Leger van de Mahdi doet weer van zich spreken

Midden op de dag werden gisteren in Bagdad vijf Britten uit een ministerie ontvoerd. Het is een teken dat het grote veiligheidsoffensief in de Iraakse hoofdstad rafelt.

Hoewel in Bagdad het grote Amerikaans-Iraakse veiligheidsoffensief onverminderd doorgaat, neemt het geweld in de Iraakse hoofdstad (maar ook daarbuiten) weer gestaag toe. Gisteren was het belangrijkste bewijs daarvan de ontvoering, midden op de dag, van vijf Britten uit of vlakbij een kantoor van het ministerie van Financiën. Verder werden er gisteren weer 40 mensen opgeblazen en 30 lijken verspreid over Bagdad gevonden – ongeveer de helft van de in totaal zeker 170 mensen die in Irak werden gedood of dood gevonden.

Ongeveer 85.000 Amerikaanse en Iraakse militairen nemen deel aan The Surge, het offensief dat half februari in Bagdad begon om een eind te maken aan de steeds sneller op elkaar volgende bomaanslagen, ontvoeringen en liquidaties, de Iraakse regering in staat te stellen verzoenende maatregelen te nemen en zodoende een Amerikaanse troepenterugtrekking mogelijk te maken. De aan sunnitische extremisten toegeschreven bomaanslagen gingen gewoon door. Maar aanvankelijk namen de ontvoeringen en moorden inderdaad scherp af. De daders daarvan, voorop de strijders van het Leger van de Mahdi van de shi’itische geestelijke Muqtada Sadr, gingen de confrontatie zoveel mogelijk uit de weg en doken onder.

Maar de laatste weken zijn de liquidaties – waarvan de gefolterde lijken langs de weg en op vuilnisbelten de resultaten zijn – weer toegenomen tot 20, 30 en afgelopen weekeinde zelfs 40 per dag. De ontvoering van de Britten, vier lijfwachten van een in Canada gevestigd beveiligingsbedrijf en een adviseur, deed nog meer aan pre-Surge dagen denken. Volgens de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken, Hoshyar Zebari, is de ontvoering eveneens het werk van het Leger van de Mahdi. Gespeculeerd werd dat het om wraak ging voor de dood van de commandant van de militie in Basra, die vorige week door Britse troepen werd neergeschoten. In dat geval was de militie goed ingelicht over het dagprogramma op het ministerie.

Gewapende mannen in politie-uniform in een groot aantal (volgens een getuige 20 tot 40) terreinwagens die de Iraakse veiligheidsdiensten ook gebruiken, kwamen aanrijden bij het ministerie van Financiën en namen de Britten mee. De bewakers van het ministerie verzetten zich niet, volgens sommigen omdat ze waren geïntimideerd, volgens anderen omdat ze met de daders samenspanden. Aangezien de politie nog steeds vergaand is geïnfiltreerd door milities, is het ook mogelijk dat de ontvoerders de politie waren.

De ontvoerders reden weer weg richting Sadr City, het bolwerk van Muqtada Sadr. Al met al was de actie een kopie van de eveneens aan het Leger van de Mahdi toegeschreven ontvoering van zo’n 200 mensen uit het ministerie van Hoger Onderwijs in november. Tientallen van deze gijzelaars zijn nooit meer teruggevonden.