Stunten met organen

De overheid stuurde onlangs alle 187.257 18-jarigen in Nederland een formulier met de vraag of zij zich als orgaandonor willen laten registreren. De geboortejaargang 1988 hield zich doof. Slechts 20,5 procent gaf antwoord. Van hen liet een kwart zich registreren als weigeraar. De overigen gaven toestemming of delegeerden dat aan hun familie.

Donorregistratie stuit in Nederland bij velen op bezwaren. Erover nadenken doen velen liever niet. Zelfs minister Plasterk (Onderwijs, Cultuur en Media, PvdA) bekende gisteren verlegen dat hij nog geen donor was. Hij zou zich ijlings die dag laten registreren.

Onlangs bleek uit onderzoek dat de bereidheid om zich als potentiële donor te laten registreren, zou afnemen. De lengte van de wachtlijsten neemt intussen toe. Er overlijden patiënten die gered hadden kunnen worden. Alleen al door een tekort aan donornieren, zo’n tweehonderd per jaar. Inmiddels wordt er hardop nagedacht over nieuwe campagnes, prikkels en bonussen om meer donoren te werven. Goedkopere begrafenissen, voordeliger paspoorten?

De begrijpelijke ophef rond de nu aangekondigde BNN-nierpatiëntverkiezing met als hoofdprijs een donornier, kan tegen deze achtergrond worden bezien. Er is een snoeihard keuze- en verdelingsprobleem van leven en dood, waarmee nu alleen patiënten, familieleden en medisch personeel worden geconfronteerd. Op het verzoek om donor te worden hebben tot nu toe 5.046.929 Nederlanders antwoord gegeven. Ruim anderhalf miljoen hebben nee gezegd. Dat mag. Keuzevrijheid, beschikking over het eigen lichaam zijn essentiële waarden.

Tegelijk ontslaat het de burger niet van de plicht na te denken over de vraag of hij zélf een orgaan zou willen ontvangen, mocht de medische noodzaak zich voordoen. Een suggestie van de Nierstichting om een patiënt die zelf weigerde donor te zijn onderaan een eventuele wachtlijst te zetten als het zo ver is, is vruchtbaar. Altruïsme en eigenbelang mogen hand in hand gaan. De burger is zelf in staat na te denken wat goed voor hem is en de juiste afweging te maken. Daar mogen consequenties aan worden verbonden. Die maken de keuze ook relevant.

BNN is er nu in geslaagd dit thema het gesprek van de dag te laten worden. Uitsluitend door een stunt aan te kondigen met een eenmalige orgaanloterij die naadloos past in een film van Fellini. Niemand kan meer om het donordilemma heen. Dat is positief. Ongetwijfeld is een patiëntverkiezing smakelozer dan het lokken van donoren met goedkopere paspoorten of begrafenissen. Maar slechte smaak is niet verboden, net zo min als een goede grap. De uitingsvrijheid van programmamakers behoort in een open samenleving natuurlijk te worden gerespecteerd. Daarbij is het nog de vraag of dit programma feit of fictie is. Niet uitgesloten mag worden dat veel ethische ophef en morele boosheid die nu her en der gretig worden geuit, gratuit zal blijken.