Entreeprijs kunstpodia toegenomen

Sinds 1997 zijn de toegangsprijzen van de podia van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD) gemiddeld met 9 procent per jaar gestegen. Toch is het aantal bezoeken stabiel gebleven.

Dit is een van de conclusies uit de Voorstudie toegangsprijzen in de culturele sectoren, die in opdracht van het ministerie van OC&W werd geschreven door adviesbureau Aarts de Jong Wilms Goudriaan Public Economics bv (APE).

Volgens het rapport zijn de toegangsprijzen in alle sectoren aanzienlijk sneller gestegen dan het prijspeil van de gezinsconsumptie. De gemiddelde toegangsprijzen blijken het hoogst te zijn bij de gesubsidieerde podiumkunsten en het laagst bij de musea en de bioscopen. In de rijksmusea stegen de prijzen van toegangskaarten met 8,5 procent per jaar, bij de gesubsidieerde podiumkunsten was dat 5,5 procent per jaar.

Verder geeft het rapport aan dat uit een internationale vergelijking van de toegangsprijzen blijkt dat Nederlandse musea minder ruimhartig zijn met gratis toegang of kortingsregelingen dan buitenlandse musea. Ook vindt in de Nederlandse sector van de podiumkunsten naar internationale maatstaven weinig prijsdifferentiatie plaats. „De laagste prijs die wij in Nederland per genre hebben gevonden, is hoger dan de laagste prijs in de ons omringende landen”, concludeert het rapport. Dit geldt zowel voor opera, ballet, orkesten als voor toneel.

Als voorbeeld wordt de goedkoopste toegangsprijs voor een concert van het Koninklijk Concertgebouworkest genoemd. Deze bedraagt 25 euro; de goedkoopste kaartjes voor een concert van het Wiener Philharmoniker, Berliner Philharmoniker en het London Symphony Orchestra zijn respectievelijk 6, 14 en 9 euro. Ten slotte concludeert het rapport dat de prijsgevoeligheid van het museumbezoek beperkter blijkt te zijn dan die van het bezoek aan podiumkunsten.

Tot nu toe was in Nederland actuele informatie over de hoogte, de ontwikkeling en de effecten van toegangsprijzen in de culturele sectoren onvoldoende beschikbaar. Dit bemoeilijkt discussies over prijsbeleid, toegankelijkheid en profijtbeginsel.