Het financiële wonder van Cambodja

Met ontwikkelingshulp en het uitzetten van microkrediet begint zich in Cambodja voorzichtig een bankwezen te ontwikkelen. Na de kaalslag van de burgeroorlog en het moorden onder Pol Pot een klein mirakel.

Toen Mak Sokha hier net zijn kantoortje had geopend, moest hij op zekere dag in alle vroegte hals over kop op de vlucht. Strijders van de Rode Khmer in hun zwarte uniformen waren Siem Reap binnengedrongen en voor een man die met geld de kost wilde gaan verdienen, betekende dat: hollen en wegwezen. En wel zo snel mogelijk.

Dat is ruim dertien jaar geleden. Nu zit Bun Mony trots in zijn kantoor op Sivatha Boulevard – een A-locatie voor een bankier in deze snel groeiende toeristenstad van Cambodja. Beneden staat een splinternieuwe geldautomaat proef te draaien, het eigen netwerk met de wereld is bijna een feit.

Mak Sokha is één van de mensen van het eerste uur, onderdeel van een bijzonder succesverhaal met een uitkomst die geen mens had kunnen dromen. Met geld van de VN-hulporganisaties UNDP en ILO en met een cruciaal deposito een miljoen dollar (745.000 euro) van het Nederlandse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking zetten enkele Cambodjanen in het berooide Phnom Penh een eerste microkredietkantoortje op. Het recept van piepkleine leningen aan potentiële neringdoenden om ze aan de gang te helpen was al bekend, maar in Cambodja was nog niets behalve dan de kaalslag van decennia burgeroorlog en volkerenmoord.

Het clubje Cambodjanen kreeg assistentie van de Nederlandse ontwikkelingswerker Roel Hakemulder. Want ze hadden in een vluchtelingenkamp tevoren wel wat cursussen gedaan in managementachtige onderwerpen, maar het stelde allemaal niet zoveel voor.

De ontwikkelingswerkers van het eerste uur zijn nu weg: wegens succes overbodig. En waarschijnlijk is het ook hun wereld niet helemaal meer. In de bedrijfsleiding van de Cambodjaanse bank Acleda zit nog één Nederlander, Peter Kooij, die vooral kijkt of Acleda internationaal in de regio de vleugels kan uitslaan. Met operationele zaken bemoeit hij zich niet meer.

Het niet-gouvernementele clubje van 1993 is namelijk uitgegroeid tot een van de grootste banken in Cambodja. De pioniers van het eerste uur hebben zich verder geschoold. Acleda Bank kom je inmiddels overal tegen en het splinternieuwe hoofdkantoor in Phnom Penh is voor een bank state-of-the art . Hier lopen de mannen keurig met das, de vrouwen in zakenkleding, en allemaal zitten ze achter flatscreens. De aandeelhouders zitten deels in Nederland (Triodos, Triodos-Doen, Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden), Duitsland en voor net iets meer dan de helft in Cambodja zelf. De Cambodjaanse activisten van het eerste uur hebben een stevig aandelenpakket en ook de rest van het personeel participeert.

En aandeelhouders kunnen tevreden zijn, want president-directeur In Channy kon ze onlangs per powerpoint laten zien dat het rendement op het geïnvesteerde vermogen 26,7 procent bedroeg in het laatste jaar, dat het balanstotaal met bijna 80 procent steeg naar 223 miljoen dollar en dat een winstgevende groei met weer zo’n percentage voor dit jaar meer dan waarschijnlijk is. In Channy loopt op zijn kantoor rustig door de cijfers. Geen machotype van Wall Street makelij, maar wel een gelukkig man die zelf vijftien jaar geleden ook bij nul begon en zich nu bestuursvoorzitter van een serieuze bank kan noemen. Met bijna 4.000 man personeel, van wie bijna eenderde vrouwen.

In het hoge noorden, drie uur hobbelen over een modderige zandweg, zit Tieng Phalkum, 27 jaar, met drie collega’s en twee bewakers in een klein kantoortje. Ze zijn gekleed in bankuniform, donkerblauwe broek, lichtblauw hemd, maar zonder das. Hier ook geen pc’s, maar nog klassieke stalen archiefkasten met hangmappen en onder het loket een lade met stapeltjes geld. Internet is er in Anlong Veng – 25.000 inwoners – ook niet en stroom alleen zolang de generator draait.

Tieng heeft een keurig lijstje van 296 actieve klanten met in totaal 430.000 dollar aan uitstaande leningen. Een afspraak volgt met de 51-jarige Prum Choon, ze heeft 250 dollar geleend om het assortiment te verruimen van haar winkeltje in eerste levensbehoeften. Voordat deze vrouw haar krediet kreeg, is kredietfunctionaris Tieng op onderzoek uitgegaan. Zij heeft samen met haar man de zaak moeten uitleggen en bij het wijkhoofd heeft Tieng nagevraagd of Prum en haar man een toegewijd leven leiden. Dat was in orde. Acleda Bank kan zich erop beroepen dat ze amper slechte debiteuren hebben, een verwaarloosbaar percentage.

Zoals Tieng en zijn klant erover praten lijkt het bijna een gunst, dit krediet. Maar ze betaalt 24 procent rente en lost alles in twaalf maanden af. Dit geld is allesbehalve gratis. Maar het is voor Acleda ook een hoop werk, dollars kosten al gauw een procent of tien off shore met belasting en transactiekosten meegerekend, dan is er nog de dollarinflatie. Iemand als kredietfunctionaris Tieng verdient 250 dollar per maand, de bank heeft al 175 kantoortjes en uiteindelijk wil de bank wel winst maken. Dan wordt 24 procent weer redelijk, al blijft het veel geld voor een lening.

Voor de armste 40 procent van de Cambodjaanse bevolking is een microkrediet niet weggelegd. Ze kunnen er niets mee, behalve eten kopen en dan is het op. Microkrediet mikt op mensen die net iets meer willen en kunnen.

Er is ook een oudere Rode Khmerstrijder in dit hartland van wijlen Pol Pot, die 1.600 dollar (1.190 euro) heeft geleend en langs de weg flesjes benzine voor bromfietsers verkoopt en hardhouten meubelen laat maken.

Acleda Bank is al lang geen niet-gouvernementele non-profitorganisatie meer, maar een echte bank. Dat is in een land waar de valuta de dollar is, waar de staat nog nooit een obligatie heeft uitgegeven en een aandelenbeurs niet bestaat, weliswaar een overzichtelijke bezigheid, maar het is een bancaire activiteit met daarbij passende vergunning en een vereist garantiekapitaal. Mensen kunnen hun spaargeld sinds twee jaar op de Acleda bank zetten: één jaar vast levert 6 procent rente op, twee jaar vast 7 procent. Vorig jaar was dat een doorslaand succes, met 123 miljoen dollar (92 miljoen euro). Voor dit jaar verwacht de bank een verdubbeling.