G8-landen geven juist minder aan Afrika

Ondanks beloftes van rijke landen in 2005 om de ontwikkelinghulp aan Afrika te vergroten, is de hulp juist verminderd en kampt het continent nog altijd met ongunstige handelsvoorwaarden. Dat zegt African Monitor, een Afrikaanse organisatie die de toezeggingen van de G8 in het ‘jaar van Afrika’ onderzoekt.

In Schotland beloofden de G8 – de zeven geïndustrialiseerde landen plus Rusland – om de hulp aan Afrika te verdubbelen per 2010. Uit het gisteren gepresenteerd rapport van blijkt dat de hulp al begin 2006 afnam. „In 2007 en 2008 zal de hulp nog verder afnemen”, verwacht Njongonkulu Ndungane, aartsbisschop van Kaapstad en oprichter van African Monitor.

Het rapport verschijnt aan de vooravond van een nieuwe G8-top. De scheidende Britse premier Blair heeft opnieuw aandacht gevraagd voor armoede in Afrika.

Wanneer kwijtschelding van schulden buiten beschouwing wordt gelaten, is de officiële ontwikkelingshulp aan Afrika door 22 rijke landen – aangesloten bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling – van 106 miljard dollar in 2005 gezakt naar 103 miljard dollar in 2006, volgens het onderzoek.

Liefst 55 procent van alle hulp aan Afrika vloeit naar de tien „donorlievelingen”; vaak niet de landen die de hulp het hardst nodig hebben. Zo kreeg het olieproducerende Nigeria 18 procent van de hulp in 2005. Andere lievelingen zijn Ethiopië, Soedan en Congo. „Als de G8-landen werkelijk iets willen doen, moeten ze landbouwsubsidies schrappen”, vindt Ndungane, „en Afrikaanse boeren toegang bieden tot de wereldmarkt”. (Reuters)