Een fout schilderij

In het Rijksmuseum is sinds gisteren het schilderij ‘De Nieuwe Mensch’ van Henri van de Velde te zien.

NSB-leider Anton Mussert was er verzot op.

Wehrmacht-soldaten in Amsterdam, ook te zien in het Rijksmuseum – op een tentoonstelling van foto’s gemaakt door Duitse militairen in Nederland tijdens de bezetting. opnamedatum: 05-03-2007 Rebers, S.

De stoere gestalte, alle spieren gespannen, staat voor een zware taak. De ratio heeft hij al vertrapt. Onder zijn voeten liggen de resten van een uitgeteerd koningschap en de uit elkaar gevallen boeken van Marx, Darwin en Voltaire. Maar er moet nog veel meer gebeuren. Of, zoals het uit 1942 daterende bijschrift vermeldt: „Opziende naar het licht, vragende om bezieling en rein inzicht, worden hem nu de werkelijke vijanden, die hij te bestrijden heeft, voor oogen geplaatst: aan zijn linkerhand het kapitalisme, aan zijn rechterhand het communisme.”

De nieuwe mensch van Henri van de Velde is een fout schilderij. Het hing jarenlang in de werkkamer van NSB-leider Anton Mussert. Na de oorlog vermoedde men dat het tijdens de bevrijdingsroes vernietigd was, zoals veel andere collaboratiekunst. Drie jaar geleden is het ruimbemeten doek (2,30 x 1,75 m) echter teruggevonden bij een Belgische kunsthandelaar, waarna het is aangekocht door het Rijksmuseum in Amsterdam. Het wordt daar sinds gisteren tentoongesteld in de afdeling Nederlandse geschiedenis. Niet vanwege de artistieke waarde, maar vanwege het verhaal dat erachter zit. En vanwege de leugen die eraan kleeft.

Henri van de Velde (1896-1969) was een vooraanstaand kunstschilder die vaak van stijl is veranderd, maar in het symbolisme zijn bestemming vond. De techniek ging hem boven alles; hij verdiepte zich zelfs in de chemische samenstelling van de verf van middeleeuwse kunstenaars om hun realistische finesse te evenaren. Zijn streven naar die uiterste perfectie maakte hem tot een fel tegenstander van de modernisten uit zijn tijd. Hij verzette zich tegen „allerlei uitwassen als het futurisme en allerlei andere ismen,” schreef H.H. van Calker instemmend in een aan Van de Velde gewijd hoofdstuk in het boek In het atelier van den schilder (1940).

Volgens de nazi-ideologie raakte een kunstenaar door al die nieuwlichterij vervreemd van het volk waaraan hij juist dienstbaar moest zijn. Van de Velde – niet te verwarren met de gelijknamige Belgische architect en schilder – was het daarmee eens. Dat de Duitsers bezig waren die entartete Kunst op te ruimen, verheugde hem. „En daarom is hij lid van de NSB geworden,” zegt zijn zoon Arnold. „In politiek opzicht was hij een naïeve man. Het ging hem erom dat hij stelling wilde nemen tegen ontwikkelingen die volgens hem de teloorgang van de kunst betekenden.”

In 1939 kreeg Henri van de Velde een eervolle opdracht van NSB-bestuurder mr. Louis van Leeuwen Boomkamp, penningmeester van de Jeugdstorm. Er moest een monumentaal schilderstuk komen „welke uitdrukking gaf van het Nationaal-Socialisme”, zoals Van de Velde tijdens een naoorlogs verhoor verklaarde. Dat werd De nieuwe mensch. De primeur ging in het najaar van 1939 naar de vermaarde kunsthandel Van Lier aan het Rokin in Amsterdam, waar Van de Velde jaarlijks exposeerde – ondanks het feit dat Carel van Lier joods was. Ze waren niet alleen zwagers (Van Lier was getrouwd met een zuster van Van de Velde) maar ook goed bevriend. Of dit schilderij bij Van Lier in de smaak viel, is niet bekend. De kunsthandelaar heeft de politieke keuze van zijn vriend kennelijk „niet al te serieus” genomen, constateerde Bas van Lier enkele jaren geleden in een monografie over zijn grootvader (Carel van Lier, kunsthandelaar, wegbereider 1897-1945).

