Rechter Pakistan doet zijn verhaal

De Pakistaanse opperrechter Iftikhar Chaudhry heeft gisteren voor het eerst openheid gegeven over zijn ontmoeting met president Pervez Musharraf op 9 maart jongstleden. Toen stelde de president hem om onduidelijke redenen op non-actief, waarna een opstand van juristen ontstond en het land in een politieke crisis raakte.

Chaudhry’s advocaat Aitzaz Ahsan maakte gisteren een bij het Hooggerechtshof ingediende verklaring van zijn cliënt openbaar. Daarin vertelt de rechter hoe de ontmoeting in Musharrafs kantoor in Rawalpindi verliep: de president, in uniform, zei dat hij een klacht over Chaudhry had ontvangen van het Gerechtshof in Peshawar. Chaudhry antwoordde dat die zaak al was afgedaan. Vervolgens zei de president dat er meer klachten waren, en liet hij „de anderen” binnenroepen.

Dat waren premier Shaukat Aziz, de directeurs-generaal van drie inlichtingendiensten, de stafchef en een andere, onbekende functionaris. Musharraf ging verder met het voorlezen van klachten, die volgens de opperrechter alle gebaseerd waren op de gepubliceerde brief van televisiepresentator en jurist Naeem Bukhari. Die schreef in februari dat Chaudhry aan vriendjespolitiek doet: hij zou onder andere zijn invloed gebruikt hebben om zijn zoon op een universiteit te krijgen. Volgens Chaudhry toonde niemand bewijsstukken. Wel vroegen alle aanwezigen om zijn aftreden, wat hij weigerde.

Musharraf beende daarop kwaad de kamer uit, en liet Chaudhry er vier uur vasthouden. Toen kwam het hoofd van de Militaire Inlichtingendienst de rechter vertellen dat hij geschorst was. Twee minuten nadat zijn plaatsvervanger was aangesteld, mocht Chaudhry het gebouw verlaten. Het vlaggetje en het embleem van het Hooggerechtshof waren toen al van zijn auto verwijderd.