Büchler maakt prachtig werk over niets

Pavel Büchler, ‘The Moth and the Lamb’, 2006 (Foto Van Abbemuseum)

Tentoonstellingen: Pavel Büchler, Avi Mograbi en Frances Stark. T/m 2 sept in het Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, Eindhoven. Di t/m zo 11-17u. Inl: www.vanabbemuseum.nl.

Het Van Abbemuseum presenteert in de oudbouw het werk van drie exposanten – Pavel Büchler, Avi Mograbi en Frances Stark – die niets met elkaar te maken hebben. Het is verwarrend dat het museum de tentoonstellingen onder één noemer presenteert, als stand van zaken in de hedendaagse kunst. Hierdoor zoekt de beschouwer naar verbanden die er helemaal niet zijn.

Frances Stark (Los Angeles, 1967) is zowel schrijver als beeldend kunstenaar en probeert deze twee disciplines met elkaar te verenigen. Haar zojuist verschenen boek Collected Works bevat een uitgebreide collectie van dagboekachtige aantekeningen en herinneringen, observaties over literatuur en citaten van door Stark bewonderde schrijvers. Tekeningetjes, foto’s en typografische collages illustreren deze tekstjes, of vice versa.

Op bladzijde 140 schrijft ze: What about, finally, keeping a diary of this so-called housewife? Dit, het dagboek van een huisvrouw, is het thema van de tentoonstelling. Er zijn veel collages van min of meer op ware grootte uitgeknipte tafels met vazen met bloemen, stofzuigers en dressoirs met spiegels van zilverpapier. Er is een video van twee peuters die op het ouderlijk bed een filmpje bekijken van een optreden van David Bowie, er zijn tekeningen over gebrek aan inspiratie en ideeën. Echte huisvlijt is het. Language stinks! schrijft Stark ergens, en zij illustreert dit op een treffende manier met flauwe teksten als Structures that fit my opening, of Ich suche nach meine Frances Starke Seite. Na een paar zalen slaat de beklemming hard toe. Wat een benauwend leven, vol navelstaarderij (‘ben ik wel een echte kunstenaar?’) en dilemma’s van een vrouw en ex-genote (zoals ze zegt) die worstelt met de combinatie moederschap en kunstenaarschap.

Avi Mograbi (Israël, 1956) maakt documentaires over het Isreälisch-Palestijnse conflict. Hij is als activist permanent betrokken bij demonstraties tegen activiteiten van het Israëlische leger in de bezette gebieden en tegen de scheidingsmuur. Zijn presentatie in het Van Abbe bestaat uit een compilatie van video’s die korte fragmenten blijken te zijn uit zijn documentaires. Die werken duren ieder langer dan een uur en worden elders in het museum vertoond.

De tentoonsteling heeft een installatie-achtige opzet, waarbij de video’s tegelijkertijd te zien zijn, op haaks op elkaar staande videoschermen. Sommige beelden zijn aangrijpend. Zoals van een ambulance die van Israëlische soldaten in een tank geen toestemming krijgt om een Palestijnse vrouw met baby naar het ziekenhuis te vervoeren; of van het meeslepende zingen van een ultrarechtse punkrockband die een publiek van orthodox-joodse jongeren oproept tot wraak. Toch werkt Mograbi’s presentatie niet. De ruimtelijke opzet van het geheel is onduidelijk, en de combinatie van video’s heeft geen effect. Er is hier een poging gedaan om de documentaire tot kunst te verheffen, wat toch de eer van een bekend filmer als Mograbi te na zou moeten zijn.

Een grotere afstand dan tussen het drama van Mograbi en de speelse gedistantieerdheid van het werk van Pavel Büchler (Tsjechoslowakije, 1952, woont sinds 1981 in Engeland) is moeilijk denkbaar. Pavel maakt prachtige werkjes van afvalmaterialen. Bij hem gaat het allemaal over het ernstig zoeken naar de grens van het niets, zo staat in de catalogus, en dat is een goede omschrijving. ‘Bengal Rose’ is een kapot tubetje verf in de kleur Bengal roze, in november 2005 gevonden in het schilderlokaal van een academie, dat zodanig is opengespleten dat het tubetje ondersteboven op een weelderige roos lijkt. Twee stompjes potlood, één met het de naam Castell er nog op, blauw en geel, vormen samen Il Castello, en inderdaad roepen ze met hun spitse punten het beeld van een kasteel op. De vergeefse correspondentie over ongewenst huis-aan-huis verspreid reclamedrukwerk is de aanleiding voor een alsmaar uitdijend werk dat de muren van verschillende museumzalen beslaat.

Büchlers tentoonstelling is doordrongen van een heimwee naar het Modernisme. Zo herschept hij afgedankte schilderijen, middels een arbeidsintensief procédé van verf weghalen en opnieuw op doek plakken, in curieuze werken die het uiterlijk hebben van abstracte schilderijen maar het toch niet zijn. Regelmatig duiken Beckett, Kafka, Cage en Warhol op in het werk van Büchler. En de conceptuele kunstenaar Douglas Huebler, die in 1969 meedeelde dat hij geen dingen meer toe wil voegen aan een wereld die al vol is van dingen. In een lezing in 2003 herinterpreteerde Büchler dit statement door te stellen dat „het kunstenaarschap niet betekent: andere dingen dan anderen doen, maar de dingen anders doen”. De moderne maatschappij heeft meer behoefte aan creativiteit, kritische verbeeldingskracht en verzet, zo vindt hij, dan aan nog meer kunstwerken. Zelf brengt Büchler deze stellingname op een voorbeeldige wijze in de praktijk.