Las Palmas schrijft fotogeschiedenis met passer

Cornelis Nieuwland, ‘Schip Antiope op sleeptouw’, jaartal onbekend Nieuwland, Cornelis

Tentoonstellingen: Dutch Eyes (t/m 26 aug) en Panorama Las Palmas (t/m zomer 2008). Nederlands Fotomuseum, Wilhelminakade 332, Rotterdam. www.nederlandsfotomuseum.nl

Fotogeschiedenis kun je schrijven met een passer. Zet hem op de kaart van Rotterdam bijvoorbeeld. Precies op Las Palmas, de voormalige werkplaats van de Holland Amerika Lijn op de Kop van Zuid waarin sinds kort het vernieuwde Nederlands Fotomuseum (NFm) gevestigd is. Trek een cirkel met een straal van 1,5 kilometer en ga op zoek naar foto’s die in de loop der jaren binnen die omtrek zijn gemaakt. Het is een kleine, want lokale geschiedenis natuurlijk, maar de grotere komt vanzelf mee. Achter de geschiedenis van de Kop van Zuid toont zich die van Rotterdam, achter die van Rotterdam die van Nederland. En achter dat alles onvermijdelijk de geschiedenis van de fotografie zelf.

Het is het even eenvoudige als elegante uitgangspunt van Panorama Las Palmas, een van de twee exposities waarmee het museum onlangs zijn deuren opende. De tentoonstelling (samengesteld door Joop de Jong en te zien in de kelderverdieping van het gebouw) bevat de oudste bewaard gebleven foto’s van de stad, in 1846 gemaakt door de Engelsman John Sherrington. Fragiele zoutdrukken zijn het, onder meer van een stoomraderbootje deinend aan de kade van de Rechter Veerdam. De aanleg van kades en spoorbruggen komt voorbij (Johann Hameter), een winterzon snerpend over het water (Carl Emil Mögle), de onvermijdelijke Cas Oorthuys met zijn bekende foto’s uit het midden van de vorige eeuw van zwaaiende emigranten op het schip en achterblijvers op de kade.

In de vergeethoek van de fotografie trof De Jong procuratiehouder Jacobus van der Hoeven die zich graag liet inspireren door het havenrumoer en ‘parlevinker’ Cornelis Nieuwland die met zijn roeibootje door de haven trok op zoek naar opdrachten voor scheepsportretten. Van de rommelzolder kwamen de amateur-kiekjes van het bombardement, uit de archieven de foto’s van de wederopbouw en details van havenkranen. Uit de hedendaagse ateliers komt de stoere architectuur en grootse overzichten die zijn gemaakt met de hulpmiddelen uit de digitale tovertuin.

Anderhalf jaar blijft de tentoonstelling hangen; de eerste semi-permanente presentatie van Nederlandse fotogeschiedenis. Misschien kan die tijd gebruikt worden om de presentatie aan te vullen. Want De Jongs keuze (pakweg honderdvijftig foto’s) bevat wel erg veel van werklust dampende foto’s. Is er werkelijk nooit een modereportage gemaakt tegen het havendecor? Waar is het woonhuis van de arbeider of het kantoor van de havenbaron? Waar is het vertier, waar de kunst? Ondanks die kanttekening is Panorama Las Palmas een heldere, overzichtelijke en daardoor overtuigende presentatie.

Dat geldt niet voor Dutch Eyes, de andere expositie van het NFm die – net als in het gelijknamige boek waarvan ze een afgeleide vormt – een overzicht probeert te geven van de ‘grote’ geschiedenis van de Nederlandse fotografie. Evenals in het boek is in de expositie sprake van enkele thema’s (de maakbaarheid van het landschap, de blik op andere culturen, de traditie van het fotoboek), maar nergens komen ze helder tevoorschijn. Daar is ook de inrichting van de expositie debet aan: een labyrint van wandjes, hokjes en vitrines waarin zelfs met een plattegrond nauwelijks logica te ontdekken valt.

Zo’n driehonderd foto’s omvat de presentatie plus talloze vitrines vol boeken, contactafdrukken en andere parafernalia. Landschapsfoto’s hangen er tegenover geënsceneerde; een te lang uitgesponnen reeks negentiende- eeuwse antropologische portretten bij een kabinet vol vroege daguerreotypieën; de dynamische foto’s en reclameontwerpen uit het interbellum bij een topografisch veelluik uit het heden. Prachtige fotografie zit ertussen – Parijse straatfoto’s van Ed van der Elsken, noord-Nederlandse landschappen van Willem Diepraam, portretten van Rineke Dijkstra, snapshots van Bertien van Manen. Maar van het goede zie je te weinig en van het gemiddelde te veel, wellicht omdat de foto’s niet op eigen merites geselecteerd lijken te zijn, maar enkel als illustratie van een verhaal dat zich – bij gebrek aan strenge keuzes, bij een overdaad aan feitjes, bij gebrek aan overstijgende verbeelding – nergens helder wil aftekenen.

Anders dan Panorama las Palmas ontbeert Dutch Eyes de scherpte van de passerpunt. Natuurlijk zijn er verzachtende omstandigheden. De papieren constructie van een boek zich laat zich niet zomaar omzetten in de ruimtelijke van een tentoonstelling. Er gaat tijd overheen voor een expositieruimte haar ideale inrichtingsvorm prijsgeeft. Maar voor een museum dat zich Nederlands Fotomuseum mag noemen, is het resultaat toch teleurstellend te noemen.