Lubitsch’ lichte toon

Ernst Lubitsch-programma. 31 mei t/m 27 juni. In: Filmmuseum, Amsterdam.

‘How would Lubitsch have done it’, had regisseur Billy Wilder geschreven op een bordje boven z’n kantoor waar hij samen met zijn scenarist schaafde aan z’n sprankelende scripts. Ook de Franse cineast Truffaut bewonderde de zestig jaar geleden gestorven Ernst Lubitsch mateloos. Truffaut prees de Duitse regisseur, die in 1922 naar Hollywood vertrok, omdat hij in zijn verhalen nooit een voor de hand liggende oplossing koos. Alles wat we zien, schreef Truffaut, gebeurt „omdat Lubitsch zich tijdens de zes weken van het schrijven suf heeft gepiekerd om uiteindelijk aan de toeschouwer zelf de constructie van het scenario over te laten, samen met hem, terwijl de film geprojecteerd wordt op het scherm. Geen Lubitsch zonder publiek, maar opgepast: het publiek wordt niet bij de creatie opgeteld, maar is bij de creatie betrokken, het maakt deel uit van de film.”

Truffaut karakteriseert in zijn stuk de zogenaamde ‘Lubitsch touch’, het via details indirect vertellen van een verhaal. Het belangrijkste kenmerk van de ‘Lubitsch touch’ is het weglaten van shots of scènes, waardoor de toeschouwer zelf gaat invullen wat er gebeurd moet zijn in wat ze niet te zien hebben gekregen. Vanaf morgen kan het Nederlandse publiek het zelf (opnieuw) zien, als het Filmmuseum in Amsterdam begint aan een Lubitsch-retrospectief dat een maand zal duren.

Het liefst was Lubitsch suggestief over seks. Een goed voorbeeld is Design for Living (1933), waarin Gary Cooper, Fredric March en Miriam Hopkins een onconventionele ménage à trois aangaan. Allebei verliefd op Hopkins en vice versa. Beiden zijn arme kunstenaars in Parijs die Hopkins aanstellen als moeder van hun kunsten. Zo helpen ze elkaar, maar onder één voorwaarde: „No sex, it’s a gentleman’s agreement.” Waarna de scène met een suggestieve fade out eindigt. Geen seks, ammehoela!

Door niet te tonen maar slechts speels te suggereren, kwam Lubitsch er in het puriteinse Amerika mee we. Zo ook in het even stoute Trouble in Paradise (1932), waarin twee charmante dieven er vandoor gaan met het geld van de rijke, adellijke vrouw die eerder het bed deelde met een van hen. Later kwam er een strengere censuur die het zelfs de subtiele Lubitsch moeilijk maakte zijn ‘sophisticated comedies’ te maken. Maar hij leverde toch nog altijd de meest prachtige films af, waarin serieuze zaken op een humoristische of satirische manier aan de orde komen, tot de holocaust aan toe (in To Be or Not to Be, 1942; een voorganger van Benigni’s La vita è bella).

Nooit verliest Lubitsch zijn verraderlijk lichte toon, zijn dubbelzinnige dialogen, zijn oog voor decors of zijn vermogen de acteurs als Greta Garbo, James Stewart, Carole Lombard en Marlene Dietrich te verleiden tot heerlijk spel. Tom Hanks in You’ve Got Mail, de desastreuze remake van The Shop Around the Corner (1940), kan niet tippen aan James Stewart. Billy Wilder zei al: „Als we geluk hadden, lukte het ons soms een paar meter film te maken die eventjes sprankelde als Lubitsch. Áls Lubitsch. Nooit de echte Lubitsch.”