Opera als orgie en bacchanaal

De opera Die Gezeichneten van Franz Schreker is één lange, hallucinerende droom.

Een nieuwe enscenering laat niets aan de verbeelding over.

Dutroux-achtige verkrachtingen door edellieden van ontvoerde meisjes die worden vermoord, een decadente orgie met allerlei soorten perversiteiten, masturbatie en enorme orkestrale ontladingen, grootschalige groepsseks met meisjes, vrouwen en naakte jongens voor het uitkiezen, een bloederige massaslachting.

De Nederlandse Opera en het Koninklijk Concertgebouworkest realiseren in Die Gezeichneten van Franz Schreker een schrikwekkende hellevaart naar de krochten van de menselijke driften, een encyclopedische verkenning van seks, geweld en moord, een panoramisch overzicht van liederlijke lage lusten, een apocalyptische afdaling via een ondergrondse orgiezaal naar het voorgeborchte van het inferno, eindigend in een massacre dat Dante nog probeert te overtreffen.

Aan de verbeelding wordt in deze extreme voorstelling niets overgelaten, alles wordt expliciet geïllustreerd. In de sector ‘seks bij de adel’ verbleekt Don Giovanni tot een schuchtere losbol. Hier hebben we te maken met de meedogenloos perverse familie van prinses Salome, hertog Blauwbaard, markies de Sade, graaf Dracula en gravin Geschwitz uit Lulu.

Voor de vaak zo abstraherende Nederlandse Opera is zoveel visueel weerzinwekkends ongekend. Het werd door het publiek enthousiast onthaald en er waren ovaties voor de fenomenaal gezongen en deels naakt geacteerde hoofdrol van Gabriel Sadé als Alviano Salvago.

Die Gezeichneten, in 1918 nog voor het eind van de Eerste Wereldoorlog in Frankfurt in première gegaan, was door Schreker al voor die oorlog geconcipieerd op een eigen tekst. Achteraf – en zeker in de enscenering van Martin Kusej – lijkt de opera een freudiaans psychologische verklaring van een hele eeuw onmenselijk geweld: het pantser van normen en waarden is flinterdun.

Schreker grijpt in zijn opera, spelend in de hoogste kringen van het renaissancistische Genua, deels terug op de gruwelijkheden van de moordlustige bacchanten in de Griekse mythologie. De mismaakte edelman Alviano Salvago sticht op een eiland het lustoord Elysium – vernoemd naar het prettige deel van de Griekse onderwereld. Daar gebeuren de verschrikkelijkste dingen.

Het Elysium is omgeven door de doodsrivier de Styx: water op het podium waar iedereen doorheen banjert. Daar sterft de kunstenares Carlotta, begeerd door Salvago maar veroverd door graaf Tamare, die wordt vermoord door Salvago.

In de doodsrivier begint en eindigt ook de voorstelling. Salvago duikt daaruit op en verdwijnt er weer in. Dat maakt de voorstelling tot een hallucinerende freudiaanse droom, rijp voor ‘Traumdeutung’. Carlotta zingt: „Een nachtmerrie.” En in Schrekers muziek, een overweldigende cavalcade aan citaten, stijlcitaten en verwijzingen naar Puccini, Wagner en vooral Strauss, klinkt het duet ‘Ist ein Traum, kann nicht wirklich sein’ uit Der Rosenkavalier (1913).

Een hoogtepunt van superieur gedoseerde en opgebouwde ensceneringskunst is de anderhalf uur durende derde acte. Het is een orgie in de spiegelzaal, op de kijkdag waarop de Genuese burgerij het Elysium als aanwinst van de gemeente komt inspecteren en zich overgeeft aan ongeremde lust. Ook hier een stijlcitaat: het lijkt wel een film van Federico Fellini, vooral met die man in bontjas met kettingzaag.

Maar ook is er die fascinerende, lyrische, intieme en ontroerende scène met de mismaakte Salvago, een voorouder van de gebochelde nar Rigoletto, en de mooie Carlotta, een fotografe. Hij hunkert naar een afbeelding van zijn ziel, maar zij bedriegt hem. Hij krijgt driedimensionale replica’s van zijn afzichtelijke uiterlijk. Zij geeft de voorkeur aan graaf Tamare.

Naast de geweldige Salvago van Gabriel Sadé, die deze rol eerder zong in Stuttgart, is Carlotta een fantastische nieuwe rol van Kristine Ciesinski, die alle voorstellingen heeft overgenomen van de zieke Jeanne-Michèle Charbonnet. Ook Tamare is met Scott Hendriks een bijzondere rol: bikkelhard maar smoorverliefd op Carlotta. Zo zijn er tal van goede rollen.

Chef-dirigent Ingo Metzmacher van de Opera, staat hier voor het Koninklijk Concertgebouworkest, dat zich laat beluisteren als het uitzonderlijk competente multi-stilistische operaorkest dat Riccardo Chailly in 2004 achterliet. Een betere muzikale uitvoering lijkt onmogelijk.

Die Gezeichneten van F. Schreker door de Nederlandse Opera en het Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Ingo Metzmacher.T/m 9/6 in Muziektheater, Amsterdam. Res.: 020- 6255455.

*****