Het gewauwel van Wijffels

Nog geen twee weken geleden verweet een speciale commissie van de Wereldbank Paul Wolfowitz dat hij met een salarisverhoging aan zijn vriendin de ethiek had geschonden – een beschuldiging die later door de raad van toezicht werd verworpen. Nu heeft het hoofd van die commissie – de Nederlander Herman Wijffels – toegegeven dat de ethische verwijten alleen maar een voorwendsel waren om Wolfowitz tot aftreden te dwingen.

Dit alles onderstreept het Europese cynisme waarvan deze putsch van begin tot eind een voorbeeld was. „Als hij verder een goede leider was geweest, zou het misschien niet zover zijn gekomen”, zei Wijffels tegen de Volkskrant, waaraan hij toevoegde dat Wolfowitz nooit een „coherente strategie” voor de bank had ontwikkeld. „Ik heb daarover met hem geprobeerd te praten, maar hij was niet geïnteresseerd.”

Vertaling: Paul Wolfowitz had geen waardering voor mijn genialiteit, dus regisseerde ik zijn val op grond van aangedikte beschuldigingen. Geen wonder dat Wijffels zich nooit heeft kunnen neerleggen bij de anticorruptiestrategie van Wolfowitz; de specialiteit van deze Nederlander lijkt selectieve toepassing van regelgeving om tot het gewenste politieke resultaat te komen.

In genoemd interview verwierp Wijffels de suggestie dat zijn optreden weleens nadelige gevolgen voor de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen zou kunnen hebben.

Wij vermoeden dat hij daarin ongelijk heeft. Al was het maar omdat het Wolfowitz-verhaal de regering-Bush ervan heeft weerhouden een Europeaan aan het roer van de bank te laten komen. Laten we in het belang van de bank en ook dat van Amerika hopen dat de volgende president nog minder bij Wijffels in de smaak zal vallen dan Wolfowitz.

(Hoofdartikel in de Wall Street Journal, 30 mei)