Oplettend en onverstoorbaar

China gedraagt zich in de wereld niet als het Westen. Het is geen democratie en het heeft amper olie. Dus komt het Westen China elke keer weer tegen.

Het is China dat het moorddadige regime in Soedan de hand boven het hoofd houdt en krachtige Veiligheidsraadresoluties over Darfur altijd saboteert. Het is de China National Petroleum Company die de meerderheid van de aandelen in de twee Soedanese oliemaatschappijen in handen heeft en de helft van alle olie opkoopt. Het is China dat het dictatoriale bewind van Mugabe in Zimbabwe (goud, platina) de helpende hand biedt en de oude heer zelfs van een landgoed in stijl met 25 vertrekken heeft voorzien. Het is China dat elke keer met een veto komt wanneer de Veiligheidsraad de militaire dictators in Birma (gas voor de kust) het leven wat lastiger wil maken. Het is China dat de brute despoot van Oezbekistan, Karimov, omarmt. Toen deze een tijdje terug in Peking was, werd een akkoord getekend met de voorspelbare inhoud: een joint venture voor de ontginning van olievelden bij de islamitische noorderbuur van Afghanistan.

Dit lijstje is gemakkelijk uit te breiden tot het einde van dit stukje. De Chinese machthebbers volgen gewoon het principe van het eigen landsbelang en dat vraagt om olie en om niet-inmenging.

Inmenging in interne aangelegenheden kan China zelf niet gebruiken, met kwesties als Tibet en de soms onrustige Uguren – de Chinese moslims in het westen van het land. En bovendien, inmenging in interne aangelegenheden geldt volgens de Chinezen sowieso als een riskante westerse nieuwigheid waar veel chaos uit kan voortkomen – en wat dit laatste betreft hebben ze natuurlijk ook niet helemaal ongelijk.

Nu zou het Westen China harder kunnen aanpakken, maar dat is dermate onvoorstelbaar dat het zelfs niet de geringste discussie ontlokt. China is te groot, het is de fabriek van de wereld, op weg de tweede economie van de wereld te worden, met 1,3 miljard mensen. China aanpakken is zoiets als een staart met een hond laten kwispelen, alleen al de zwaartekracht verhindert het.

Firma’s als Yahoo, Google, Microsoft, Murdochs televisienetwerk – zij allemaal sluiten de kleine en grotere compromissen om in China mee te mogen spelen.

Voor het westerse bedrijfsleven geldt overigens altijd dat het er niet is om democratie te bevorderen. Het is er om een ordelijk rendement te maken en ondertussen, waar het ook in de wereld zit, voor het eigen personeel standaarden te handhaven waar het mee voor de dag kan komen.

Maar dit spel van subtiliteiten wordt binnenkort serieus op de proef gesteld en ook nog door toedoen van de Chinezen zelf. Volgend jaar zomer zijn de Olympische Spelen van Peking. Het is de trots van het land. Op het Plein van Hemelse Vrede telt een klok de dagen, uren, minuten en seconden af en de stichter, held en massamoordenaar van het nieuwe China, kijkt middels het bloedeloze reuzeportret boven de ingang van de Verboden Stad toe.

Al jaren leeft het land ernaar toe, wijken zijn ervoor weggewalst en vervuilende industrie is rigoureus uit de miljoenenstad verbannen. De Olympische Spelen van Peking zijn de mise-en-scène van China’s definitieve toetreding tot het centrum van de nieuwe wereld. Motto voor 2008: One World, One Dream.

Maar de Olympische Spelen zijn tegelijkertijd een bij uitstek westers consumentenfestijn: een wereld van sponsoring, merkenpositionering, rechtenverkoop en kijkemoties ontrolt zich vier weken lang over het televisiescherm van de wereld.

Je zou zeggen: de Chinese leiders zijn niet bang, want zo’n festijn maakt kwetsbaar. De Spelen van Moskou, 1980, werden een flop omdat westerse landen vanwege de Russische inval in Afghanistan niet kwamen opdagen (die van Los Angeles vier jaar later ook, toen het Oostblok die rekening vereffende).

China heeft tot nu toe een groot talent gedemonstreerd om westerse opwinding over Chinese praktijken te negeren. Een paar weken geleden ging het even mis. De actrice Mia Farrow stuurde een open brief aan Steven Spielberg, een regisseur van de Peking Olympiade, over de Chinese machinaties in Darfur. Ze noemde de Spelen de ‘Genocide Olympics’ en Spielberg alvast een potentiële ‘Leni Riefenstahl van de Beijing Olympiade’.

Spielberg, op zijn beurt, schrok en liet weten dat hij ook nooit precies had geweten hoe het zat daar in Darfur, maar dat hij het er niet bij zou laten zitten. Spielberg schreef de Chinese president een brief en die stuurde per ommegaande een gezant naar Soedan. En er werd in Washington een lobbyfirma ingehuurd om tegengas te geven.

Waarschijnlijk is Darfur te ingewikkeld en het rollenspel te indirect voor massamobilisatie. Allerlei niet-gouvernementele organisaties, van Free Tibet tot Falun Gong, zijn bezig om een sleutel tot mobilisatie van de massa’s te vinden. Het haalt niets uit. Bijvoorbeeld Amnesty International met een paar foto’s van Chinezen die ergens in een kamp zitten omwille van ‘heropvoeding middels arbeid’?

Of Chinese autoriteiten precies weten wat ze zich op de hals hebben gehaald, blijft afwachten. Een voedingsbodem voor een onverwachte verstoring van de feestvreugde is er zeker, want in Amerika zijn er zowel liberals die een wat steviger mensenrechtengeluid wensen als harde conservatieven die de hele Chinese opmars niet bevalt. Een coalitie is snel gevormd.

Tot nu toe varen de Chinese leiders een vastberaden koers: oplettend, niet arrogant maar verder onverstoorbaar als een feestganger die bij de deur nog even een stofje van zijn smoking veegt. Met dat ene, alles overheersende voordeel: iedereen wil erbij zijn.