Hij wil laten zien: ik kan ook wat

AZ-trainer Louis van Gaal greep dit seizoen overal net naast, toch trok hij alle aandacht.

„Hij is nog zó scherp.”

Louis van Gaal fulminerend tijdens de wedstrijd van AZ tegen Newcastle United. Foto Reuters AZ Alkmaar's coach Louis van Gaal reacts during a UEFA Cup second knockout round, sdecond leg soccer match against Newcastle in Alkmaar March 15, 2007. REUTERS/Jerry Lampen (NETHERLANDS) Reuters

Als de immer smeulende vulkaan in hem weer eens tot uitbarsting komt, houdt zijn partner Truus Opmeer haar hart vast. Thuis, in Noordwijk, ziet ze vaak genoeg de beelden langskomen van Louis van Gaal die een verslaggever de mantel uitveegt of zich opwindt bij een persconferentie. Zoals afgelopen zondag, na de nederlaag (3-0) tegen Ajax in de finale van de play-offs. „Daar heeft hij zelf minder last van dan zijn omgeving”, zegt Opmeer. „Ik ben degene die er wakker van ligt. Met kromme tenen kijk ik naar de televisie. En de volgende dag bellen mensen míj erover op.”

Met de voormalige pr-medewerkster van verzekeraar Nationale Nederlanden heeft Van Gaal in feite de ideale media-adviseur in huis. Maar zelfs Opmeer kan zijn soms geagiteerde houding niet veranderen. „Ik neem wel eens zo’n interview op. Later kijken we er dan samen naar. ‘Waarom moeten de mensen mij aardig vinden’, vraagt Louis zich af. ‘Omdat je aardig bent’, antwoord ik dan. Het maakt hem niet uit hoe mensen over hem denken. Dat is in hem te prijzen. Liever een man die zijn emoties toont dan een voorgeprogrammeerde trainer.”

Misschien komt dat fulmineren voort uit zijn jeugd. Van Gaal groeide op in de Amsterdamse Watergraafsmeer, niet ver van het Ajax-stadion. Hij was de jongste in een gezin van negen kinderen. Op zijn elfde overleed zijn vader. In een tv-portret vertelde zijn vriend Ruud Bröning in 2005: „Hij heeft altijd iets moeten laten zien naar zijn broers toe. Zo van: ik kan ook wat. Geldingsdrang.”

Van Gaal won als trainer/coach alles wat er op clubniveau te winnen valt. Maar ondanks die successen is de voormalige docent op z’n 55ste nog even gedreven als in de beginjaren van zijn trainersloopbaan. Gerard van der Lem, die negen jaar zijn assistent was bij Ajax en FC Barcelona, kan zich daar over verbazen. „Hij is nog zó scherp. Als je de top wilt bereiken, moet je dat ook wel zijn.”

Huisvriend Rob Cohen, schoonvader van Frank de Boer, vult aan: „Die passie verbaast mij. Ik hoor wel eens dat hij zelfs bij een uitlooptraining op maandag nog heel gedreven is.”

Van Gaals keuze voor AZ – als opvolger van zijn geestverwant Co Adriaanse – was twee jaar geleden opmerkelijk. Zeker zo verrassend was de mededeling dat hij zijn verbintenis bij de Noord-Hollandse provincieclub tussentijds verlengt tot 2009. Mogelijk blijft hij zelfs tot 2010, tenzij Duitsland, Spanje, Argentinië, Engeland of Nederland hem over twee jaar vraagt bondscoach te worden voor het WK in Zuid-Afrika. Volgens Opmeer had Van Gaal de beslissing destijds snel genomen. „Al na het tweede gesprek met Dirk Scheringa (voorzitter, eigenaar, red.) kwam hij thuis met de mededeling: ‘Truus, het voelt zo goed. Ik mag meehelpen deze club opbouwen. Ik heb het nog nooit zo naar mijn zin gehad’.”

Zijn gedrevenheid blijvend nergens onopgemerkt. Waar hij ook onder contract staat, Van Gaal doet aan het einde van de dag overal het licht uit. Dat was bij Ajax zo, bij Barcelona, bij de KNVB en nu weer bij AZ. Hij eist veel van zijn assistenten, die zeventig uur per week moeten werken, en van zichzelf. Opmeer: „Daarom hadden we wat mij betreft naar het buitenland moeten gaan. Als je dan toch zo hard werkt, laat er dan ook maar een heel goed salaris tegenover staan. Ik wil niet beweren dat Louis slecht verdient bij AZ, integendeel, maar in andere landen gaat het om andere bedragen. Gewoon ordinair zakken vullen. Louis vindt het heel naar als ik dat zeg. ‘Truus, we hebben het al zo goed’, reageert hij dan. ‘Je hebt tien jassen in de kast hangen, moet je dan twintig jassen hebben? Koop ze maar, als je daar gelukkig mee bent. Je lijkt wel een echte voetbalvrouw!’”

Ambitie en eerzucht zijn belangrijker dan luxe of status. Nog maar anderhalf jaar geleden toonde Van Gaal bij een thuiswedstrijd, toen nog in de bouwvallige Alkmaarder Hout, vol trots zijn werkruimte aan Truus. Op het moment dat de befaamde coach de sleutel in het slot van een bouwkeet stak, stond het huilen haar nader dan het lachen. Ze kon het bijna niet geloven. De man die de grandeur gewend was van het imposante Camp Nou in Barcelona en de riante Arena in Amsterdam nam hier genoegen met een oude schuur.

„Jij met je uiterlijk vertoon, daar gaat het toch helemaal niet om”, beet Van Gaal haar toe toen hij de teleurstelling op het gezicht las van zijn wederhelft. „Kijk eens wat een trainingsveld ik hier heb. En belangrijker: ik werk met de leukste spelersgroep ooit.” Vervolgens liep Opmeer met opgetrokken benen terug naar de krappe bestuurskamer om te voorkomen dat haar voeten nat zouden worden van de urine die vanaf de waterplaats vrij over het pad achter de hoofdtribune stroomde. „Ach, dat spuiten ze morgen wel weer weg”, zei Van Gaal schouderophalend.

Volgens zijn omgeving kan Van Gaal best veel hebben. Ook als de draak wordt gestoken met zijn fanatisme. Op een zogenoemde teambuildingsdag, waarbij ook alle partners betrokken waren, moesten de aanwezigen een toneelstukje opvoeren. De spelers verzorgden een persiflage op Van Gaal. Gretar Steinsson deed de wedstrijdbespreking („Shota ben je ziek, ík ben nooit ziek!”), Kew Jaliens verzorgde het praatje in de rust („Je moet geil zijn op de bal”) en Shota Arveladze het praatje achteraf: „Gewonnen, maar zó slecht gespeeld! Koevermans, je moet scoren, daar ben je voor!” Opmeer: „Het was fantastisch. Louis vond het ook mooi, maar zei: ‘Je denkt toch niet dat ik écht zo ben’. Ik zeg: ‘Ik twijfel er niet aan’.”

Zondag, na de nederlaag tegen Ajax, nam Van Gaal met een imponerende speech tijdens een banket voor dit seizoen afscheid van zijn spelers.