‘Je nadert realiteit dichter met fictie’

Vorige week ging de magische film ‘Khadak’ in première in Nederland. Hoewel een documentaire het uitgangspunt was, huiverden de makers voor ‘etnografische plaatjes’.

Bas Blokker

Peter Brosens en Jessica Hope Woodworth ontmoetten elkaar een paar jaar geleden in een café in Ulan Bator, de hoofdstad van Mongolië. Hij had al een documentaire in het land gemaakt, zij wilde er aan eentje beginnen. Ze besloten hun krachten te bundelen voor een nieuw project en gingen aan de slag. Een documentaire over vliegeniers moest het worden. In de vroege jaren van het communisme werden piloten boven het land uitgestuurd om appels af te werpen: ook de armsten moesten elke dag fruit kunnen eten. Brosens en Woodworth vonden in een tehuis enkele piloten uit die tijd. Bleke mannen met magere gezichten – „ze moesten vrijwel non-stop in de lucht blijven” – en één vrouwelijke piloot. „Een vrouw van 93, die de ene sigaret na de andere rookte”, zegt Woodworth. „Ze was gesteriliseerd omdat de Sovjets niet de investering in haar pilotenopleiding in de waagschaal wilden stellen voor zoiets triviaals als een kind.”

De meeste filmers zouden in hun handen wrijven met levende getuigen van zo’n mooi verhaal. Maar Brosens en Woodworth werden beschroomd. De broos geworden piloten, zegt Woodworth, waren te exquisiet, te heilig bijna, om in een documentaire te persen. „Het voelde verkeerd.”

Ze zullen nooit meer documentaires maken, zeggen Brosens en Woodworth, op bezoek in Amsterdam voor de première van hun eerste speelfilm Khadak. Documentaires, zeggen ze, zijn nu onderworpen aan de dictatuur van de tv: nooit meer dan 56 minuten en eerst uitleggen waar Mongolië ligt en hoe de geschiedenis ook weer zat. „Je benadert de werkelijkheid meer met een speelfilm dan met een documentaire”, zegt de 45-jarige Vlaming Brosens. „Voor mij is het vooral een kwestie van ethiek”, zegt de negen jaar jongere Woodworth. „Je vraagt mensen je hun hele hebben en houden toe te vertrouwen en in ruil gebruik je een paar minuten van ze voor je film.”

Iets van het oorspronkelijke idee over de piloten is nog terug te zien in Khadak. De vader van hoofdpersoon Bagi, zien we in een flashback, wierp appels af boven het land tot hij er bij neerstortte. Wat Brosens en Woodworth over hun voorbereiding vertellen, doet ook eerder denken aan een documentaire. Ze deden interviews op locatie, verdiepten zich in de geschiedenis en gebruiken van Mongolië en spraken met sjamanen. „Alles wat in de film zit, heeft een basis in de werkelijkheid”, zegt Brosens, opgeleid als antropoloog en sociaal geograaf. „Maar we wilden beslist geen etnografische film maken. Geen Discovery Channel met mooie plaatjes en folklore onder een wolkenloze hemel.”

Mooie plaatjes zijn er anders veel in Khadak. De film is opgenomen door Rimvydas Leipus, de vaste cameraman van regisseur Sharunas Bartas. De vergezichten van het landschap zijn weergaloos, maar ook het contrapunt bij de traditionele leefwijze, de mijnbouw is met een verhoogde esthetiek in beeld gebracht. Een grijpkraan duikt op als een nazgul in The Lord of the Rings. „Cinema is vorm, en dat is niet hetzelfde als mooie plaatjes”, zegt Brosens.

In Khadak moeten de nomaden het land verlaten wegens een plotse epidemie onder de dieren. Een van hen is de jonge Bagi, die af en toe epileptisch flauwvalt en die dieren op grote afstand kan horen. Volgens de plaatselijke sjamane roepen zijn voorvaderen hem. In de stad waar de nomaden worden ondergebracht, raken ze ontworteld en moeten ze in de mijnen werken. Bagi verlost hen door het geluid van de dieren te volgen naar een andere dimensie en vandaar de hemel naar beneden te halen.

De magie vloeit natuurlijk voort uit de cultuur en de locaties in de film. Maar het is toch nuttig om Brosens en Woodworth er nader naar te vragen. Zij hebben, ongetwijfeld aangestoken door hun uitvoerige research, Khadak tot in de kleinste hoeken volgestopt met betekenisvolle voorwerpen, gebeurtenissen en rituelen. Een shot van het hoofd van Bagi onder water verwijst naar het traditionele Mongoolse geloof dat een ziel zich verplaatst via het water.

Ook het ritueel waarbij Bagi zijn paard een blauwe sjaal (de khadak van de titel) omdoet, is een Mongools gebruik, waarbij dieren onschendbaar worden gemaakt na de dood van een naaste. En wat de sjamane met de bewusteloze Bagi doet, is precies wat een echte sjamaan zou doen. „Wij wilden ook een echte sjamaan casten”, zegt Brosens. „Maar onze producent raadde ons dat af. Er valt niet mee te werken. Op het moment dat je met de opnames wilt beginnen, zul je net zien dat een echte sjamaan zegt dat de sterren niet goed staan, of dat hij niet mag werken van zijn voorvaderen.”

‘Khadak’ is te zien in 6 bioscopen.