Liefdesbrug voor immigrant

Door de strenge Deense immigratiewetten kunnen veel Denen met een buitenlandse partner niet in hun eigen land wonen.

De brug tussen Kopenhagen en Malmö biedt uitkomst.

Het silhouet van Kopenhagen is nog maar nauwelijks uit de achteruitkijkspiegel verdwenen als Tina Aalling met haar auto een geel-blauw grensbord passeert. ‘Zweden’, staat er, wat inhoudt dat de Deense, die overdag wiskunde doceert op een middelbare school in Kopenhagen, bijna thuis is. Samen met haar Marokkaanse echtgenoot en zoontje van vier woont Aalling in Malmö, de havenstad die sinds 2000 via een brug verbonden is met Kopenhagen. „Drie jaar geleden zag je niemand op de brug, nu staat er dagelijks een file”, zegt Aalling.

Tina Aalling maakt deel uit van de gestaag uitdijende Deense diaspora in de zuidpunt van Zweden. Meer dan zevenduizend Denen zijn al neergestreken in Malmö, een bescheiden stad van 270.000 inwoners. Meer dan de helft van de aanwas vond plaats sinds de eeuwwisseling, met vorig jaar als voorlopig hoogtepunt.

De Deense aanwezigheid blijkt uit de complete woonwijk die uit de grond wordt gestampt aan de voet van de brug – honderden Denen op een nieuwbouwkluitje. Voor hun kinderen is er een lagere school met een volledig Deenstalig lesaanbod. Uitgaan doen zij in de vele cafés.

De Deense enclave in Malmö is het onbedoelde gevolg van het strenge immigratiebeleid van Denemarken (zie kader). Dat heeft geleid tot minder huwelijksmigratie naar Denemarken, maar ook tot een exodus van Denen die niets te maken hebben met opgelegde trouwerijen, maar wel een buitenlandse partner hebben. Zoals Tina Aalling, die in 2003 – ze was net zwanger – merkte dat haar man, Mohssine, Denemarken niet in kwam. Hij zat op dat moment zonder werk. De brug naar Malmö bood uitkomst: het stel verhuisde naar Zweden, dat juist een zeer soepel toelatingsbeleid heeft. Aalling kon gewoon blijven werken in Kopenhagen.

Ruim de helft van de Denen die de oversteek naar Zweden hebben gewaagd deden dat sinds de opening van de 16 kilometer lange brug over de Sont, de zee-engte die tot zeven jaar geleden Denemarken scheidde van Zweden. „Veel koppels realiseren zich dat hun leven er heel anders zou uitzien zonder de Sontbrug”, zegt Aalling, „daarom staat hij ook bekend als ‘liefdesbrug’.”

Een aantal verontwaardigde Denen-met-buitenlandse-partner richtte zelfs een belangenorganisatie op, ‘Huwelijk zonder grenzen’. „Wij geven informatie aan stellen die noodgedwongen hierheen komen”, zegt Nanna Hvedstrup (27), in Kopenhagen werkzaam bij een verzekeraar en voorzitster van de afdeling-Zweden van de belangenclub. Hvedstrup woont in Malmö met Lee (30), een Nieuw-Zeelander die zijn geld verdient in de keuken van een lokaal restaurant. Hvedstrup is boos op de Deense regering. „Hun immigratiewetten raken mensen voor wie ze helemaal niet bedoeld zijn”, zegt ze.

Onder de inwoners van Malmö heerst het gevoel op te draaien voor de kosten van het groeiende grensverkeer. De baten zijn voor de Denen. Zeker, de intocht heeft de lokale economie een impuls gegeven. Maar in veler ogen weegt dit niet op tegen de stijgende huizenprijzen, een gevolg van de toenemende vraag naar woonruimte. De krapte op de huizenmarkt maakt het voor veel Malmöers steeds moeilijker om een woning te vinden.

In het stadhuis is men vooral verbolgen over het feit dat Malmö opdraait voor het beroep dat de Denen doen op de riante voorzieningen van de Zweedse verzorgingsstaat. De inkomensbelasting – fundament van de sociale voorzieningen – wordt in Zweden geheven op gemeentelijk niveau. En hoewel de Denen in Zweden wonen en bijvoorbeeld hun kinderen naar de befaamde gratis opvang brengen, werken zij overwegend in Kopenhagen en betalen zij dus dáár hun belasting. Aalling, die opnieuw zwanger is: „Onze zoon is in Zweden naar de crèche gegaan, zonder dat wij hier ooit belasting hebben betaald. Dat is inderdaad niet eerlijk.”

Inmiddels maakt Kopenhagen jaarlijks een bedrag over naar Stockholm, bedoeld ter compensatie voor de dure Denen. „Het probleem is alleen dat onze regering het geld niet doorstuurt naar ons maar het zelf houdt”, klaagt Julia Janiec, politiek assistente van burgemeester Reepalu.

Nina Hvedstrup sluit, net als lotgenote Tina Aalling, een terugkeer naar Denemarken niet uit. Nieuwkomers van buiten de EU kunnen na twee jaar een Zweedse pas krijgen, waarna ze volgens EU-regels in Denemarken mogen wonen. Hun partners kunnen dan mee. „Het blijft mijn geboorteland. Ik werk in Kopenhagen, ik heb er vrienden”, aldus Hvedstrup.

Lee denkt daar anders over, net als Mohssine. Anders dan hun partners hebben de mannen geen natuurlijke binding met Denemarken. Bovendien voelen ze zich er niet welkom. „Denemarken heeft voor mij afgedaan”, zegt Lee. „In een land dat zo met nieuwkomers omgaat, wil ik niet wonen.” Mohssine: „Denemarken heeft me nooit aangetrokken.”

Volgens Aalling weegt het beoogde effect van de Deense wetgeving – minder gedwongen huwelijken – niet op tegen het neveneffect, dat gekwalificeerde Denen met duizenden tegelijk het land verlaten. „Op de korte termijn maakt Zweden veel kosten. Maar op de lange termijn profiteert Zweden van al die nieuwe mensen.”

Lees het een overzicht van het Deense immigratiedebat:www.migpolgroup.com/multiattachments/2965/DocumentName/EMD_Denmark_2005.pd