Iraanse activisten willen juist wel onze hulp

Iraanse activisten zijn tegen hulp uit Nederland, stond zaterdag in deze krant. Maar er zijn ook Iraniërs die juist om die steun vragen, omdat ze anders in een isolement raken, ervaren Judit Neurink enFroukje Santing.

‘Kom terug, laat je niet intimideren!” Die boodschap komt luid en duidelijk uit Iran na afloop van de cursus die we daar aan jonge Iraanse journalisten geven.

In augustus 2006 trainen we een groep van rond de vijftien journalisten in de beginselen van civil journalism. „Schrijf voor je lezer, niet voor je collega. Activisme en journalistiek gaan niet samen”, houden we hun voor.

Na tien dagen zien we dat mensen die eerst onleesbare berichtjes schreven waarin meningen en feiten totaal verstrengeld waren, nu pittige en interessante nieuwsreportages afleveren. Artikelen waarin niet langer alleen autoriteiten aan het woord komen maar ook gewone burgers.

Tijdens de training wordt onze lokale organisator, Isa Sahargiz, veroordeeld tot vijf jaar cel. We schrikken, maar het heeft geen gevolgen voor ons werk. Sahargiz is tot op de dag van vandaag een vrij man.

De organisatie van een tweede training in december heeft meer voeten in de aarde. Kort na ons vertrek in augustus werd het vooraanstaande hervormingsgezinde dagblad Sharg verboden. De krant was in enkele jaren uitgegroeid tot een kwaliteitsmedium waar een aantal van onze studenten werkte.

De druk van het regime op andersdenkenden groeit. Toch horen we vanuit Teheran: blijf proberen toestemming te krijgen voor nieuwe cursussen. Iraanse journalisten dringen er op aan dat we onze journalistieke ervaringen met hen blijven delen.

Zeker zo belangrijk is dat ook wij niet willen toegeven aan de conservatieve krachten die ons proberen te intimideren. De conservatieven voeren een openlijke machtsstrijd in Iran met de meer gematigden en de hervormingsgezinden.

De conservatieven schuwen daarbij geen enkel machtsmiddel. Dat wordt duidelijk als in november een groep journalisten die deelnam aan een andere cursus in Nederland na terugkeer op het vliegveld van Teheran wordt ondervraagd en wordt geïntimideerd.

Opnieuw twijfelen we aan de wijsheid van ons voornemen om in december 2006 een tweede training te geven. Maar ook nu is de boodschap van jonge collega’s in Teheran duidelijker dan ooit: „Als jullie niet komen, steun je de conservatieven die Iran proberen af te grendelen van de buitenwereld. We willen niet in isolement leven.” Onze komst, zo beweren ze, sterkt hen juist in hun pogingen, hoe moeilijk en hoe gevaarlijk soms ook, om Iran democratischer te maken.

We luisteren, en gaan opnieuw. De druk en de intimidaties zijn deze keer veel rechtstreekser. Maar opnieuw trainen we zo’n vijftien journalisten, tot wederzijdse tevredenheid.

En we stellen vast dat de meesten van de studenten uit onze eerste training promotie hebben gemaakt, of in ieder geval een betere baan hebben gevonden. Het zijn juist deze mensen die Iraanse media helpen aantrekkelijker te worden voor de lezer, en de Iraanse burger daarmee de mogelijkheid geven om via eerlijker en betrouwbaardere media hun eigen mening te vormen.

Journalisten zijn in Iran activisten omdat de politiek dichtgetimmerd is. Wie zijn mening wil delen, moet dat via de media doen. Ook de meesten van onze cursisten hebben op de een of andere manier met de politie en de veiligheidsdiensten te maken gehad. In Iran is dat zelf een pre, alleen zo dring je door tot het hervormingsgezinde journalistieke establishment.

De realiteit is dat voor onze Iraanse collega’s die combinatie van activisme en journalistiek als de zuurstof is in de lucht – hoeveel nadruk we ook leggen op het scheiden er van. Zij moeten zich verzetten tegen machthebbers die hen monddood willen maken. Ze kunnen niet zwijgend toekijken terwijl hun land verandert in een religieuze vesting waarin ze zich niet thuis voelen.

Voor deze zomer staan er opnieuw trainingen op het programma, één voor journalisten van lokale kranten en één op verzoek van een belangrijke Iraanse krant. Op hun redactie zullen we een week meelopen en commentaar geven op vorm en inhoud. Niet omdat wij dat zo graag willen, of omdat we geld van de Nederlandse overheid krijgen, maar omdat onze Iraanse collega’s ons er om vroegen. Zij vinden het alle risico’s waard om in contact te blijven met en te leren van westerse collega’s.

Dat is in tegenspraak met wat Iran-correspondent Thomas Erdbrink zaterdag in deze krant meldde. Volgens hem hebben activisten liever geen geld meer van Nederland, „de kleine duivel”, omdat ze daardoor in de problemen raken.

Laten we kritisch blijven nadenken hoe we aansluiting zoeken bij de activiteiten van kritische geesten in Iran, hoe moeilijk en gevaarlijk dat ook is. Niet om hen vanuit Nederland te vertellen hoe Iran democratischer moet worden, dat weten ze zelf heel goed. Maar om hen in contact met de wereld te houden.

Judit Neurink (redacteur van Trouw) en Froukje Santing (oud-redacteur en oud-correspondent in Turkije van NRC Handelsblad ) trainen journalisten in Iran voor Press Now. Deze organisatie heeft als doel de bevordering van open en democratische samenlevingen. Ze wordt onder meer gefinancierd door het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het artikel van Thomas Erdbrink is na te lezen op www.nrc.nl/opinie