Friese Staten onderzoeken ‘misstappen’

Provinciale Staten van Friesland willen een kortdurend onderzoek naar de gang van zaken rond de verbouw van het tijdelijke provinciehuis. Dit is vanmorgen besloten. Drie gedeputeerden zijn opgestapt.

Met alleen de VVD tegen namen de Staten vanmorgen een motie van treurnis aan tegen het college. Drie van de vijf Friese gedeputeerden – twee CDA’ers en één VVD’er – wachtten die niet af en traden gisteravond af, een dag voor hun officiële afscheid. De twee PvdA’ers bleven aan.

In de motie van CDA en PvdA stond dat het college „meerdere misstappen” had begaan en niet attent genoeg was geweest bij de verhuizing van het provinciale ambtenarenapparaat en de verbouw van het provinciehuis.

Een externe accountant oordeelde vorige week dat de verbouw van het tijdelijke provinciehuis (17 miljoen) ten onrechte niet Europees was aanbesteed. Dat gold ook voor de benoeming van een bouwmeester. Die benoeming moet het nieuwe college heroverwegen, vinden de Staten. Tevens moeten er disciplinaire maatregelen worden genomen tegen de algemeen directeur van de provincie, onder wiens verantwoordelijkheid de verhuizing plaatsvond. Hij huurde een interim-manager in, die 30.000 euro bruto per maand verdiende. Gedeputeerde Staten waren hierover van tevoren niet ingelicht.

Het is voor het eerst in de Friese statengeschiedenis dat gedeputeerden zijn opgestapt. Het nieuwe college, zonder de VVD, is vanmorgen beëdigd. De opgestapte gedeputeerden Ton Baas (VVD) en Jan Ploeg (CDA) noemden de motie gisteravond „er een voor de bühne”. Baas: „De zaken die misgingen worden onder een vergrootglas gelegd.” Ploeg noemde de motie „beneden alle peil”. PvdA-fractievoorzitter Bert Versteeg zei desgevraagd dat de gedeputeerden niet weg hadden gehoeven. Als ze het boetekleed hadden aangetrokken was de motie niet ingediend. „Ze zijn te vergoeilijkend geweest en wilden zaken afdekken.” Er is volgens hem echter een signaal naar de samenleving nodig.