Hef anonimiteit van de orgaandonor op

Een verdienste van de aangekondigde BNN-show is, dat het mij opeens deed inzien waarom ik ruim twintig jaar met een ingevuld en ondertekend, maar nooit ingestuurd donorcodicil op zak loop. Wat me weerhield is de achteloosheid die besloten ligt in de anonimiteit van de overdracht. Voor ons allen geldt dat de dood niet alleen ons lichamelijk maar ook ons geestelijk leven beëindigt. Alles wat we hebben gedacht en gevoeld, wat we met en zonder resultaat hebben nagejaagd in het leven is voorbij. In de dood verliezen we onze identiteit, en het is bijna synoniem met menselijkheid om dat onbevredigend te vinden.

De gedachte dat (bijvoorbeeld) jouw hart, overdrachtelijk de zetel van liefde en hartstocht, verdriet en ontgoocheling, vlug-vlug in een plastic zakje en een piepschuim doosje wordt gestopt waar alleen nog je dag en uur op staan, wekt weerzin. De transplantatie, een leven schenkende gebeurtenis die parallellen heeft met geboorte, wordt ermee gedegradeerd tot een transactie bij de slager.

Hoe anders zou het zijn als die vleeshomp in piepschuim werd beschouwd als een navelstreng tussen donor en ontvanger. Als je postuum een soort ouder zou zijn van degene die jouw hart in het lijf geplant kreeg. Ik pleit voor een etiket: `Hart van Marie, Jan, Karel`, de namen voluit, de levens traceerbaar. Zodat niet langer bij voorbaat wordt uitgesloten dat de band van het vlees ook een band in de geest kan zijn. Ik zou willen dat de ontvanger nog eens kon denken, dank je wel Pauline! Ik leef er weer heerlijk op los! Of zich zou afvragen wat ik heb uitgespookt in het leven, of zelfs iets zou voltooien wat ik onaf moest achterlaten. Als er een restje identiteit van de donor werd overgeleverd aan de ontvanger, zou dat het donorschap niet veel aantrekkelijker maken?