Zit nou niet te zeuren over ontslagrecht

Veel gemeenten helpen met succes moeilijk bemiddelbare mensen aan een baan. Dat scheelt in de uitkeringen. Gebruik een deel van dat geld voor lokale werkgelegenheid, bepleiten vijf wethouders.

Ondernemers zitten te springen om werknemers; maandelijks komen er duizenden vacatures bij. En honderdduizenden mensen die graag aan de slag willen. Hoe komen vraag en aanbod bij elkaar? Een prachtig onderwerp voor de ‘participatietop’ die vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en het kabinet nog voor de zomervakantie willen houden.

Maar de sociale partners lijken elkaar te gijzelen in een discussie over ontslagrecht en andere technocratische onderwerpen. Juist nu van iedereen wordt gevraagd om in het belang van alle werkzoekenden afspraken te maken met het rijk en de gemeenten.

Er zijn op de arbeidsmarkt in Nederland volgens de laatste schattingen (CBS, maart 2007) 212.000 vacatures. Een groot deel van die vacatures is vaak moeilijk te vervullen. Tegelijkertijd zijn er genoeg mensen die op zoek zijn naar een baan. Maar veel van die mensen hebben niet de juiste kwalificaties om die vacatures te kunnen vervullen. Voor meer dan een half miljoen mensen is er nog steeds weinig perspectief op werk. Zij dreigen afhankelijk te blijven van een uitkering.

Het gaat daarbij vooral om oudere werklozen, gedeeltelijk arbeidsongeschikten en mensen die langdurig in de bijstand zitten. Zij zouden kansloos zijn op de arbeidsmarkt. Maar is dat echt zo?

In de afgelopen jaren hebben gemeenten door een beleid op basis van het principe ‘werk boven uitkering’ kans gezien om veel mensen die oorspronkelijk in de categorie ‘kansloos’ waren ingedeeld, aan werk te helpen. Wie vandaag de dag een uitkering aanvraagt, komt meestal meteen terecht in een traject dat gericht is op werk. Bij voorkeur natuurlijk een betaalde baan, maar het kan ook vrijwilligerswerk zijn.

De rijksoverheid prijst de gemeenten met de resultaten, want steeds meer mensen gaan aan het werk. Zij leveren daarmee een actieve bijdrage aan onze samenleving. Dat er daardoor ook minder geld nodig is voor het betalen van uitkeringen, is van belang voor ons sociale stelsel.

Gemeenten willen doorgaan met dit beleid en willen daar graag afspraken over maken met het rijk en met werkgevers- en werknemersorganisaties. Daarom hebben gemeenten samen met de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) aan het kabinet de vrijheid gevraagd om de komende vier jaar een deel van de financiële voordelen op de uitkeringsbudgetten rechtstreeks te investeren in werk in de gemeenten.

De arbeidsmarkt vraagt om gemotiveerde en opgeleide werknemers. Door nog veel meer mensen naar de arbeidsmarkt te leiden, kunnen in Nederland volgens gemeenten veel meer bijstandsgerechtigden – ten minste 75.000 – aan een baan worden geholpen. Dat vraagt om extra begeleiding, scholing en gerichte opleidingen. De gemeenten vinden dat ze daarvoor tijd en geld moeten krijgen. Over vier jaar willen ze graag beoordeeld worden op deze ambitie.

De vraag van ondernemers naar gekwalificeerd personeel komt voort uit de huidige economische groei. Daarnaast gaan de komende jaren tienduizenden mensen – de zogenoemde babyboomers – met (vervroegd) pensioen. Wie gaan dan hun plaats innemen? Werknemers uit andere landen? (Daar is op zich niets mis mee!) Of de mensen die nu aan de kant staan en voor wie een perspectief op werk het leven meer inhoud kan geven? Ook andere groepen – niet alleen diegenen die nu een bijstandsuitkering hebben – kunnen weer deelnemen aan het arbeidsproces. Denk aan vrouwen die door hun moederschap buiten het arbeidsproces zijn geraakt. Of denk aan allochtone jongeren. Om volwaardig te kunnen functioneren op de arbeidsmarkt hebben zij extra ondersteuning nodig.

Er is alle aanleiding om zo snel mogelijk te overleggen over de problemen op de arbeidsmarkt en de oplossingen die daarvoor binnen handbereik liggen. Daarom is het van groot belang dat werkgeversorganisaties en vakbonden het liefst vandaag nog uit de loopgraven komen en samen met het kabinet afspraken maken. Gemeenten kunnen dan aan de slag om ervoor te zorgen dat bedrijven en organisaties goed blijven functioneren en dat mensen die ‘achter de geraniums zitten’ daaraan een bijdrage kunnen leveren.

De aangekondigde participatietop is dus meer dan nodig om onze polder in beweging te brengen. De gemeenten zijn er klaar voor!

Dominic Schrijer, Henk Kool, Hans Spigt, Martine Visser en Myra Koomen zijn wethouders Werk en Inkomen in respectievelijk Rotterdam, Den Haag, Dordrecht, Almere en Enschede. Hans Spigt is voorzitter van de VNG-commissie Werk & Inkomen.