Wie schiet wie dood, hoe en waar?

Exiled. Regie: Johnny To. Met: Nicky Cheung, Francis Ng, Anthony Wong Chau-sang. In: Filmmuseum, Amsterdam.

In genrefilms kunnen de filmmaestro’s excelleren doordat de uitgangspunten van de plot bekend zijn bij het publiek en hij dus zijn volle aandacht kan verplaatsen van het wat naar het hoe, naar de manier waarop gefilmd wordt. Johnny To is zo’n meester, die zich uitleeft op de platgebaande paden van het gangstergenre en zijn personages binnen de bekende kaders een dans laat uitvoeren van een grote precisie en schoonheid.

Daarom is het belangrijker om bij een recensie van zo’n film de scènes te beschrijven dan het verhaal, want dat gaat meestal over eenzame gangsters die binnen of buiten de bende moeten zien te overleven.

In het geval van Exiled gaat het over een groepje jeugdvrienden dat in de onderwereld is terechtgekomen en omwille van hun oude vriendschap tegen de gangstermores handelt. En dan is het een kwestie van schieten of geschoten worden.

De schietpartijen in Exiled gaan telkens tussen drie of meer gangsters en daarbij is de mise-en-scène cruciaal. Wie bevindt zich waar ten opzichte van elkaar? To structureert Exiled rond vier van dit soort scènes, de een in nog ingewikkelder constellaties dan de ander, met bewust absurde elementen zodat we echt heel goed begrijpen dat het er niet om gaat wie wie doodschiet, maar hoe.

De mooiste schietpartij is in een illegale kliniek, waar de voortvluchtige gangster Wo, de hoofdpersoon, wordt geopereerd na de vorige schietpartij. Zijn vrienden wachten letterlijk in de coulissen als er aan de deur wordt geklopt en de gangsterbaas binnenkomt, zijn doodsvijand, even gewond en op zoek naar een dokter. Het spel van deuren, gordijnen, bedden, trappen dat To ons dan voorschotelt staat schitterend ver af van de realiteit. Elke gangster lijkt de balletacademie te hebben doorlopen.