Gezelliger wordt het niet bij de Wereldbank

Robert Zoellick kan de nieuwe president van de Wereldbank worden. Maar hoeveel verschilt hij van zijn voorganger? Zowel Wolfowitz als Zoellick vertonen conservatieve haviktrekken.

De Vulcans werden ze genoemd, acht conservatieve hoogvliegers die tijdens de campagne van George Bush voor de presidentsverkiezingen van 2000 diens buitenlandse team vormden. Onbenoemd voorzitter: Condoleezza Rice, in wiens geboortestand Birmingham het standbeeld van de Romeinse god Vulcanus de inspiratie vormde voor de naam van de groep. Overige leden waren onder meer veiligheidsexpert Richard Perle en buitenlandspecialist Paul Wolfowitz. En Robert Zoellick, destijds al nauw verbonden met de Bush-dynastie.

Wolfowitz zou het via het onderministerschap van Defensie in de regering-Bush uiteindelijk in 2005 schoppen tot president van de Wereldbank. Door zijn belangrijke rol bij de Amerikaanse inval in Irak was dat destijds een controversiële keus, gezien de weerstand tegen het Irakbeleid bij een groot deel van de internationale gemeenschap, die in de Wereldbank samenkomt. Hij kwam twee weken geleden ten val, na een affaire over de betaling van zijn toenmalige vriendin, en treedt op 30 juni definitief af.

Gisteren schoof president Bush zijn nieuwe kandidaat naar voren: Robert Zoellick. Daarmee maakt het Witte Huis gebruik van het privilege dat de VS de Wereldbankpresident benoemen. Maar in hoeverre betekent Zoellick een ideologische verandering ten opzichte van Wolfowitz? Zijn naam stond, samen met die van zijn voorganger bij de Wereldbank en de latere minister van Defensie Rumsfeld onder een brief die achttien conservatieve Republikeinen in 1998 schreven aan president Clinton, waarin werd aangedrongen Saddam Hussein ten val te brengen.

De haviktrekken die Zoellick met zijn voorganger deelt, zijn kennelijk geen bezwaar. Uit de belangrijke Europese hoofdsteden klonken gisteren goedkeurende geluiden – en Bush zou hem niet nomineren als zijn benoeming niet al zeker was. Want Zoellick is, anders dan Wolfowitz, een goede bekende in Europa. Van 2001 tot 2005 was hij Amerikaans handelsgezant en de tegenhanger van de Fransman Pascal Lamy, die namens de Europese Unie onderhandelde over internationale vrijhandel. Die samenwerking was uiterst vruchtbaar en liep pas stuk toen Lamy plaatsmaakte voor Tony Blairs voormalige spindoctor Peter Mandelson. Zoellick verhuisde naar het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, waar hij onderminister werd onder Condoleezza Rice. Via een directeurschap bij zakenbank Goldman Sachs belandt hij nu op Wolfowitz’ stoel.

Zoellick staat bekend keihard te kunnen zijn als het moet, en heeft de reputatie over een stalen logica en een uitzonderlijk grote parate kennis te beschikken. Dat doet denken aan die andere Vulcan, mr. Spock uit de televisieserie Star Trek. Bovendien blijkt hij, in tegenstelling tot zijn voorganger bij de Wereldbank, ook een goede manager en beschikt hij over een uitgebreid internationaal netwerk. Daarmee kwalificeert hij zich uitstekend voor de baan. Maar gezelliger zal het er bij de Wereldbank niet op worden.

De eerste reacties op zijn kandidatuur hoeven niet maatgevend te zijn. Toen Wolfowitz werd genomineerd was dat een schok, maar met name de Europese landen redeneerden dat een Bush-getrouwe op die plek ook voordelen kon hebben. Het Witte Huis zou de Wereldbank meer zien staan, en wellicht zijn afstandelijke en soms zeer kritische houding wat kunnen laten varen. Dat is ook nu een deel van de overweging. De verwijdering van Wolfowitz heeft veel kwaad bloed gezet in Washington, en wellicht dat een nieuwe vertrouweling van de Bush-dynastie die schade enigszins kan mitigeren.

Want een getrouwe is ook Zoellick. Zijn loopbaan voert terug tot de regering-Reagan, waar hij tussen 1985 en 1988 adviseur was van minister van Financiën en vriend van de Bush-familie James Baker. Onder president Bush senior volgde hij Baker naar Buitenlandse Zaken, was tweede chef-staf van de president en bereidde de G7-toppen van 1991 en 1992 voor. Net als alle andere Republikeinen bracht Zoellick de Clintonjaren 1993-2000 door in de wildernis, met verschillende functies in de financiële en academische wereld, om daarna via de Vulcans weer terug te keren in regeringskringen rond Bush junior.

Dat maakt hem een veilige keuze voor het Witte Huis, waarbij zijn reputatie in met name Europa maar ook in Latijns-Amerika en Azië hem kan helpen een brug te slaan over de kloof die met de affaire rond Wolfowitz is ontstaan. Dat is hard nodig ook. Het Wereldbankloket voor zachte leningen, IDA, moet worden opgevuld en daar is zo’n 30 miljard dollar (22 miljard euro) voor nodig. Die komen voor een groot deel van Europese landen, waar Wolfowitz steeds meer moeite mee had. Het slechtste dat de Wereldbank kan overkomen is Amerikaanse weerzin en Europese terughoudendheid om met nieuw geld te komen. Wellicht kan Zoellick dit proces keren en er voor zorgen dat de VS en Europa de bank weer met goede wil tegemoet treden.