergen. „Dit is mijn laatste kans”, zegt de oudste vrolijk, maar zijn ogen schieten zenuwachtig heen en weer. Allen zijn uit andere provincies gekomen om in deze anonieme forenzenstad een nieuw leven op te bouwen.

Voor velen zal het echter heel moeilijk zijn om de aansluiting met de samenleving en de arbeidsmarkt weer te vinden. Vorige week meldde zich in het noorden van Japan een jongen bij het politiebureau, met het afgezaagde hoofd van zijn moeder bij zich. Dat was wereldnieuws. „Door dit soort incidenten gaan meer mensen hulp zoeken, maar ze creëren ook veel angst”, zegt Kobayashi.

Probleem is ook dat het bedrijfsleven niet erg meewerkt bij het onderbrengen van de drop-outs. In Japan beginnen de meeste nieuwkomers op 1 april aan hun baan, terwijl ze de maand ervoor net zijn afgestudeerd. Zij die de boot misten tijdens de lange crisis van de jaren ’90 of tussentijds afhaken, kunnen niet meedelen in de welvaart van de middenklasse. Professor Honda: „Deze grote groep vormt een tijdbom onder de Japanse samenleving. Zo lang hun ouders nog leven, blijft de schade beperkt. Maar eens zal de bom barsten.”