Huizenprijzen in de VS gedaald

De Amerikaanse huizenprijzen zijn afgelopen kwartaal voor de eerste keer in zestien jaar gedaald. Na vijftien jaar van prijsstijgingen waarin de gemiddelde woning 157 procent meer waard werd, daalden de huizenprijzen in het eerste kwartaal van dit jaar met 1,4 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De cijfers komen van S&P/Case-Shiller, een samenwerkingsverband van kredietbeoordelaar Standard & Poor’s en twee vooraanstaande Amerikaanse economen. De daling „is een herbevestiging van de terugtrekkende beweging op de Amerikaanse woningmarkt”, zo zegt naamgever van de index en hoogleraar aan Yale, Robert Shiller in een verklaring.

De Amerikaanse huizenmarkt is een graadmeter van de economie omdat de waarde van een woning directe invloed heeft op het bestedingspatroon van consumenten. Ook de recordhoogtes van benzineprijzen hebben een drukkend effect op hun bestedingen. Consumentenuitgaven zijn goed voor tweederde van de Amerikaanse economie en hebben door hun omvang directe invloed op Europese producenten en exporteurs.

Huiseigenaren in de VS zijn eraan gewend geraakt met behulp van stijgende huizenprijzen hun hypotheek over te sluiten en hun financiën aan te zuiveren. Amerikaanse gezinnen geven gemiddeld meer uit dan ze verdienen. Het consumentenvertrouwen lijdt nog niet onder de prijsdalingen.

In grote steden zoals Detroit en San Diego daalden de woningprijzen vorige maand met respectievelijk 8 en 6 procent ten opzichte van een jaar eerder. De prijs van nieuwe huizen daalt nog meer. Vorige maand liep die met ruim een tiende terug ten opzichte van vorig jaar, zo blijkt uit cijfers van het ministerie van Handel. Het aantal verkochte nieuwe woningen steeg vorige maand wel met 16 procent na massale prijsverlagingen van projectontwikkelaars. De malaise op de woningmarkt leidt tot forse winstdalingen in de bouwsector.