Aanval in oosten Congo eist 18 levens

Bij een gewelddadige aanval op een aantal dorpen in Oost-Congo door milities zijn eind vorige week ten minste achttien burgers gedood en 27 gewond. Alle slachtoffers werden vermoord of verwond in hun slaap. Ook werden achttien mensen ontvoerd. De wreedheden in Zuid-Kivu zijn gisteren bekendgemaakt door de Verenigde Naties, die met een vredesmacht (MONUC) aanwezig is in Congo. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon heeft de gewelddadigheden veroordeeld.

De aanvallen zouden het werk zijn geweest van de Rwandese Hutu-rebellenbeweging FDLR en zogenoemde Mai Mai-strijders, die een paar maanden geleden betrokken waren bij gevechten in Zuid-Kivu. De aanvallers gebruikten machetes, bajonetten, messen en knuppels. Volgens de VN gebruikten ze met opzet geen vuurwapens om geruisloos te kunnen opereren. Op de lichamen van de slachtoffers werden briefjes achtergelaten. Daarop stond dat de moorden een vergelding zijn voor de aanvallen door het Congolese leger.

Pakistaanse blauwhelmen konden een nieuwe aanval op een dorp verhinderen. Daarop zijn de rebellen het bos in gevlucht. Een zoekactie van het regeringsleger, samen met MONUC, leidde gisteren tot de vondst van vier van de gijzelaars. Volgens onbevestigde berichten zijn twaalf lichamen van overige ontvoerden later in het bos gevonden.