Toppers thuis in Amsterdam

Het NK squash voor teams wordt gedomineerd door buitenlandse vedetten.

Maar als breedtesport heeft squash het heel moeilijk.

Het centre court van het Frans Otten Stadion in Amsterdam-Zuid. Rechts van de toegangsdeur tot de squashbaan slobbert een oranje vlag van de Squashbond Nederland (SBN) over een tafel. Daarop staan twee trofeeën; om elke sportbeker hangen zes gouden medailles. De inzet van deze zaterdagmiddag: het landskampioenschap squash voor dames- en herenteams. Ian Cherington, sporttechnisch manager bij de SBN en vandaag tevens stadionspeaker, verzoekt de hooguit tweehonderd aanwezigen alvast hun gsm uit te zetten.

Het decor van het NK voor clubteams dus. Of beter: het open NK voor clubteams. Want op één ‘excuus-Nederlander’ per team na, zijn de overige drie spelers die een team complementeren doorgaans afkomstig uit squashgrootmachten als Engeland, Frankrijk, Egypte of Maleisië. Zo heeft het herenteam van Squash Utrecht de Fransman Gregory Gaultier, nummer vier van de wereld, in de gelederen. Tegenstander Victoria Squash uit Rotterdam stelt daar de Egyptenaar en nummer twaalf van de wereld Karim Darwish tegenover.

Ook de dames van Victoria spelen vandaag de finale, tegen Amstelpark uit Amsterdam. Bij Victoria is de beste speelster wel een Nederlandse. Al houdt Vanessa Atkinson (31) – wereldkampioene in 2004, maar inmiddels afgezakt naar plaats negen – er wel een dubbel paspoort op na. „Ja, ik heb ook m’n Engelse paspoort nog”, vertelt Atkinson, die op haar tiende met haar ouders van Engeland naar Nederland verhuisde.

Al zo’n tien jaar reist Atkinson de wereld rond om toernooien te spelen, wedstrijdpunten te behalen en prijzengeld in de wacht te slepen. Ze kan „prima” leven van haar fulltime job als squashster. „Voor competitiewedstrijden als deze krijg ik 800 euro. Als je een toernooi wint, varieert het prijzengeld van 5.000 tot 20.000 euro. Maar dan moet je dus wel winnen. Als je er in de eerste ronde uitvliegt, mag je blij zijn als je quitte speelt.”

Atkinson verkeert, samen met Annelize Naudé (30), die uitkomt voor Amstelpark en beschikt over de Nederlandse én Zuid-Afrikaanse nationaliteit, als een van de weinigen in deze ‘luxe’ positie. „Daarom is het buitengewoon zuur dat sportkoepel NOC*NSF dit jaar de toewijzingscriteria voor het stipendium heeft gewijzigd”, vertelt Cherington.

Het stipendium, een minimumloon van ongeveer duizend euro per maand, wordt verstrekt aan sporters met een zogenoemde A-status. Voorheen werd de A-status verleend aan alle leden van het Nederlands squashteam, mits het team op het niveau ‘top-8 van de wereld’ presteerde.

Maar die grondslag is nu verlaten. „Bepalend is nu de prestatie van de squasher en niet meer die van het team. Op Atkinson en bij de heren misschien Laurens Jan Anjema na, valt daardoor nagenoeg iedereen buiten de boot. En juist die squashers hebben net dat zetje nodig om de sprong naar de wereldtop te maken”, zegt Cherington, die door het nieuwe beleid 165.000 euro aan toelages zag wegvloeien.

De aantrekkingskracht van de Nederlandse competitie heeft hier ogenschijnlijk niet onder te lijden, getuige het sterke deelnemersveld van vanmiddag. Zo treedt Atkinson aan tegen ’s werelds beste squashster, de 23-jarige Nicole David uit Maleisië. En David, die volgens Ellie Pierce, de teammanager van Amstelpark, in Kuala Lumpur niet over straat kan, woont al vierenhalf jaar in Amsterdam. Waarom? „It’s a nice city”, zegt David lachend.

Maar er zijn nog zo wat redenen. Zo traint David met andere internationale topspeelsters bij de Australische Liz Irving, die zich blijvend in Amsterdam heeft gevestigd. De centrale ligging van Amsterdam is erg handig als er competitieverplichtingen zijn in andere Europese landen, zoals in het geval van David in Engeland. David prijst zich gelukkig met de internationale squashgemeenschap in Nederland. „We zijn elkaars rivalen, maar door met elkaar te trainen worden we ook beter.”

Van een spin-off naar de breedtesport is echter geen sprake. De squasher, bij uitstek, is een exponent van de hedendaagse sportbeoefenaar die zich weinig laat gelegen aan het verenigingsleven. „Zo’n 400.000 mensen squashen ten minste vier maal per jaar. Slechts 20.000 daarvan doen het in georganiseerd competitieverband”, zegt Cherington.

De SBN steekt wat dat betreft de hand ook in eigen boezem, want aan talentontwikkeling heeft het de afgelopen tien jaar wel ontbroken. „De aandacht is te veel uitgegaan naar de senioren, maar de laatste drie jaar zijn we bezig met een inhaalslag”, verweert Cherington zich. Zo worden evenementen in het jeugdcircuit nieuw leven ingeblazen en gaat de SBN de scholen langs om de jeugd voor het squash te winnen.

Atkinson en David laten in hun partij zien waar talent toe kan leiden. De kracht en ervaring van Atkinson lijken haar, bij een 7-2 voorsprong, de eerste game te bezorgen. De vederlichte Maleisische is niet onder de indruk. Stoïcijns brengt zij elke bal terug en voert het tempo, bijna onopgemerkt, slag na slag verder op. De eerste game trekt de nummer één van de wereld met 10-8 alsnog naar zich toe. Daarna is het verzet van Atkinson snel gebroken (9-2, 9-0). Bij het verlaten van het centre court slingert Atkinson haar racket in een baan om het Frans Otten Stadion.

Het verlies van Atkinson heeft geen gevolgen, omdat haar drie teamgenoten hun partijen winnend afsluiten. De vrouwen van Victoria zijn landskampioen en even later gaat Atkinson alweer lachend met het team op de foto. Volgend weekeinde probeert ze weer een clubkampioenschap binnen te halen, maar dan dat van Frankrijk met haar club in Marseille. „En daarna fit worden om van die kleine griet (Nicole David, red.) te winnen”, blikt Atkinson alvast vooruit naar het WK in oktober in Madrid.

Victoria gaat niet naar huis met de ‘dubbel’. Het landskampioenschap bij de mannen gaat naar Utrecht. Bij een gelijke stand in wedstrijden (2-2) en games (7-7), gaf het aantal gewonnen punten van Utrecht de doorslag (126-119).