Opvallend is wel dat destijds in de recensies van het schilderij niet over een politieke strekking werd gerept. Kasper Niehaus, schilder en criticus, maakte in De Telegraaf slechts melding van „een allegorisch schilderij geschilderd door een begaafd schilder met een rijk gedachtenleven.” Maar hij voegde daaraan toe de twee andere werken die Van de Velde tegelijk exposeerde (Christus op de zee en De levensweg) mooier te vinden. Volgens zoon Arnold van de Velde kan uit het ontbreken van politieke opmerkingen in die kritieken zelfs worden afgeleid dat het beruchte schilderij in werkelijkheid helemaal geen politieke strekking had, maar een religieuze: de nieuwe mens als strijder tegen een wereld die valse godsdiensten aanbidt (links) en de ware religie verwoest (rechts).

„Het heeft mij dan ook ernstig gestoord dat het Rijksmuseum er een nazi-schilderij van maakt,” zegt hij. „Het is door de NSB gekidnapt.”

Vast staat in elk geval dat Van Leeuwen Boomkamp niet lang van De nieuwe mensch heeft kunnen genieten. Uit onderzoek van Kees Zandvliet, hoofd geschiedenis van het Rijksmuseum, blijkt dat de NSB’er in april 1940 naar Nederlands-Indië vertrok om de tabaks- en rubberbedrijven van zijn vader over te nemen. Bij wijze van afscheid schonk hij het doek aan Mussert, die er verzot op was en het een prominente plaats gaf in zijn kantoor in het NSB-hoofdkwartier in Utrecht – naast een portret van Adolf Hitler.

Hoezeer het schilderij in de nationaal-socialistische ideologie paste, bleek eens te meer toen de NSB in het najaar van 1942 de reizende expositie Herlevend Nederland organiseerde. Geen kunsttentoonstelling, maar een (propagandistisch verfraaid) overzicht van de geschiedenis van de partij, in het dagblad Het Vaderland beschreven als „leerrijk en belangwekkend.” De nieuwe mensch fungeerde daarbij als blikvanger. Op grote schaal werd zelfs een prentbriefkaart met een afbeelding van het schilderij verspreid, waarop stond dat er ook een reproductie op afficheformaat te koop was. „Dit schilderij werd in 1933 voor den Leider der NSB vervaardigd,” luidde het bijschrift. Een opzettelijke leugen, die wellicht werd ingegeven door de wens het werk een langere voorgeschiedenis te geven – en zodoende nog respectabeler te maken. De ante-datering van toen is, hoe dan ook, hardnekkig gebleken. Tot op de dag van vandaag staat in diverse bronnen te lezen dat het schilderij in 1933 is gemaakt in opdracht van (of als cadeau aan) Mussert.

Henri van de Velde werd in foute kringen hooggeacht als kunstenaar. Zijn werk was „grootsch van visie en zeggingskracht,” aldus De Schouw, het blad van de Nederlandsche Kultuurkamer. In opdracht van het Departement voor Volksvoorlichting en Kunsten zette hij zich in 1942 aan een nieuw schilderij, dat de titel Engel der Gerechtigheid kreeg. Het was explicieter en ondubbelzinniger dan De nieuwe mensch: een engel tegen de achtergrond van de in lichterlaaie staande lucht boven de skyline van Londen. En er werd een bijschrift aan toegevoegd dat de boodschap nog duidelijker maakte: „O Ydel en verwaten Londen / gewogen en te licht bevonden.” Wie de auteur van dit rijmpje was, is niet meer te achterhalen.

Kort na de bevrijding werd Van de Velde gearresteerd en geïnterneerd in een landverraderskamp in Amersfoort. In september 1946 werd hij voorwaardelijk vrijgelaten. Twee jaar later volgde zijn definitieve invrijheidsstelling. „Maar daarna heeft de kunstwereld niet meer naar mijn vader omgekeken,” zegt zijn zoon Arnold. „Hij werd doodgezwegen. Het is hem na de oorlog nog één of twee keer gelukt een tentoonstelling van zijn vrije werk te krijgen. Hij heeft toen ook zijn vooroorlogse critici uitgenodigd. De meesten kwamen kijken, maar ze zeiden tegen hem: we kunnen hier natuurlijk niet over schrijven. Mijn vader heeft maar kort gevangen gezeten, maar in feite is zijn straf levenslang geweest.”

Zijn vriend Carel van Lier is in maart 1945 aan honger en uitputting bezweken in het Aussenkommando Mühlenberg, een buitenpost van het concentratiekamp Neuengamme. In februari 1946 werd de kunsthandelaar herdacht met een groepstentoonstelling, waar schilderijen hingen van een groot aantal artistieke vrienden. Tot degenen die daar vanwege hun oorlogsverleden niet welkom waren, behoorde ook Henri van de Velde.

De Nieuwe Mensch: tot 12 juni te zien in het Rijksmuseum. Daarna wordt het uitgeleend voor de tentoonstelling HELD in De Nieuwe Kerk, Amsterdam (11 augustus-11 november).