Hongaren zitten zichzelf in de weg

Hongarije is al maanden politiek verlamd. Die verlamming, in combinatie met de drang naar lijfsbehoud bij bestuurders, brengt projecten tot mislukking. Cultuurhoofdstad Pécs is een voorbeeld.

De oorspronkelijke, Romeinse naam van de Zuid-Hongaarse stad Pécs is Sopianae, verwijzend naar sophia, het Griekse woord voor wijsheid. Maar van die wijsheid is niet veel over, zegt architect András Horváth. „Wie hier iets wil bereiken stuit op een leger domme, incompetente bestuurders.” „Het brein heeft deze stad decennia geleden al verlaten,” zegt Gábor Freivogel, een van de managers van Pécs Europese Cultuurhoofdstad.

De benoeming tot culturele hoofdstad in 2010, samen met Istanbul en het Duitse Essen, is voor Pécs, een stad met 180.000 inwoners, van levensbelang, zeggen betrokkenen. De zware industrie trok er de laatste jaren weg en er is weinig nieuwe economische activiteit voor in de plaats gekomen. Pécs is een stad die diep in de schulden steekt en waar jongeren wegtrekken.

Tegelijk heeft Pécs, waar Romeinen en Turken hun sporen nalieten, potentie als cultuurstad, met tal van musea en een eeuwenoude, nog altijd vooraanstaande universiteit.

Met kennis en cultuur kunnen we nieuwe ondernemingen naar Pécs halen, zegt István Tarrósy die een jaar geleden als directeur ‘Pécs 2010’ voortvarend van start ging. „Daarvoor moet je een goed plan hebben en met elkaar samenwerken. Maar daar komt het in Hongarije niet van.” Tarrósy, een dertiger, heeft zich inmiddels teruggetrokken. „Ik was te kritisch. Het probleem in Pécs is het probleem van heel Hongarije: vernieuwers vormen een bedreiging voor de zittende bestuurders. Benoemingen zijn niet kwalitatief maar politiek bepaald. Het criterium is: dient die persoon wel of niet mijn partij?”

In september vorig jaar brak er in Hongarije, sinds 2004 EU-lid, grote politieke onrust uit. Oorzaak waren de leugens van de socialistische premier Ferenc Gyurcsány die, zoals hij in een uitgelekte speech toegaf, zijn land jarenlang valse economische cijfers voorrekende. Tegelijk kondigde Gyurcsány harde sociale en economische hervormingen aan. Noodzakelijk, vindt ook de EU, maar niet ‘onder de regie van een leugenaar’, zo vonden kwade betogers. De conservatieve oppositiepartij Fidesz organiseerde maandenlang protesten die herhaaldelijk uitliepen op veldslagen met de politie.

Inmiddels is de rust op straat teruggekeerd, maar in de politiek duurt de loopgravenoorlog voort. Regering en oppositie praten per definitie niet met elkaar, waardoor besluitvorming ernstig wordt vertraagd.

Ook ‘Pécs 2010’ dreigt te mislukken. De stad is in handen van de socialisten; de oppositie daarentegen heerst in het provinciehuis. Tot samenwerken komt het nauwelijks. „Ze zijn verschrikkelijk achter op schema, het loopt over te veel schijven en dat werkt niet”, zegt Bert van Meggelen. Met zijn ervaring als intendant tijdens Rotterdam Cultuurhoofdstad 2001 werd Van Meggelen in Pécs ingehuurd om mee te denken. „Bij ieder gesprek werd me door de tolk eerst ingefluisterd wat de politieke kleur was van mijn volgende gesprekspartner, en wat ik daarom wel en niet kon zeggen.”

Van Meggelen vergelijkt Hongarije met het Frankrijk uit de jaren zestig. „Boedapest is het bestuurlijke waterhoofd, de rest is woestenij. De regering stelt zich paternalistisch op en heeft geen vertrouwen in wat ze in Pécs doen.” ‘2010’ kan voor Pécs een cruciale rol spelen als „generator voor stadsontwikkeling”, volgens Van Meggelen. „Daar heb je kritische geesten voor nodig, maar de meeste ambtenaren met wie ik sprak blinken vooral uit in gehoorzaamheid.”

‘2010’ komt minstens vijftien jaar te vroeg, denkt architect Horváth uit Pécs. „We moeten de regels van democratie nog leren. Wat is transparant bestuur? Wat is eerlijke concurrentie? Men heeft hier nog geen benul.”

Horváth was betrokken bij de locatiekeuze voor een nieuwe regionale bibliotheek, één van de grote publieke werken die in 2010 moeten worden opgeleverd. „Ondanks alle adviezen van de experts wordt er dan gekozen voor een lelijke plek achter een benzinestation. Je denkt eerst aan corruptie: iemand in de jury zal wel eigenaar zijn van dat lapje grond. Maar nee, het is domheid, in beide politieke kampen.”

In het ontwerp voor de nieuwe concertzaal prijken op de gevel de letters PKK (Pécsi Konferencia és Koncertközpont) – tevens de naam van de in Turkije verboden Koerdische onafhankelijkheidsbeweging. Een ongelukkige keuze die in zuster-Cultuurhoofdstad Istanbul niet goed zal vallen. Maar het gemeentebestuur in Pécs, hiermee geconfronteerd, houdt vast aan de afkorting PKK.

De domheid gaat volgens Horváth gepaard met angst voor vernieuwing. „Belangrijkste drijfveer van een bestuurder in Hongarije is het behoud van zijn positie. ‘2010’ zou bij uitstek moeten gaan over verandering, en is dus een bedreiging voor de gevestigde orde. Men is het project daarom gaan temporiseren, zodat de enthousiastelingen vanzelf afhaken.”

Horváth werd op een zijspoor gezet, net als Tarrósy, initiatiefnemer van het eerste uur. Vooral door internationale cultuurmanagers wordt Tarrósy omschreven als voortvarend en getalenteerd. „Het doet enorm veel pijn als je beseft dat de muur te hoog is”, zegt Tarrósy achter een kop koffie op het Szecheny-plein in Pécs, vlakbij de Pasja Kasim Gasi-moskee, een restant uit de tijd van de Ottomaanse overheersing. Verderop in de stad schitteren de domkerk en de volledig gerestaureerde synagoge. Pécs’ multiculturaliteit was een reden om de stad te belonen met de titel Cultuurhoofdstad.

Tarrósy had de belofte willen inlossen. „Maar de politiek heeft alles naar zich toe getrokken. Er is veel geld mee gemoeid. Ze willen de controle houden, om hun aandeel veilig te stellen.” Voor hem betekende ‘2010’ een „uitgelezen kans om jonge mensen een kans te geven”. „Het had een vehikel kunnen zijn op weg naar een mentaliteitsverandering in Hongarije. In die zin is ‘2010’ al mislukt.”

Van alle betrokkenen is Gábor Freivogel, de architectuur-intendant in het ‘2010’-bestuur, de enige die zijn zorgen durft uit te spreken. „Er heerst hier een kinderachtige manier van denken en handelen. Het gemeentebestuur is een nachtmerrie,” zegt Freivogel. Hij is geboren in Pécs, maar woonde en werkte de laatste jaren als architect in Duitsland.

Kan Gábor Freivogel als halve buitenstaander een einde maken aan de cultuur van angst en wantrouwen? „Word wakker! roep ik iedere dag tijdens vergaderingen. Want ‘2010’ is voor Hongarije een testcase. Maar ik ben vooral benieuwd of ik dit zelf ga overleven.”