Artsen zijn tegen donorshow BNN

Dat iemand zelf bepaalt naar wie zijn nier gaat, is niet uitzonderlijk.

Het gebeurt vaker. Maar dan uit altruïsme. En niet op tv.

Artsen vinden het smakeloos. Ze vinden dat het normen en waarden overschrijdt.

De artsenorganisatie KNMG vindt dat artsen daarom niet mee moeten werken aan De Grote Donorshow, een televisieprogramma dat BNN morgen uitzendt. Daarin zal een terminaal zieke vrouw een nier afstaan aan een patiënt die in de show zal worden verkozen. De manier waarop de show wordt vormgegeven stuit de KNMG tegen de borst. „Het leed van mensen mag niet het onderwerp zijn van een amusementsprogramma.”

Maar artsen zeggen ook dat het wel vaker voorkomt dat een nier van een levende donor niet gaat naar degene die hem het hardst nodig heeft. Dat de donor zelf mag bepalen wie zijn of haar nier mag ontvangen: een familielid, de partner, een buurman of toevallige passant. En dat dat ook steeds vaker gebeurt, door een tekort aan donornieren en dankzij betere medicatie om afstoting van organen tegen te gaan.

Patricia Batavier, transplantatiecoördinator in het UMC Utrecht vertelt hoe ‘donatie bij leven’ eerst alleen plaatsvond tussen tweelingen, toen tussen familieleden, tussen ouder en kind. Later mochten ook partners aan elkaar een nier doneren. Een procedure die, zegt ze, is afgekeken van Zuid-Korea. Stellen bij wie ruil niet mogelijk bleek, door afwijkende weefseltypering, gingen een nier uitruilen met een ander donorpaar.

En sinds een aantal jaar komt het in het Erasmus MC voor dat gezonde mensen anoniem een nier afstaan – puur altruïsme. Die nieren gaan naar een van de donorparen op de wachtlijst die geen geschikt ander paar kunnen vinden, op voorwaarde dat de partner van de patiënt die de nier ontvangt, een nier afstaat aan een ander op de wachtlijst.

Of: zeven jaar geleden, een vrouw bij de bakker die tegen een leeftijdgenote in de rij vertelt dat ze een kind heeft, dat ze gedialyseerd wordt en hoe zwaar dat is. En dat deze passant haar nier afstaat. Inmiddels wordt 41 procent van de niertransplantaties in Nederland uitgevoerd met een nier van een levende donor. Nog 1.049 mensen wachten op een nier.

Hoogleraar nefrologie Willem Weimar vertelt het verhaal van de vrouw bij de bakker. Het Erasmus MC waar hij werkt, is het enige ziekenhuis die dit soort altruïstische donaties uitvoert – gericht of ongericht. Het gaat daarbij meestal om gezonde mensen. De meesten zijn ook bloeddonor, doen vrijwilligerswerk, zitten in „het kerkenwerk”.

Dit jaar verwacht hij zo’n vijf, zes van dit soort donaties te zullen uitvoeren. In totaal ging het de afgelopen jaren om „een stuk of twintig” van dit soort transplantaties. Daar was ook al eens een terminale patiënt bij, met een ernstige zenuwziekte. En bij een andere patiënt met een ernstige zenuwziekte zal binnenkort een nier worden weggehaald.

Allerlei vormen van donatie zijn dus mogelijk zegt Weimar, hij is ook voorzitter van de Nederlandse Transplantatiestichting. Maar: de toewijzing van de organen gebeurt altijd óf omdat donor en ontvanger met elkaar een band hebben, óf om medische redenen. Dan wordt de nier toegewezen aan degene die hem het hardst nodig heeft en van wie de artsen denken dat het lichaam er het best op zal reageren. En dus niet omdat het „een dertigjarige, mooie en goedgebekte vrouw is, die het goed doet op televisie”. Dat gaat volgens hem „nét even te ver”.

Van de ziekte van de vrouw die de nier zou willen afstaan, weet Willem Weimar niets. Geen van de artsen is op de hoogte. Patricia Batavier heeft „via via” gehoord dat het om een patiënt zou gaan met een primaire hersentumor – een hersentumor die niet is uitgezaaid. In bepaalde omstandigheden kan donatie bij dit soort patiënten plaatsvinden, zegt ze. „Het moet gaan om een hersentumor die zich niet snel ontwikkelt. Bij graad één of twee kan donatie plaatsvinden, bij graad drie en vier niet.” Ze vindt het „zo ongelofelijk goedkoop” hoe BNN dit aanpakt.

De voorzitter van de Nederlandse Transplantatie Vereniging Hans de Fijter kan zich niet voorstellen dat een van de zeven transplantatiecentra in Nederland – alle academische centra behalve het VUmc – bereid zou zijn de niertransplantatie uit te voeren. Als BNN dit al met een van de centra besproken zou hebben, zou hij er waarschijnlijk van op de hoogte zijn. Hij zegt zelfs: „In deze vorm zal deze procedure in Nederland niet worden uitgevoerd.”

Naar het buitenland gaan is geen optie, zeggen de artsen. In Duitsland staat de wet alleen anonieme transplantatie toe. In België mag het wel, maar daar vonden vorig jaar tien ‘familietransplantaties’ plaats, in plaats van zo’n driehonderd in Nederland. „Ik weet niet of ze het daar wel zo goed kunnen”, zegt Weimar.